“God is liefde” (1 Joh 4:8)

Inleiding

Wat is geloof? Die vraag werd door de schrijver van de Hebreeuwen-brief kort samengevat: “Het geloof is de vaste grond voor wat wij hopen, het bewijs van wat wij niet zien.” (Heb 11:1)
Het gaat om een hoop, een bewijs van wat wij niet zien. Sommige mensen noemen ons naïef als we geloven, of erger nog, willen ons vertellen dat onze God onmenselijk is. Waarom geloven wij. Jezus zegt dat niemand tot de vader komt tenzij hij getrokken wordt (Joh 6:44). Herinner je nog dat moment dat je werkelijk tot geloof bent gekomen? Hoe je werkelijk Gods liefde op je voelde neerdalen… Zijn vrede. Waarschijnlijk voel je dat nog steeds. Zoals 1 Joh 4:8 zegt is Gods liefde, en daar draait het om in Gods leefwereld. Dat is wat je constant voelt. Als je verdrietig bent is hij het die je troost, als je eenzaam bent is hij het die je hand vastneemt. En dat zou ook het teken van zijn discipelen zijn: “Ik geef jullie een nieuw gebod: dat je elkaar liefhebt. Met de liefde die ik jullie heb toegedragen, moeten jullie ook elkaar liefhebben. Daaraan zal iedereen kunnen zien dat jullie leerlingen van mij zijn: als jullie onder elkaar de liefde bewaren” (Joh  13:34-35). Meer nog, de kerkvaders die onze christelijke overtuiging verdedigden tegen de critici zoals Fronto en Celcus, vonden dat één van de belangrijkste elementen waarom ons geloof waar was.

Toch zijn we vaak afgeweken van dit punt. Er zijn meer dan 30 000 religies die beweren christelijk te zijn. Velen van deze religies roepen zich uit als enige mogelijkheid tot redding, en zetten zich fel af tegen andere religies. Het Rooms Katholicisme heeft altijd veel te verduren gehad. Het protestantse idee dat het Rooms Katholieke geloof de anti-christ is waarover in de bijbel sprake is, is er bij velen met de paplepel ingegoten. Toch maakt de bijbel zelf duidelijk wat het onder anti-christ verstaat: “Kinderen, het is het laatste uur. U hebt gehoord dat de antichrist moet komen. Inderdaad, er zijn nu al vele antichristen opgestaan, en daardoor weten wij dat het laatste uur is aangebroken. Zij zijn uit ons midden voortgekomen, maar zij behoorden niet werkelijk tot ons. Hadden zij tot ons behoord, dan waren zij bij ons gebleven, maar het moest duidelijk worden dat zij geen van allen bij ons horen. ” (1 Joh 2:18-19) Even verder schrijft de schrijver van 1 Johannes: “Wie is de leugenaar? Wie anders dan hij die loochent dat Jezus de Messias is? De antichrist is hij die de Vader en de Zoon verloochent. Wie de Zoon verloochent, heeft ook de Vader niet wie de Zoon erkent, heeft ook de Vader.” (1 Joh 2: 22-23). Er is veel onenigheid in de christelijke wereld, en dat kan bijna ook niet anders, want we zijn allemaal individuen, met een eigen mening en ook een eigen relatie tot onze Vader. Maar in die onenigheid hebben we ook altijd de neiging de ander te oordelen naar zijn relatie tot onze Vader. Laten we daarom vooral in gedachten houden dat Jezus ons opdroeg elkaar lief te hebben.

Romeinen 2

Toen ik als kind van elf begon te roken, zei ik op een gegeven moment in gebed tot God dat ik zou stoppen met bidden. Ik heb dat zowat een week volgehouden, een eeuwigheid voor een kind. Ik wilde stoppen met bidden omdat ik had geleerd dat een “waar” christen niet rookt, dat je Gods goedkeuring niet kunt genieten als je niet al zijn geboden onderhoudt. Dat God niet naar je gebeden luistert wanneer je niet nauwgezet al zijn geboden opvolgt. Paulus geeft dan ook aan in Romeinen dat geloof het belangrijkste is (Rom 1:17). Meer nog, niemand “verdient” de heerlijkheid van God, omdat we allemaal zondaars zijn, en vele malen zondigen. (Rom 3:23) Herinner je nog hoe Paulus zei dat wat hij niet wilde, hij deed, en wat hij wilde hij niet deed? – Romeinen 7:19-25

Is het goed te roken? Iedereen zal het wel met me eens zijn dat het dom is te roken. En ik ken maar weinig rokers die niets liever zouden doen dan stoppen. Dat is het gevoel dat Paulus beschreef toen hij zei dat hij wat hij wilde niet deed. Jezus zei: hij die zonder zonde is, werpe de eerste steen. (Joh 8:7)

En dat is ook wat Paulus duidelijk maakt wanneer hij in Romeinen 2:1 zegt: “Maar dan ben jij, mens die oordeelt, wie je ook mag zijn, evenmin te verontschuldigen. Want met je oordeel over anderen veroordeel jij jezelf.”

Waarom doen we de wil van God?

Vele religies hebben een intens schema van wetten, verboden en geboden die hun leden moeten nakomen, op straffe van uitsluiting.
Dat idee is niet nieuw. Al in de eerste eeuwen van het christendom wordt beschreven hoe iemand kon uitgesloten worden, en lange tijd verstoken kon worden van Christelijk gezelschap, voordat hij genoeg “berouw had getoond” en terug in de gemeenschap kon worden opgenomen.

In een wachttoren (tijdschrift voor Jehovah’s getuigen) stond te lezen: “Hier is één voorbeeld van de goede resultaten die het kan hebben als een gezin zich loyaal aan Jehovah’s gebod houdt om niet met uitgesloten familieleden om te gaan. Een jonge man was ruim tien jaar uitgesloten. In die tijd gingen zijn vader, moeder en vier broers niet met hem om. Soms probeerde hij nog wel contact met ze te zoeken, maar ze bleven allemaal standvastig, en dat is te prijzen. Na zijn herstel in de gemeente zei hij dat hij de omgang met zijn familie altijd had gemist, vooral ’s avonds als hij alleen was. Maar hij gaf toe dat als ze zelfs maar een beetje omgang met hem hadden gehad, die kleine dosis voor hem voldoende was geweest. Omdat ze zelfs niet de minste communicatie met hem hadden, werd het intense verlangen om bij ze te zijn een van de redenen om zijn band met Jehovah te willen herstellen. Denk aan dit voorbeeld als je ooit in de verleiding komt met uitgesloten familieleden om te gaan.” (W 15/04/2012)

Maar wat is de reden waarom we tot God getrokken zouden moeten worden? Zou het onze familie moeten zijn, de mensen die we missen? Neen, het zou de liefde van God moeten zijn, want God is liefde.

Dat is ook de essentie van de wet en de profeten en zelfs van het evangelie: “Heb God lief” en “Heb je naaste lief”…

Wie is je naaste?
Jezus gaf dit mooi aan door ons de parabel van de barmhartige Samaritaan te geven. (Luk 10:31-35) Samaritanen kun je beschouwen als uitgesloten Joden. Ze hadden zelfs de bijbel “vervalst” (cf. de Samaritaanse pentateuch)… Toch wordt notabene een Samaritaan als de protagonist van Jezus’ verhaal beschouwd. Meer nog, volgens deze parabel kunnen we beter een afvallige Samaritaan zijn, dan een getrouwe Jood. Meer nog, wanneer Paulus de Korinthiërs onderwees zei hij: “Deze dingen blijven altijd bestaan: geloof, hoop en liefde, maar de liefde is het voornaamste” (1 Kor 13:13) Hoe schokkend, liefde staat zelfs voor geloof.

Maar is het juist niet die liefde die ons naar God gedreven heeft? Die drie belangrijke zaken worden in de brief aan de Romeinen verduidelijkt: “Gerechtvaardigd door het geloof leven wij in vrede met God door Jezus Christus onze Heer. Hij is het die ons door het geloof de toegang heeft ontsloten tot die genade, waarin wij staan; door Hem ook mogen wij ons beroemen op onze hoop op de heerlijkheid van God. Meer nog, wij zijn zelfs trots op onze beproevingen, in het besef dat verdrukking leidt tot volharding, volharding tot beproefde deugd en die weer tot hoop. En de hoop wordt niet teleurgesteld, want Gods liefde is in ons hart uitgestort door de Heilige Geest die ons werd geschonken” (Rom 5:1-5).