Een besturend lichaam

Inleiding

Volgens Jehovah’s getuigen is het besturend lichaam die bestaat uit acht leden, Gods kanaal op aarde. De studieartikelen in de Wachttoren studie-editie worden dan ook als bijna rechtstreeks van God afkomstig beschouwd. Daarin wordt nieuw licht aan de leden van de gemeentes overgedragen en worden ook nieuwe mededelingen gedaan.

Ze beweren dat ze hiermee de eerste eeuwse gemeenten navolgen die over een besturend lichaam van Apostelen en oudere mannen zouden hebben beschikt in Jeruzalem die in feite zeggenschap hadden over alle Christelijke gemeentes. In deze korte uiteenzetting wil ik even nagaan of dit daadwerkelijk het geval was, en als dat het geval was of het vergelijkbaar is met het besturend lichaam zoals Jehovah’s getuigen dit de dag van vandaag zien.

Geen besturend lichaam in de 19de eeuw

De eerste gemeenten van de “Internationale bijbelstudenten” waren uitermate anders georganiseerd dan hoe de Jehovah’s Getuigen dit de dag van vandaag doen. Pas bij de tweede president Rutherford werd er een begin gemaakt met het overhevelen van de autoriteit aan de wachttorenorganisatie.

Daarvoor waren de klassen, zoals de gemeentes van de bijbelstudenten werden genoemd, autonoom georganiseerde eenheden.
Meer nog, over organisatie zei Russell het volgende: “A visible organisation is out of harmony with God’s devine plan” (WT 12/1/1894, p. 1743) en
“of “organization.” It is wholly unnecessary.
The Bible rules will be the only rules you will
need. Do not seek to bind others’ consciences, and do
not permit others to bind yours. Believe and obey so far
as you can understand God’s Word to-day, and so continue
growing in grace and knowledge and love day by day.” (WT 15/9/1895 R1866)

Volgens Russell (en zijn volgelingen) was de enige band die Christus schiep een band van liefde… Daarin volstond de liefde… Hun hoofd was Christus, geen door mensen gemaakte credo’s of dogma’s, die de geest van mensen bonden.

These laws emanate from their heads, or rulers and law-givers; so it is clearly seen that these present day churches, have and recognize as heads, or directing, ruling powers over them, the ancient founders of their various creeds, each contradicting the other, while their clergy, in conferences, councils, synods and presbyteries, variously interpret and enforce the “traditions of the elders” which “make void the Word of God.” These take the place of the true head of the church–Jesus–and the true teacher and guide into all truth, the Holy Spirit. Hear the Prophet Isaiah express it. (chap. 9:15.) “The ancient and honorable, he is the head, and the prophet that teacheth lies, he is the tail.” And the whole nominal system is described in the Revelation as “Babylon”–confusion–Papal mother and Protestant daughters. – w1882 Oktober pagina 5

De definitie van de kerk van Christus volgens Russell was zoals beschreven door Paulus in Romeinen 12:4, 5 waar wordt uitgelegd dat de gemeente als een lichaam functioneert, en elk ledemaat zijn eigen functie te bewerkstelligen heeft.

Verder in hetzelfde artikel beschrijft Russel dan ook hoe men lid van deze kerk (of lichaam) wordt of is:

In the light of what has just been said as to the class constituting the church which Jesus organized, it is evident that if you have given up all your will, talent, time, etc., you are recognized by Jesus as a follower, and member of the ekklesia, or body of which he is the head, whose names are written in heaven. Thus we join Jesus’ church and have our names recorded as members by consecration. But says one: Must I not join some organization on earth, assent to some creed, and have my name written on earth? No; remember that Jesus is your pattern and teacher, and neither in his words nor acts will you find any authority for binding yourselves with creeds and traditions of the elders, which all tend to make the word of God of none effect, and bring you under a bondage which will hinder your growth in grace and knowledge, and against which Paul warned you, saying, “Stand fast, therefore, in the liberty wherewith Christ hath made us free, and be not entangled again with the yoke of bondage.” (Gal. 5:1.)

In het OT

In het OT, wanneer Israel een talrijke natie werd, en in slavernij in Egypte leefde, zien we dat Jehovah één persoon uitkoos om de leiderschap van de natie op te nemen en hen uit het slavenland Egypte te leiden naar het Beloofde Land. Volgens traditioneel christendom was Mozes een voorafschaduwing van Jezus, en werd over Jezus gesteld in Deut 18:18,19: “een profeet zal ik hun verwekken uit het midden van hun broederen zoals gij zijt; ik zal mijn woorden in zijn mond leggen, en hij zal alles tot hen zeggen, wat ik hem gebied.” Wat door Paulus tot de Christus werd betrokken in Handelingen 3:19-23.

We zien doorheen heel het OT duidelijk dat er steeds een sterke leider was die de Natie Israël leidde. Meer nog, vaak hing voorspoed van de natie af van de gehoorzaamheid van deze leider aan God.
Nadat het volk murmureerde onder leiding van Korach, Dathan en Abiram, die uiteindelijk tezamen met hun huisgezin verzwolgen (de zonen van Korach hoorden hier blijkbaar niet bij (Nu 26:9-11)) werden er 70 oudsten aangesteld die wat van de heerlijkheid van God die op Mozes rustte, kregen om samen met Mozes te regeren.

We zien dus dat er in het OT altijd leiderschap is geweest. Of we het nu een besturend lichaam of vergadering van oudsten noemen, blijft hetzelfde.

Handelingen 15

Jehovah’s getuigen beroepen zich vooral op handelingen 15 om hard te maken dat de eerste eeuwse Christenen over een besturend lichaam beschikten. Zo staat er in het tweede vers: “Maar toen er van de zijde van Paulus en Barnabas geen geringe onenigheid en heel wat geredetwist met hen was ontstaan, troffen zij regelingen dat Paulus en Barnabas en enkele anderen van hen in verband met dit geschil zouden opgaan naar de apostelen en oudere mannen in Jeruzalem.”

Sommigen beweren echter dat Paulus en Barnabas naar Jeruzalem verwezen werden omdat de onenigheid zijn oorsprong daar vond, toch moeten we zorgen hier niet aan inlegkunde te doen. Vers 1 stelt: “En er kwamen zekere mannen uit Judea, die de broeders begonnen te leren: “Indien Gij u niet laat besnijden naar het gebruik van Mozes, kunt gij niet worden gered.” Ze kwamen dus uit Judea, en terwijl Jeruzalem hiervan de hoofdstad was wordt uit dit eerste vers niet duidelijk waar ze precies vandaan kwamen. Zoals je uit onderstaande kaart kunt opmaken was Judea veel groter dan uitsluitend Jeruzalem:

JudeaToch lijkt uit vers 5 dat ook in Jeruzalem die onenigheid aanwezig was door tot het Christendom bekeerde farizeeën: “… Maar sommigen van hen die afkomstig waren uit de sekte der Farizeeën en die gelovigen waren geworden, stonden van hun zitplaats op en zeiden: “Het is noodzakelijk dat men hen besnijdt en hun gelast de wet van Mozes te onderhouden.”

Toch moeten we hier ook meteen opmerken dat Paulus en Barnabas niet uitsluitend naar de apostelen en oude mannen gingen, maar naar heel de gemeente (Han 15:4) en berichtten ze over de wonderbaarlijke bekeringen die ze door middel van de Heilige Geest hadden verricht.

Het was uiteindelijk de apostel Jakobus die de knoop rond deze onenigheid doorhakte.

Uit deze verzen kunnen we echter verschillende dingen leren. Eerst en vooral dat Paulus en Barnabas, zich niet stil hielden in de gemeente, maar openlijk met deze mannen uit Judea in discussie gingen. Vervolgens legden ze hun probleem voor in Jeruzalem, maar bepleitten ze ook hun zaak door de gemeente, en met name de apostelen en oudere mannen duidelijk te maken hoe de Heilige Geest ook bij onbesneden heidenen werkzaam was.

Toch lijkt de gemeente in Jeruzalem een zekere leidende rol binnen de kerk te hebben gespeeld. Want vanaf vers 23 wordt er een brief geschreven aan de gemeente in Antiochië, om duidelijk te maken wat het standpunt van Jeruzalem in deze kwestie was. Belangrijk is hier echter dat aan heidenen eigenlijk praktisch geen lasten werden opgelegd, ze dienden zich “te blijven onthouden van dingen die aan afgoden ten slachtoffer zijn gebracht en van bloed en van al wat verstikt is en van hoererij.” (Han 15;29). Gebruiken die bij de heidenen in hun godenverering niet onbekend waren.

Handelingen 6

In handelingen 6 kunnen we nog een andere blik werpen op de apostolische kring. Hier zien we dat de apostelen zich blijkbaar vooral bezighielden met bijbelstudie, want we b.v. uit vers 2 waar staat: “De twaalf riepen daarop de hele groep leerlingen bij elkaar en zeiden: “Het is onverantwoord dat wij het woord van God verwaarlozen om te kunnen zorgen voor de ondersteuning.” Waarna er zeven mannen werden aangesteld die door de apostelen de handen werden opgelegd, een gebruik die gebeurde bij het aanstellen van ouderlingen en na het dopen van nieuwe bekeerlingen. Toch moeten we hier enige reserve bewaren. Uit vers 7 kunnen we vermoeden dat het hier om de gemeente in Jeruzalem ging, waarvan de apostelen deel uitmaakten.

Conclusie

Uit de geciteerde verzen kunnen we alvast leren dat de apostelen in Jeruzalem een zekere leidende rol speelden, maar dat dit geenszins te vergelijken was met de structurele, allesoverheersende regeling van het besturend lichaam zoals dat de dag van vandaag door Jehovah’s getuigen wordt beoefend. We merken ook dat de gemeente in Jeruzalem in handelingen 15 absoluut wilden voorkomen heersers over het Christelijk geloof genoemd te worden, daarom dat we Russell enigszins hierin wel kunnen volgen als hij zegt dat het belangrijkste de regel van liefde is.

Vaak had je ouderlingen in de gemeente, en werden de gemeentes vaak bijgestuurd door brieven die in het NT vooral van de hand van Paulus zijn, terwijl een “apostel der natiën” genoemd, toch niet tot de selecte groep van apostelen behoorde zoals die in de bijbel te kennen wordt gegeven, waar blijkbaar in eerste instantie Jacobus aan het hoofd stond.

We zien ook dat deze apostelen en oudsten van Jeruzalem geen alleenheerschappij hadden, maar luisterden naar anderen om beslissingen te vormen.