Een menselijk oordeel

Inleiding

Veel ex-Jehovah’s getuigen huiveren ervan. Ze werden immers vaak aan de kant gezet door een menselijk oordeel. Drie mannen die beslisten of ze hun familie nog ooit zouden spreken. Die beslisten of ze wel genoeg berouw over hun zonde hadden om toch nog tot de gemeente te behoren.

Mijn ervaring is dat Jehovah’s Getuigen hier niet lichtzinnig mee omgaan. Het is niet zo dat als je een zonde hebt begaan waar uitsluiting op staat dat je meteen uitgesloten wordt. Toch blijven het mensen, en dan is de neiging voor willekeur groot.

Jehovah’s getuigen zijn uiteraard niet de uitvinders van de ban. Heel wat kerken kennen/kenden een soort van ban, ja zelfs de Katholieken, waar een ban in de middeleeuwen je in een gevaarlijke positie kon brengen. De anabaptisten kenden een hele strenge uitvoering van de ban, zelfs met echtmijdingen, wat wilde zeggen dat je geen sociale omgang meer mocht hebben met je partner. Bij JG is deze toestand van het niet meer aanspreken van een uitgesloten persoon te danken aan een verkeerde vertaling van 2 Joh 10, 11. Ook de voetnoot heeft hier aan dat er ook zou kunnen staan: “en zegt hem niet zich te blijven verheugen”. In het koiné Grieks staat daar in de textus receptus: “καὶ χαίρειν αὐτῷ μὴ λέγετεχαίρειν is het infinitief van χαίρ wat “ik verheug mij” betekent. Letterlijk staat er hier dus “en zeg aan hem zich niet te verheugen” (μὴ is de ontkenning).

Niet oordelen is trouwens heel erg moeilijk. De mens is van nature dogmatisch en voelt zich geschaad wanneer een andere mens er een tegengestelde mening op na houdt. Dit is niet zo verschillend in de kerk.  Hoe vaak hoor je een christen zeggen: “als je dit of dat niet gelooft… kun je je moeilijk christen noemen” of “een christen is zus of zo”?

Toch zijn er dingen die voor een christen absoluut taboe zijn. Net voordat Paulus zei om niet te oordelen, want door te oordelen oordeelt ge uzelf (Rom 2,1), sprak hij over vruchten die niet bij een christen passen. De persoon die oordeelt wordt juist veroordeeld omdat hij dezelfde dingen doet. We dienen echter te geloven dat een broeder die iets doet wat wij onbetamelijk achten dat doet ter goede trouw, en dat het uiteindelijk de meester is die zijn slaaf over zijn daden aanspreekt. Dat kunnen we lezen in Rom 14:1-4:

“Aanvaard dan wie zwak is in het geloof, maar niet om over meningsverschillen te strijden. De een gelooft wel dat hij alles eten mag, maar wie zwak is, eet plantaardig voedsel.
Wie wel alles eet, moet hem niet minachten die niet alles eet, en wie niet alles eet, moet hem niet veroordelen die alles eet. God immers heeft hem aanvaard.
Wie bent u dat u de huisslaaf van een ander oordeelt? Of hij staat of valt, gaat alleen zijn eigen heer aan. Hij zal echter staande gehouden worden, want God is bij machte hem staande te houden.”

Dat is ook het misverstand dat hangt rond te term “eenheid”. Dat iedereen hetzelfde moet denken, om in eenheid met elkaar te kunnen zijn. Dat is de nauwe denkwijze van de term eenheid. Als je namelijk de context leest van Ef 4,5 waar Paulus spreekt over: een Heere, een geloof, een doop, wordt vervolgens ook uitgelegd wat die eenheid betekent: “Eén God en Vader van allen. Die boven allen en door allen en in u allen is.” (Ef 4:6)

1 Korinthiërs 5

In 1 Kor 5 wordt er gesproken van een hoererij die zelfs bij de heidenen als ongeoorloofd wordt gezien, dat zelfs een zoon de vrouw van zijn vader tot de zijne neemt (1 Kor 5,1).

Eigenlijk is de context van heel de eerste korinthe-brief in dat oogpunt geschreven. Er was namelijk veel te vinden bij de Korinthiërs die niet aan de normen van het christendom beantwoordden. Er was namelijk veel verwarring en zelfs (te oordelen naar de 2de korinthe-brief) veel onenigheid bij de Korinthische christenen. Er was echter ook veel hoogmoed bij de christenen in Korinthe… Daarom dat hij daarover schrijft in 1 Kor 5,2: “En u doet zich zo gewichtig voor: Kunt u niet beter treuren, om dan hem die deze daad begaan heeft, uit uw midden weg te doen.”
In eerste instantie mogen we de brieven van Paulus niet meteen als leerboeken voor ons gaan beschouwen. Het zijn brieven persoonlijk gericht aan een gemeente, die ook dingen bespraken die voor die gemeente geldig waren. Als we dat wel zouden doen, dan zouden we ook meteen letterlijk moeten nemen, welke daden Paulus aanhaalt waarop hij vraagt die personen uit de gemeente te verwijderen: “een ontuchtpleger, een hebzuchtige, of een afgodendienaar; of een lasteraar; of een dronkaard; of een rover: met zo iemand moet u zelfs niet eten” (1 Kor 5,11). We zien hier ook meteen dat het niet ging om mensen met een andere mening, maar mensen die daadwerkelijk dingen deden die eigenlijk niet door de beugel konden. Grove misdaden zeg maar.

Calvijn schreef over de praktijk die hier geopperd werd:

“Als de kerk iemand geëxcommuniceerd heeft, dient niemand intimiteit met hem te beleven; anders zou de autoriteit van de kerk  in gebreke worden gebracht, als elke individu de vrijheid bezat  om aan tafel te gaan met hen die niet aan de tafel van de Heer mochten aanzitten. Met “zo iemand zelfs niet te eten” moet begrepen wordt ofwel het tezamen leven, of familiaire omgang bij maaltijden. Als we naar een hotel gaan en iemand zien zitten die geëxcommuniceerd is aan tafel, dan verhindert dat ons niets om met hem te dineren; want ik heb niet de autoriteit om hem uit te sluiten. Wat Paulus bedoelt is, dat, in zoverre het in onze macht ligt, we het gezelschap van degene die de Kerk heeft afgewezen voor communie, moeten mijden.” (Calvins collected commentaries – eigen vertaling)

Verder gaat Calvijn erop in dat we niettemin hulp aan zo’n personen moeten bieden, daar we hen nog steeds niet als vijanden moeten beschouwen, maar als broeders (2 Thes 3,15)

De verwijdering van de persoon uit de gemeente, want hij was bekend als een broeder, was vooral om de gemeente te vrijwaren van zo’n praktijken, niet om hem helemaal uit te sluiten van het sociaal leven, wat een praktijk was die wel door de joden werden gebezigd voor afvalligen.

Verder wil ik hier ook voorzichtig een bedenking plaatsen bij het woord dat hier met eten wordt gebruikt. Dit woord is in het Grieks συνεσθίειν (eten samen met)… Interessant is namelijk dat het woord doorgaans voor eten gebruikt εσθίειν (eten) is. συν betekent samen met, de intense manier waarop kun je b.v. uitmaken van het woord συνέρχομαι wat “ik vergader” kan betekenen (een samenstelling van de woorden συν (samen met) en έρχομαι (ik kom), samenkomen dus).

Verder kan men bedenken dat de brief aan een kerk geschreven werd. De kerk in de eerste eeuw zag er enigszins anders uit dan hoe wij het de dag vandaag vieren; meestal kwam men tezamen in een particuliere woning, waar men eerst een eenvoudig maal nuttigde, om vervolgens hymnen te zingen en te luisteren naar schriftuitleg. Als we hierop doordenken kan het ook goed zijn dat Paulus het in deze trant bedoelde. Namelijk om hem uit onze kerk te verwijderen, ervoor als het ware te zorgen dat hij zich geen broeder meer kon noemen door hem te laten participeren in het kerkgebeuren.