Kunst met de K van kl***

Het zal u ontegetwijfeld al opgevallen zijn: het bijzonder groot ongenoegen van de besparingen op subsidies voor de kunst die Jambon en zijn regering willen doorvoeren. Op Facebook staat het bol van de profielen waarvan de foto voor 60 % geel is ingekleurd, en artiesten dreigen met stakingen, er zijn trouwens al acties gevoerd. Hier moet trouwens wel de kanttekening te worden gemaakt dat men de 60 % besparingen op projectsubisidies tot norm heeft vergevingen, wat niet helemaal strookt met de werkelijkheid.
Ikzelf vindt het bijzonder moeilijk een gedegen mening over dit aspect te gaan vormen, juist omdat ik enerzijds er te weinig van afweet. Ik weet b.v. niet hoe de subsidies worden toegekend. Toch zijn er enkele bedenkingen die ik wil maken.

Wat is kunst?

Al heel mijn leven vraag ik me af wat kunst nu eigenlijk is, en wie het bepaalt? Plato al maakte onderscheid tussen de wereld van de ideeën waar schoonheid er één van is, maar wij vullen dat subjectief in, er is niet iets als DE schoonheid. Zoals we het in Vlaanderen uitdrukken: “Over smaak valt niet te twisten.” Zo werd ooit schilderijen van Van Gogh gevonden in een kippenhok, die nu voor miljoenen over de toonbank gaan. Was het dan minder kunst in zijn eigen tijd, toen hij zijn schilderijen aan de straatstenen niet kwijt kon dan nu het geval is? Ook vandaag de dag zie ik dat: op bijna elk marktplein zijn wel mooie prentjes te verkrijgen voor een habbekrats, die niemand als kunst zou beschrijven, maar toch vind ik ze esthetisch een stuk mooier dan de meeste moderne kunst.
Als jonge student aan het kunstinstituut gingen wij ooit naar een museum van moderne kunst in Antwerpen, welke weet ik niet meer, maar daar stond een gigantische obelisk in Lego, is dat dan kunst?
Vaak heb ik het gevoel dat kunst vooral een kwestie van uitleggen is. Ik herinner me nog levendig de discussies gevoerd met mijn lerares kunstgeschiedenis over Piet Mondriaan, waar ik eigenlijk weinig kunst in zag (wat je trouwens niet mag zeggen). Dat Piet Mondriaan trouwens wel tegelijk klassiek ook kon schilderen bewijzen verschillende van zijn werken, maar neen, in zijn abstracte kunst zie ik weinig dat ik denk dat kan niet iedereen.

In kunst ligt het woordje kunde verborgen, en dat lijkt me dan ook de meest voor de hand liggende definitie: het is iets dat je kunt, dat je onderscheidt van andere mensen. Maar dan nog is er niet echt een graadmeter. Een chirurg b.v. wordt gemeten aan de diploma’s aan zijn muur. Niemand die er aan denkt om zich door een getalenteerde slager te laten opereren, hij mag nog zo behendig met het mes zijn als het wil. Toch zien we dat opleiding geen graadmeter is voor kunst. Er zijn bijzonder veel personen die geen opleiding hebben genoten en toch als kunstenaar geboekstaafd staan. Anderzijds merk ik dat een diploma wel vaak ook hier deuren voor je opent.

Kunst een beetje elitair?

Ilja leonard pfeijffer stoort zich in een column over schrijven over het feit dat thrillerschrijvers b.v. soms naar dezelfde subsidies dingen als schrijvers die zich meer met “kunst” bezighouden. Thrillers worden nu eenmaal door Ilja leonard pfeijffer niet als kunst beschouwd. Ik moet hem wel gelijk geven als hij stelt dat thrillerschrijvers het vaak niet nodig hebben, omdat ze nu eenmaal tot een populair genre behoren die net iets meer verkoopt dan andere werken. Ook Sylvie Marie maakt in haar protesttekst rond de besparingen op de subsidies op Facebook een onderscheid tussen kunst en commercie, waarbij iets dat goed verkoopt automatisch niet tot de kunst gerekend kan worden. Maar is dat zo? Is het niet beter te spreken van goed – niet goed? Kunnen we werkelijk kunst meten aan het aantal bezoekers die het kan bewegen? Hoe minder bezoekers hoe meer kunst? De thrillerschrijver behelpt zich met dezelfde instrumenten als de romanschrijver en doet er vaak ook evenveel moeite voor.
Ik herinner me nog een vraag van een goede vriend van me in mijn jeugd, die me vroeg of ik een groot of een beroemd schrijver wilde worden. Ik koos toen voor een groot schrijver, maar daar ben ik van teruggekomen. Hoe geweldig is het niet van je hobby je beroep te maken, en dat gaat misschien net iets gemakkelijker als je beroemd bent, dan uitsluitend groot. Volgens mij sluit de één de ander niet uit. Misschien moeten we net iets minder onszelf zo serieus nemen, en anderen juist niet.

Besparing op kwaliteit van leven toch belangrijker dan de esthetiek?

Ik heb niet meegedaan met het protest tegen de besparingen, omdat ik als persoon met een beperking ook de besparingen voel, en niet op het feit dat ik niet aan “kunst” kan doen, want dat kan ik wel, al verdien ik er dan geen duit mee, maar op de kwaliteit van mijn leven. Met de correctiefase op het persoonsvolgend budget zie ik dat vooral de onzichtbare beperkingen het hard te verduren hebben gekregen, en het baart mij zorgen dat ik hier minder protest heb gezien dan op de besparingen in de Kunst. Volgens het VAPH wordt er zorggarantie voorzien, dat wil zeggen dat iemand met minder punten, dezelfde garantie kan verwachten, maar is dat niet een beetje wensdenken, want hoe kun je dezelfde zorg blijven aanbieden voor minder geld? Er zal iets moeten inboeten, is het niet de hoeveelheid zorg, dan toch de kwaliteit van die zorg? De begeleidingsdienst waarvan ik gebruik maak, zal tegen het einde van de overgangsfase 7 voltijdse medewerkers moeten besparen, zeven, dat is veel, en dat baart mij meer zorgen dat de subsidies in de kunst, want dit gaat om de kwaliteit van mijn (en anderen hun) leven. Zonder kunst kan ik leven, al is het net iets minder mooi, maar zonder zorg…

Er dient dus overal op bespaard te moeten worden. Waar niet op bespaard lijkt te moeten worden is de politiek, met zijn overbezetting (vijf regeringen voor een land van 10 miljoen inwoners), met zijn riante uittredingsvergoedingen en riante lonen.

Halvering levensbeschouwelijk onderwijs?

Inleiding

Een tijd geleden werd het idee geopperd door de regeringspartijen om de lestijden levensbeschouwelijke vakken te halveren. In België is dat voor elke richting, ASO, TSO of BSO, twee uur per week. Meteen kwam, en dat kon iedereen je natuurlijk op een blaadje geven, hier reactie op uit de theologische richting. Er werd een petitie opgericht tegen dit voorstel die inmiddels al ettelijke duizenden keer is getekend. Met het gevaar door mijn collega theologen verguisd te worden beken ik dat ik deze petitie (nog) niet heb getekend. En wel oom verschillende reden.

Inhoud van de petitie

In de oproep staat het volgende te lezen:

Wij zijn leerkrachten r.-k. godsdienst die gaan voor hun vak. We doen dat met enthousiasme en competentie. We zijn overtuigd van de meerwaarde van ons vak: zowel voor de ontwikkeling van onze leerlingen als voor de toekomst van onze Vlaamse samenleving. Het leerplan r.-k. godsdienst is ons handvest. We onderhouden de beste relaties met onze collega’s van andere godsdiensten en levensbeschouwingen. Om een diepgaande vorming te kunnen garanderen, hebben wij twee lesuren per week nodig.

Dit vind ik namelijk een bijzonder nietszeggende verklaring. Het doet mij eerder aan als loons- en werkbehoud dan aan iets anders. “We hebben twee lesuren nodig”. Ik denk dat de leerkrachten geschiedenis net hetzelfde zeiden ten in de meeste richtingen hun lestijden werden gehalveerd, en misschien hebben zij nog veel meer reden hiertoe dan leerkrachten godsdienst.

Dat eeuwig gesleutel aan het onderwijs

Er is de laatste jaren bijzonder veel gesleuteld geweest aan het onderwijs, en de cijfers liegen er niet om: over het algemeen gaat het niet om verbetering. Noch voor de leerkracht, noch voor de leerling. Dus misschien moeten we onze handen er eens vanaf houden, of eens daadwerkelijk met alle leerkrachten èn leerlingen gaan praten alvorens veranderingen door te voeren.

Twee uur, andere invulling?

Ik heb in het middelbaar onderwijs geen godsdienst, maar zedenleer gevolgd. En van één school herinner ik me nog levendig die lessen: er werden bijzonder veel films gedraaid, we speelden quizen in de klas, of we discuteerden over een onderwerp. Het examen bestond uit het schrijven van een essay, die niet gequoteerd werd naar inhoud, maar naar lengte, als je b.v. een essay van, ik zeg maar iets, 1500 woorden schreef kreeg je een 8 en per vijfhonderd woorden meer kreeg je een punt meer. Dat vind ik alvast geen diepgaande vorming, als ik eerlijk mag zijn. In een andere school had ik me laten ontvallen dat ik wel geloofde, waarin wist ik toen trouwens nog niet, vanaf dan werd er elke les zedenleer een half uurtje gebruikte om gelovigen te bashen. Inmiddels is in wat r.k. godsdienst betreft al het één en ander veranderd, maar ik neig toch een voorstander te zijn naar het Nederlandse model, waar levensbeschouwing wordt gegeven. Dus een iets bredere vorming dan nu het geval is, maar nog altijd met een christelijke inval, want de toenemende seculariteit van onze beschaving laat ons al vaak genoeg onze roots vergeten. Nu bots ik vooral met de ideeën van b.v. iemand zoals Lieven Boeve, die het hekelt dat het theologisch onderwijs steeds meer ge(ver)vormd wordt naar religiewetenschappelijk onderwijs. Eerder dus een buitenperspectief dan een binnenperspectief. Dat het in zekere mate inderdaad problematisch is bewijst de discussie die enkele jaren geleden gevoerd werd omtrent de K in de KU Leuven, als invulling van Katholiek. Terecht maakt Lieven Boeve hier inderdaad de bedenking dat we moeten opletten niet teveel in de marginaliteit geschoven te worden als theologen.
Waar ik meer problemen mee heb is het idee dat een theoloog (ook) ten dienste staat van de kerk en de gemeenschap van gelovigen, waarmee uiteraard de Katholieke Kerk bedoeld wordt en de Katholieke gemeenschap van gelovigen. Ik vind dat je als theoloog dit moet overstijgen. Je staat inderdaad ten dienste van de geloofsgemeenschap, maar je bent als theoloog in eerste instantie wetenschapper in plaats van een katholiek. Het is bijzonder interessant hoe b.v. de theologen van de nouvelle théologie net voor VAT II zo verguisd werd door de Katholieke Kerk, heel moedig als je bedenkt dat de Katholieke kerk toen nog veel meer te zeggen had dan nu het geval was.

Dus de kerk weren uit het onderwijs, zonder geloof of religie te weren, vind ik, als “onafhankelijke” theoloog niet zo’n slechte zaak. Laten we de jongeren uiteindelijk zelf hun keuze laten maken, dat heb ik gedaan, zonder school, maar ook als theoloog vind ik me door verschillende richtingen die ik heb gevolgd gesterkt in mijn kennis van andere religies en heb ik met meer kennis van zaken ook expliciet voor het christendom kunnen kiezen. Geloof en religie zijn keuzes die iemand maakt, dat beseffen we in onze moderne tijd, veel meer dan vroeger waar het vaak een zaak van geboorte was. Ik geloof niet dat er toen zoveel meer geloof was, maar geloof was nu eenmaal inherent verweven in het dagelijkse leven; als je bekende niet te geloven kon dat je als zelfstandige failliet laten gaan, of als werknemer je job kosten, dus dan zwijg je uit levensbehoud, niet uit overtuiging.

Verder geloof ik wel dat het christendom terug iets hipper mag worden gemaakt. De meeste mensen zien het christendom nog steeds als veel klassieke rituelen en een man in habeit, maar luister eens naar muziek van Kari Jobe of de nu vaak gespeelde Lauren Daigle, deze hoeven helemaal niet onder te doen voor onze favoriete muziek, toch zijn het christenen die wensen de boodschap van het christendom over te brengen. Dat hipper maken zie ik vooral in protestantse kerken, en dan vooral de opwekkingsbeweging die sinds de 19de eeuw bijzonder omvangrijk is geworden. Dit hebben ze voor een groot deel precies te danken aan het luisteren naar jongeren, die uiteindelijk de volwassenen, en veel later nog de ouderen van de kerk. Het is volgens mij dan ook niet helemaal een wonder dat terwijl de meeste christelijke stromingen lijken te stagneren of te krimpen, juist deze lijken te groeien.

Afgestudeerd

Het is bijna een jaar geleden dat ik mijn laatste blog-post heb geplaatst. Dat heeft uiteraard verschillende redenen. Enerzijds was dit mijn masterjaar waarin ik een scriptie te schrijven had, en zoals iedereen weet is werken en studeren niet altijd evident, als je dan nog een scriptie te schrijven hebt, is er weinig ruimte over om nog andere dingen te schrijven. Verder ben ik met mijn redactrice bezig met het herwerken van mijn debuutroman, die, hoe kan het ook anders, over een jongen met autisme gaat en bijzonder autobiografisch is. Ik hoop in ieder geval dat het dit voorjaar gepubliceerd kan worden en dat jullie het mooi zullen vinden, want je mag dan verwaand zeggen dat je voor jezelf schrijft (en in zekere zin is dat ook wel zo) toch wil je ook geliefd zijn bij het publiek. Maar anderzijds wilde ik ook zwijgen doorheen dit masterjaar. Het is namelijk niet zo evident als “protestant” “katholieke” theologie te studeren. Ik zet de twee denominaties tussen aanhalingstekens omdat ik me niet graag in dat keurslijf laat gieten, ik hou niet van de vakjes: ik ben christen, punt, en ik kan het op fundamenteel punt geheel oneens zijn met jou, maar dat betekent niet dat ik meer of minder christen zou zijn dan jij. Laten we dus lekker een potje discuteren, maar daarna broederlijk samen een pint pakken. Er is al genoeg ruzie op de wereld, laten wij dus in ieder geval van elkaar houden als broeders. Dat is ook de belangrijkste reden waarom ik het als JG niet uithield, ik hou nu eenmaal teveel van anderen. En andere kant is dat ook de aantrekkingskracht. Hun tijdschriften hebben een bijzondere aantrekkingskracht op me, omdat ze me overstelpen met ervaringen van mensen die precies hetzelfde zijn als ik. Het laat je ergens bijhoren.

Dat heb ik op een gegeven moment ook in woorden uitgedrukt tijdens een mondeling examen, notabene met mijn lievelingsprof, die dan nog eens priester is, maar we konden het echt bijzonder goed met elkaar vinden. Hij was ook mijn promotor voor mijn bachelorscriptie en daar heb ik hem leren kennen als een nederige, maar bijzonder wijs persoon, en dat zowel wat levenswijsheid als kennis betreft. Ik zal hem missen.

Het is ook de reden waarom ik denk niet zo goed geschikt te zijn om te werken in het theologisch veld. Enerzijds zijn de mogelijkheden natuurlijk beperkt: het onderwijs of het pastoraal veld, maar dan moet ik me schikken naar de paus, en dat kan ik in ieder geval niet, wil ik ook niet, ik wil mijn eigen ding kunnen vertellen. Een angst trouwens die ik ook had bij het presenteren van mijn masterscriptie: zullen ze het wel eens zijn met me… Je punten hangen er uiteindelijk ook wel een beetje van af, en dat is wel één van de moeilijkheden tussen theologie en informatica, in informatica als je programma goed werkt weet je dat je tenminste wel iets goed gedaan hebt (al hangt het natuurlijk van meer af dan uitsluitend een werkend programma), maar in theologie is er, een beetje net zoals in het seculier postmodernisme, niet echt zoiets als goed en fout, het is veeleer een kwestie van uitleggen, en natuurlijk je uitleg staven met argumenten… Zo zei mijn begeleidster die als mijn proefkonijn van mijn masterproef diende ook dat haar oren tuitten van de verschillende ziensbeelden.

Dat is trouwens iets wat ik miste in de master, bijbelwetenschap, het komt wel aan bod, en ook mijn keuze heb ik hieromtrent wat ingevuld, maar te weinig. Je wordt iets teveel klaargestoomd als leraar godsdienst, en iets te weinig als theoloog (dat is uiteraard mijn persoonlijke mening). Dat heb ik wel ruimschoots goed gemaakt vind ik met mijn masterthesis die expliciet een bijbelwetenschappelijk thema behandelde: De onderwereld in het antieke jodendom, dus in de Bijbel en in de literatuur van de Tweede Tempelperiode. Zo heb ik trouwens ook het excuus gehad me even te verdiepen in enerzijds de deuterocanonnieke boeken, en vervolgens in Joodse literatuur zoals 1 Enoch, het boek Jubileeën… Bijzonder interessant moet ik zeggen; we behandelen ze vaak ietwat stiefmoederlijk, want zij worden niet als geïnspireerd gezien of heilig, maar aan de andere kant maken ze zoveel duidelijk van wat raadselachtig kan lijken in de Bijbel.

Om maar één voorbeeld aan te halen: in Genesis wordt Eva verleidt door de slang om van de vrucht van de boom der kennis van goed en kwaad te eten. Als christenen zien we hier vaak de Satan in die de slang als buikspreker gebruikte. Uiteraard is dat een christelijke interpolatie die door Joden niet gekend is. In het boek Jubileeën lees je dan ook over het geloof dat dieren in Genesis konden praten, een idee trouwens die ook bij verschillende evangelische stromingen niet vreemd is. Ik wil er in ieder geval nog wat verder aan werken (aan mijn masterproef bedoel ik). Ik kreeg het kritiek dat het nogal een breed onderwerp is, en daar ben ik het volmondig mee eens, het is dus nog lang niet af

Tot slot

Ik heb wel de bedoeling om mijn blog nieuw leven in te blazen. Dat is misschien mijn beste manier om iets met mijn theologische opleiding te doen. Verder ben ik nog lang niet klaar. Zo denk ik eraan ook de protestantse master af te werken, ik kan er alleen maar meer door te weten komen toch? IK hoop dat ik dan ook in de lange leste wat meer lezers naar mijn blog zal kunnen trekken. Maar alles op zijn tijd.

Java wordt commercieel

Inleiding

Ik hoor toch wat bezorgde stemmen omtrent de nieuwe release van Oracle Java 11. Java is immers sinds 2006/2007 vrij geweest dankzij velen hun inzet en niet op zijn minst die van James Gosling zelf. Nu lijkt het er dus inderdaad op dat Oracle in zekere zin deze ontwikkelingen terugdraait. Toch lijkt Oracle te zorgen voor een two-license model: OpenJDK, in feite het kleinere en lelijkere broertje van de JDK wordt verder uitgewerkt onder een GPL-licensie, en wordt zo goed als gelijkgesteld aan de commerciële JDK. Natuurlijk de zorg is dat een GPL-licensie een licensie-virus is, en dus verhindert dat code die met code onder deze licensie werkt, gesloten wordt. Is er dus nog toekomst voor commerciële applicaties onder java, zonder een commerciële licensie aan te schaffen?

OpenJDK

OpenJdkLogoEerst en vooral moet gesteld worden dat de veranderingen en het commercialiseren van de JDK al op til zijn sinds Java 9. Vanaf januari 2019 ondergaat Oracle JDK 8 immers een “End of Public updates” proces wat betekent dat er niet langer gratis updates zullen geboden worden voor commercieel gebruik. Echter sinds Java SE 9 voorziet Java in Oracle’s OpenJDK builds die vrij zijn voor commercieel gebruik.

OpenJDK heeft binnen Java altijd een beetje een nare bijsmaak gehad omdat Oracle’s JDK meer features, performanter en volgens velen stabieler was dan de OpenJDK. Echter heeft Oracle nu hard gewerkt om van OpenJDK een gelijkwaardige speler te maken als de Oracle JDK, zodat men bijna kan stellen dat het belangrijkste verschil de licensie is. Doordat Oracle zijn JDK nu commercieel maakt, wat betekent dat je het niet langer kan gebruiken in productie zonder Oracle vanaf dag één van zijn release te betalen (ontwikkeling en testen kunnen wel gratis) worden ontwikkelaars in de richting van OpenJDK geduwd, die de nieuwe standaard wordt onder een vrije licensie (GPL + CE)

De ontwikkelingscycli

Zowel voor Oracle’s JDK als OpenJDK zal er een ontwikkelingscyclus zijn van een nieuwe release elke zes maanden. We zien dat sinds Java 8 er al danig gewerkt is om op regelmatige tijdstippen in nieuwe releases te voorzien:

Versie Release date End of $free updates from oracle
Java 8 Maart 2014 Januari 2019 (voor commercieel gebruik)
Java 9 September 2017 Maart 2018
Java 10 Maart 2018 September 2018
Java 11 September 2018 Maart 2019 (misschien)
Java 12 Maart 2019 September 2019

Wat Oracle dus blijkbaar wil doen is zorgen voor langetermijnondersteuning die door klanten wordt betaald. De korte ontwikkelingscycli heeft vooral te maken met het opwaarderen van code geleverd door externe ontwikkelaars. Hier zie ik toch het probleem dat terwijl ik graag software zie vernieuwen (zoals Ubuntu vernieuwt zijn software ook ongeveer elke zes maanden) is dit voor ontwikkelingssoftware niet altijd handig. Je verwacht immers een stabiele basis om je code op te doen werken. Hiervoor kan de langetermijnondersteuning zeker van pas komen.

Keuzes

Dus vanaf Java 11 dien je de actieve keuze te maken. Oracle’s JDK 11 is niet langer vrij te gebruiken, al wordt het wel gratis ter download aangeboden, maar als je het in een commerciële applicatie wilt gebruiken dien je Oracle hiervoor te betalen. Of je gaat over naar OpenJDK die niet langer het lelijke, kleinere broertje is van Oracle’s JDK maar nu een volwaardig product, die buiten de licensie niet zo heel veel verschilt van Oracle’s JDK.

Je kan natuurlijk ook altijd bij Java 8 blijven, maar dus vanaf januari 2019 worden er  geen updates meer geleverd, wat vooral beveiligingsgewijs voor problemen zou kunnen zorgen.

Stuitende zelfhaat van de Vlaming

Inleiding

Vol nieuwsgierigheid heb ik vandaag eindelijk eens naar de uitzending van Pano gekeken omtrent Schild & vrienden. Ik was vol verwachting want de laatste drie dagen gaat het bijna nergens anders over op de wall van VRTNWS op facebook. Gelukkig ben ik nog lid van enkele andere groepen op facebook die mij het nieuws van de dag voorlegden, of ik zou een wereldvreemd knullie geworden zijn, die alleen maar over schild & vrienden kon praten. En om eerlijk te zijn ik snap de heisa errond niet zo goed. De journalist vertelt dingen, waarvan ik denk: heeft die de laatste twintig jaar onder een rots geleefd, of wat is dat met die journalist?

Schild & vrienden

Ik ben geen vriend van schild & vrienden, ik kende natuurlijk Dries Van Langenhove, maar als student èn als werkmens behoor ik nu eenmaal niet tot het doelpubliek van deze groepering. Als student ben ik ooit eens lid geworden van een studentenvereniging om mijn beste vriend tevreden te stellen die er de mond vol van had, maar meer dan veel vernedering tijdens de doop (en een winst van toen zo’n vierhonderd frank, ik moest namelijk snoepjes verkopen, waarvan ik het geld vriendelijk in eigen zak heb gestoken) herinner ik me er niet van). Jongensclubjes dus, niet zoveel speciaals. Verder ligt de tijd dat ik activistische gevoelens had al enige tijd achter mij, ik ben inmiddels de veertig gepasseerd, mijn leven is al grotendeels uitgestippeld. Toch moet ik bekennen dat ik van vrij links in mijn jeugd ben opgeschoven naar vrij rechts nu, om de traditionele woorden maar weer eens te gebruiken… Idiotie eigenlijk dat we nog steeds die woorden gebruiken uit een tijd dat de monarchie nog veel meer te zeggen had in een staat dan nu het geval is.

Maar goed… Dus even over de pano-reportage. Wat heb ik nu precies gezien? Een groepje vooral jongens (in sommige foto’s werden meisjes getoond, maar voor de rest bleven die uit beeld), die zich verzamelen rond een gemeengoed. Een vrij natuurlijk fenomeen, mensen gaan nu eenmaal vaak gelijkgezinden opzoeken, daar spreekt men liever mee, dan constant in debat te treden. Toch merk ik dat Dries gelijk heeft als hij zegt in een videoboodschap dat Pano aan framing doet. Enerzijds de bombastische muziek onder de filmpjes om maar een voorbeeld te noemen. Dan hoor ik de journalist pesten als synoniem gebruiken voor trollen. Mensen die nog nooit op Internet zijn geweest zullen inderdaad het verschil niet begrijpen, en de woorden van de journalist voor waar aannemen… Maar trollen is GEEN pesten, het is een vorm van activisme die door de meeste groepen wordt gebruikt. Door atheïsten op christelijke fora door christenen op atheïstische fora, door rechtsen op linkse fora en door linksen op rechtse fora. Persoonlijk heb ik nooit zo goed begrepen waarom iemand zich in een groep wil mengen waar hij helemaal niets mee heeft. Maar goed bijna elk forum heeft ze. Dan doet hij alsof de hiërarchie van een fora gelijk staat aan de hiërarchie binnen een organisatie. Daarmee bedoel ik het idee achter normies – strijders, leidman, whatever… Opnieuw iets dat schokkend kan overkomen voor iemand die nooit op het Internet komt, maar voor iemand die op het Internet komt is dat vrij normale taal… De meeste fora hanteren namelijk een soortgelijke structuur… Sommigen doen het met punten, b.v. vijf punten erbij als je reageert op iemand, twintig punten als je zelf een bericht post, of doen het via strings, zoals de eerste duizend berichten ben je een bakvis, de komende drieduizend berichten een gup en vanaf dan een shark, daarnaast heb je natuurlijk nog de moderators, de ultimate shark (de maker van het forum om maar iets te noemen), etc… etc… etc… Dus gewoon doorsnee forum-lingo.

Dan de memes, wat een selectieve verontwaardiging ik deze week hieromtrent heb gelezen. Misschien vertelt het iets over wat ik doorgaans op het Internet al heb gezien maar ik raakte er niet door gechoqueerd. Ik had vooral het idee dat het memes zijn gepost door jongens die wat stoer willen doen. Moest ik een documentaire moeten maken over wat ik elke dag op openbare fora en facebookgroepen zie dat kan ik meer choquerende beelden laten zien trouwens. b.v. de meme rond liever dood dan rood, ik denk dat zoiets al honderd jaar geleden gezegd werd door mensen die niet rood zijn. Zou ik zelf zo’n memes plaatsen? Neen, ik ben een vrij beleefde persoon op Internet, al moet ik zeggen dat ik er hard aan moet werken. Ik ben rond de eeuwwisseling op fora beginnen verschijnen en wat ik al naar mijn hoofd geslingerd heb gekregen, maakte dat ook ik verhardde en ook soms vrij paternalistisch en hard kan overkomen. Meestal als ik merk dat ik die richting uitga, neem ik een pauze van de fora om mezelf terug te herwinnen, want ja het kan er vrij hard aan toegaan. Maar opnieuw niets om je zorgen over te maken, beste mensen, een hoop jonge gasten die jonge gasten zijn. Wij waren in onze tijd niet anders, het probleem de dag van vandaag ligt hem vooral dat het vastligt in een gigantisch netwerk, en nooit meer verdwijnt, wij hadden gelukkig dat probleem niet, want het Internet bestond simpelweg nog niet in zijn huidige vorm. Ik herinner me nog een anekdote van een reis naar Joegoslavië waar ik kennis maakte met een familie Nederlanders, op een gegeven moment was het moppen tappen tijd en vertelden ze allemaal mopjes over de Belgen (wij dus, mijn zussen en ik), nadat ze gedaan hadden met moppen tappen waarbij wij niet erg positief werden afgeschilderd, zeiden ze tegen ons dat wij nu moppen mochten tappen over de Nederlands. Neen, ook wij vertelden racistische, seksistische moppen, maar wij hadden geen chatgroepen of fora waar het door anderen geheel uit hun context gerukt konden worden. Het positieve van het Internet (en tevens eigenlijk het negatieve; zo zag ik vandaag een meme die stelde: het is echt mogelijk om door te scrollen zonder iets te zeggen als je het ergens niet mee eens bent) is natuurlijk wel dat iedereen een stem gekregen heeft, ook de doorsnee man in de straat.

Ook de taal rond deze groepen van de journalist zijn polariserend, hij noemt ze geheim, alsof ze van nature in de grochten van de kelders een coup voorbereiden à la 1923. Het zijn gewoon besloten groepen, zoals er zovele zijn op het Internet. De journalist doet ook verontwaardigd wanneer vermeld wordt om geen dingen uit de besloten groep openbaar te maken. Eerst en vooral is dat heel normaal. Ik ben lid van verschillende besloten groepen en het kan zelfs je lidmaatschap van die groep kosten soms als je iets uit de groep openbaar maakt, juist daarom zijn ze natuurlijk besloten gemaakt, maar hoe geheim kan je zijn als je 900 leden hebt? De beleidsnota’s die ongetwijfeld bij het bedrijf van de journalist circuleren zullen toch ook niet openbaar worden gemaakt?

De grotere zorgen

Wat mij meer zorgen baart zijn de gevolgen rond deze heisa. Eerst en vooral is er de laatste drie dagen op de VRT bijna over niets anders gesproken, toch heb ik nog niemand van Schild & vrienden via de officiële kanalen aan het woord gehoord. Er wordt dus veel gepraat over, maar niet gepraat met. Alleen het Nieuwsblad vandaag bij de huiszoeking bij Dries Van Langenhove had ook het fatsoen Dries zelf aan het woord te laten.

Meer nog, de jongeman, die aan zijn laatste jaar master Rechten zou beginnen werd door de U Gent uitgesloten, zonder zelfs maar aan het woord gelaten te zijn of een eerlijk proces. Uitsluitend door een polariserend filmpje op de VRT. Dat het niet nieuw is mag gebleken zijn, want er zijn al verschillende mensen hun job kwijt geraakt door bedenkelijke uitspraken op b.v. hun facebookprofiel waar hun baas achter kwam. Doet me trouwens denken aan mijn eigen ervaring: als zestienjarige, toen ik straf kreeg en ik mocht schrijven wat ik wilde, terwijl mijn lotgenoten braaf het schoolreglement overpenden heb ik een ludieke essay geschreven wat ik van hun school dacht. Dat bleek in het verkeerde keelgat van de directie geraakt te zijn, waardoor ik de schoolpoort voor me gesloten zag en mijn jaar verloren ging. Ja, zwijgen was ik toen nog niet zo goed in.

Wat mij ook zorgen baart is de zelfhaat van sommige (linkse?) personen, zo was vandaag in de Afspraak in uitbreiding van de uitzending van Pano de hoofdredacteur van de Knack uitgenodigd geweest die in zijn blaadje had laten opschrijven dat racisme in het DNA gebakken zat van de Vlaming, als dat geen stigmatisering van een volledige bevolkingsgroep is dan weet ik het ook niet meer.

Creationisme leeft ook in België – Eerste scheppingscongres van het Logos Instituut in Vlaanderen

Inleiding

Een overrompelende opkomst was het op een snikhete 7 april niet  voor het eerste Vlaamse scheppingscongres van het Logos Instituut dat onder Nederlanders waarschijnlijk een stuk bekender is dan onder Vlamingen. Dat hadden de organisatoren blijkbaar wel voorzien: de Antwerpse evangelische Kerk in de Rogierstraat is een kerk van bescheiden grootte, vrij gemakkelijk toegankelijk voor mensen die met het openbaar vervoer kwamen. We moeten er met zo’n vijftig zijn geweest, wat de kerk zo tot de helft à drie kwart vulde.

Niet dat er geen problemen waren, maar zowel de lezingen als het onthaal waren goed verzorgd. ’s middags was er voor broodjes gezorgd om na het geestelijke ook het lichamelijke te voeden en tijdens elke pauze was er ruimschoots koffie en thee voorzien. Dit allemaal voor de prijs van 10 euro of als student 7.50. Daar hoef je heus dus je hand niet voor om te draaien.

De Bijbel

siebesmaAls theologiestudent boeide mij natuurlijk het meeste het eerste deel, waar vooral de Bijbel aan het woord gelaten werd.  Siebesma een emiritus hoogleraar aan het ETF in Leuven in het vakgebied van het Oude Testament en Bijbels Hebreeuws mocht de spits afbijten met een uiterst interessante lezing over de Hebreeuwse vorm in Genesis 1. Door evolutionaire gelovigen wordt namelijk nog al eens beargumenteerd dat dit eerste hoofdstuk van de Bijbel alle aanwijzingen heeft van een Hebreeuws gedicht… Maar dat lijkt buiten de Hebreeuwse taal gerekend te zijn. Het Hebreeuws kent namelijk vormen om poëzie mee te verwoorden en om narratieve teksten mee te beschrijven, en zo blijkt Gen 1 niet in de Hebreeuwse poëzievorm geschreven, maar in de narratieve vorm. Een belangrijke aanwijzing voor iemand die de Bijbel serieus wilt nemen.
Dirkzwager de tweede spreker ging in over het exodusverhaal die volgens de meeste wereldse archeologen uitsluitend tussen de bladzijden van de Bijbel te zien zijn.  Het probleem hiervoor lijkt echter vooral een chronologische. In Gen lezen we dat de Hebreeuwse slaven meewerkten aan twee steden namelijk Pi-Ramses (de beroemde stad van Ramses II) en Pithom. Nu blijkt men er vooral vanuit te gaan omdat de tekst spreekt over Pi-Ramses dat de farao van de Hebreeuwse exodus wel de beroemde Ramses II moest zijn. Maar rond die periode is er helemaal geen sprake van een volksverhuizing uit Egypte. Dirkzwager beargumenteerde dat het niet ongewoon is om in geschiedenisteksten anachronismen te gebruiken, dat doen we namelijk nog steeds in onze geschiedenisboeken waar we het niet hebben over Nieuw Amsterdam maar over New York als we het hebben over de opbouw van de beroemde Amerikaanse stad. En hier heeft Dirkzwager wel duidelijk een punt, want Pithom is nog veel jonger dan Pi Ramses, Pithom werd pas zo genoemd rond 800 vChr, één van de argumenten waarom het eerder ten tijde van de ballingschap zou zijn geschreven dan zoals de traditie beweert, ten tijde van Mozes. Ten tijde van de joden heette pi Ramses Amaris en volgens Dirkwager was de Farao ten tijde van Mozes Khenefres. Hiervoor haalde Dirkzwager enkele rake argumenten aan, die zeker voor ons gelovigen de moeite van het onderzoeken waard zijn.

Een soort van intermezzo werd ingelast door Jan Van Meerten die even reclame wilde maken voor het Logos Instituut en waarvoor dit instituut stond. Jan Van Meerten is een bevlogen spreker en heel aangenaam om naar te luisteren.

Geologie

Het eerste blok na de middag werd gespendeerd aan het hart van de evolutie, namelijk geologie. Ing Stef J. Heerema verdedigde een theorie ten voordele van de zondvloed.  Een vrij complex gedeelte rond zoutformaties en ijsformaties die duidelijk eerder voor een zondvloedmodel spreken da voor een oudeaardemodel en plaatverschuivingen. Ook Heerema, een Vlaming naar zijn accent te oordelen, was gepassioneerd over zijn vakgebied en kon er vrij goed over vertellen, al was het voor een leek wel even de aandacht erbij houden.
Ingenieur Gert-Jan van Heugten, die op het punt stond naar een archeologische site te vertrekken om onderzoek te doen naar dino’s, besprak het idee of mens en dino ooit tezamen hebben geleefd. Volgens de traditionele theorieën zijn de dinosaurussen miljoenen jaren eerder uitgestorven voordat er mensen op het toneel kwamen. Meestal wordt aangenomen dat ze zijn vernietigd door de inslag van een meteoriet, maar opnieuw deze theorieën zijn uiterst speculatief en de bewijzen minimaal… Meer nog, als je de Bijbel leest wordt er gesproken over Leviathan en Behemoth, vaak wordt b.v. Behemoth vertaald met nijlpaard of olifant, maar dat klopt in het geheel niet met de beschrijving. Toch zijn er uitgestorven dinosaurussen die veel weg hebben van deze mythische wezens. Ook het feit dat over heel de wereld verhalen over draken worden verteld speelt in het voordeel van de theorie dat mens en dino elkaar in het verleden hebben ontmoet. Gert-Jan van Heugten kon het in ieder geval goed weergeven, waarom hij dat op blote voeten deed is mij echter een raadsel.

Afsluiting

Het laatste blok leek mij het minste interessant en werd vooral gegeven door personen die op die vlakken geen specialisten waren, wat niet wil zeggen dat ze op hun eigen manier in hun eigen vakgebied geen specialist waren. Johan VanBrabant, waarvan tot de laatste minuut bijna werd afgevraagd of hij het congres wel zou halen, was een geweldige spreker. Terwijl de inhoud van zijn lezing naar mijn mening niet zo interessant was en net iets teveel informatie bevatte, kon hij enorm gepassioneerd vertellen, ik had dus heus nog een uurtje naar hem kunnen luisteren. Even werd hij wel door een kritische noot uit het publiek uit het lood geslagen, maar die heeft hij mooi van weerwoord voorzien.

Besluit

Het Logos Instituut heeft al jaren ervaring met het organiseren van congressen, besprekingen en conferenties en dat zie je in de gelikte manier waarop dit congres was georganiseerd en is verlopen. Mooi was dat ze er geen kopie van wilden maken naar Nederlands model, met uitsluitend Nederlandse sprekers, ze hebben een gezond evenwicht proberen te vinden tussen Nederlandse en Belgische sprekers, al moet ik toegeven dat ik altijd geboeider kan luisteren naar een Nederlandse spreker, hij lijkt iets beter te kunnen vertellen.
Ook kwamen we als congresgangers niets tekort: tijdens de pauze was ruimschoots koffie en thee en zelfs gebak voorzien, en tijdens de middag was de lunch ruimschoots voldoende, al wil ik die Nederlanders wel even op het hart drukken om boter achterwege te laten.

Geen stormloop dus, maar ik zou elke persoon met vragen rond dit onderwerp aanmoedigen een congres van Logos bij te wonen, je wordt niet op het schavot geplaatst als je een andere mening bent toegedaan, maar leerzaam is het wel, en de sprekers hebben vaak genoeg sporen in hun vakgebied verdiend om erover te kunnen spreken. Niet elke creationist is een ongeschoolde arbeider die te dom is om te horen of het in Keulen heeft gedonderd (of zoiets) zoals vele atheïsten ons willen doen geloven.

Het volgende Vlaamse scheppingscongres zal plaatsvinden op dezelfde plaats op 22 september 2018, hier kunt u zich alvast inschrijven al is er nog niets over de sprekers bekend: https://logos.nl/evenement/bijbel-en-wetenschap-tweede-vlaams-creationistische-congres/

 

Aan de moeders van kinderen met autisme die het beu zijn

Toelichting

Naar aanvang van het nieuwsbericht dat een moeder haar dochter een middel heeft toegediend net zo giftig als bleekmiddel, omdat ze had gelezen dat dat haar kind van autisme kon genezen, heb ik dit stukje geschreven. Misschien is het choquerend te horen, maar als persoon met autisme begrijp ik die moeder ook… Ik schrijf uiteraard niet in naam van alle autisten, ik schrijf in naam van één autist, namelijk mezelf.

Lieve mama,

Ik weet dat je van me houdt, meer dan van het leven zelf, dat heb je zo vaak verteld toen ik nog een baby was en enkel jouw gezicht zag als een vast en zekerheid. Dat je niets liever wil dan dat ik opgroei tot een gelukkige stabiele volwassene, dat is toch wat elke ouder voor zijn of haar kind wil? Je had zo’n grote verwachtingen, nog voor ik geboren was. Verwachtingen die je nu bijna elke dag, op aanraden van dokters moet bijstellen. Elke dag zie je me weer thuiskomen na een drukke dag op school, en zou je liever hebben dat ik ergens anders bleef, ik weet niet of dat beter zou zijn, maar jij kan mij wel wegdoen, je kan zelfs weglopen van me… Maar ik kan niet weglopen van mezelf.

Elke dag beloof ik mezelf dat ik een beter kind voor jou zal zijn, je zal sparen van het verdriet en de paniek die in mijn onderbuik elke dag borrelt tot het overkookt. Elke dag wil ik een beter mens zijn, een betere leerling voor de juf. Elke dag sta ik op met het vaste voornemen te doen wat iedereen van mij verlangt, en wat bij anderen zo natuurlijk lijkt te komen: een hand te geven aan de nieuwe mensen die op mijn pad komen, zelfverzekerd in de ogen te kijken als ik iemand moet spreken, en vooral niet achter je been wegschuilen omdat ik bang ben voor de nieuwe gezichten die mij tegemoet komen, en al zeker niet schreeuwen als vermoord als iemand me aanraakt. En toch doe ik het elke dag weer. En dan is er opnieuw die morgen, soms uitgeslapen, want hoe vaak lig ik niet te piekeren over dingen waar ik eigenlijk niet over zou moeten piekeren, alleen in mijn kamer, waar niemand me kan overprikkelen of me angst aan kan jagen, en dan maak ik weer die loze beloftes, maar dan komen ze, de dingen die ik niet ken, niet begrijp, niet verwacht, en dan voel ik het borrelen en borrelen tot het overkookt, want overkoken zal het doen, dat weet ik vanaf het moment dat ik het voel borrelen. Ik ben net zo machteloos als jij, mama, ondanks de beloftes.

Ik stel teleur, dat weet ik, en dat hoor ik vaak genoeg, en dat terwijl ik ‘s morgens alleen op mijn kamer mezelf zo heb beloofd om niet teleur te stellen.

Vandaag heeft iemand me gezegd dat je kan genezen door het drinken van bleekmiddel… Als je me zou vragen om het te drinken, zodat ik zou genezen, dan zou ik het doen, misschien nog meer voor jou dan voor mezelf, want ik wil niets liever dan je een gelukkig, stabiel kind geven.

Hiervoor heb je niet getekend, dat weet ik. Het vraagt teveel, en de wereld begrijpt het niet, omdat ik het borrelen kan verhinderen van koken tot ik bij iemand ben die ik vertrouw, en de enige die ik echt vertrouw ben jij. En dan is het allang meer dan koken, is het als een vulkaan die uitbarst. Dan doe ik je pijn, omdat ik weet dat jij de enige bent die ik mag pijn doen, en toch nog van me zal houden. Jij bent namelijk de enige die ook nadat mijn masker is afgevallen, en ondanks dat je me een lastig kind zal vinden, toch de volgende dag aan mijn bed zal staan om mij wakker te maken. Dat weet ik, dat is de zekerheid die ik heb.

Misschien moet je een nieuw kindje maken, zonder autisme, die je geen tranen in de ogen geeft, maar een glimlach rond je lippen. Waar je als kind geen zorgen over moet maken hoe het van school zal komen, of waar je je geen zorgen over moet maken dat het als tiener midden in de nacht je zal opbellen om het te komen halen omdat het liever dood wil dan nog lege omhulsels te zien, waar je je geen zorgen over moet maken of het ooit meer zal zijn dan een zorgenkind, je geen zorgen over moet maken wat er met hem of haar zal gebeuren als jij er niet meer bent. Ja, dat verdien je, dat had je eigenlijk verwacht voordat ik geboren was.

Want ja, net zoals het jou pijn doet om mij ongelukkig en overprikkeld te zien, doet het mij pijn jouw ongelukkig te zien met mij.

Ik doe alles voor je, mama, ja, zelfs weggaan, want dat kan ik wel voor jou doen, ondanks dat ik maar niet kan vluchten van mezelf. Zo vaak heb ik dat geprobeerd, ik zet dan mijn hoofdtelefoon op mijn oren waarin Epica maar door blijft schreeuwen en dan sluit ik mijn ogen, want haar schreeuwen is mooier dan het mijne.

Het enige wat ik maar niet lijk te kunnen, en waar jij zo naar verlangt, is mij gelukkig toveren, mijn borrelend schreeuwen vermanen te kalmeren.

Ja mama, jij bent het beu, dat begrijp ik, maar meer beu dan mij zal je het nooit worden.