Boekrecensie: Leaving the witness – Amber Scorah ****

Amber Scorah, inmiddels een student aan Harvard Divinity School (in iets van Religie en Samenleving), heeft met Leaving the witness – Exiting a Religion and Finding a Life, een interessant, maar eigenlijk vrij triest boek geschreven over het verlaten van de Jehovah’s Getuigen. Haar geloofstwijfel kwam er op een niet bijzonder gemakkelijk moment, namelijk midden de tijd dat ze missionaris was in China (voor de Jehovah’s Getuigen natuurlijk). Maar ze beschrijft wel mooi hoe eigenlijk juist de omgeving van China die geloofstwijfel mogelijk maakte. In China, juist door de verbodsbepalingen, golden niet dezelfde regels voor Jehovah’s Getuigen als dat hier in het westen wel het geval was. Zo wordt er langs hier afgeraden om wereldse (dat zijn mensen die niet tot de religie behoren) vrienden te maken, wordt er twee dagen in de week naar een koninkrijkszaal gegaan en wordt er verder georganiseerd gepredikt. Al dit vond/vindt in China niet plaats. Daar wordt aangeraden om zoveel wereldse vrienden als mogelijk te maken, die uiteindelijk tot je potentieel predikingsgebied behoren en wordt er enkel op zondag in het geheim aanbeden. Ook het prediken gebeurt er heel informeel. De Bijbel wordt er pas ter sprake gebracht wanneer zeker is dat dit kan en je niet te maken hebt met spionnen van de regering. Hierdoor hebben Jehovah’s Getuigen in China een iets grotere vrijheid en ruimte om eigen denkbeelden te ontwikkelen dan dat Jehovah’s Getuigen hier in het Westen hebben.

Uiteindelijk krijgt ze het voor elkaar een boeiende job als podcast-medewerker en uiteindelijk ook als presentator in de wacht te slepen. Op die manier ontmoet ze een Amerikaan, ver van China verwijderd, namelijk in Los Angeles waar ze bijna dagelijks begint mee te communiceren. Uiteindelijk komt ook het onderwerp van geloof ter sprake en krijgt hij het voor elkaar om twijfel in haar hart te zaaien. Persoonlijk vind ik zijn argumenten nogal ondermaats en verbaast het me dat een “overtuigd” Jehovah’s Getuige zich door zulke argumenten om te tuin zou laten leiden. Ik heb dan ook het gevoel dat ze nooit een bijzonder “overtuigde” Jehovah’s Getuige is geweest. Ze werd in haar kindertijd door haar grootmoeder (haar ouders waren inactieve getuigen) meegesleept naar de vergaderingen waar ze vooral een angst voor armageddon kreeg en het gevoel erbij te horen wel erg kon smaken. Uiteindelijk werd ze voor een eerste maal uitgesloten wegens hoererij, maar voelde ze zich in de wereld niet zo goed. Uiteindelijk keert ze terug door deze de liefde met die man op te geven. Eigenlijk bijzonder treurig omdat ze zelfs op haar huwelijk eigenlijk veel meer voelt voor die persoon die ze opgegeven heeft dan voor haar eigen man.

Het boek heeft een mooi relaas over haar tijd als Jehovah’s Getuige, maar ook de tijd er kort na in China, een communistisch land waar het niet vanzelfsprekend is om gelovig te zijn. Verder maakt ze ook heel duidelijk dat ze spijt heeft nooit gestudeerd te hebben (dit wordt binnen de contreien van Jehovah’s Getuigen afgeraden), wat ze tegenwoordig bijzonder goed probeert te maken.

Het boek is heel goed geschreven, maar soms dreigt ze te fel uit te weiden, ook over Chinese gewoontes, waardoor er hier en daar wel een saai stukje in te vinden is (maar misschien is dit eerder smaak). Maar bovenal is het een diep treurig verhaal van een meisje dat precies nooit haar plaats in de wereld weet te vinden. Ik hoop dat ze dat nu, als volwassen afvallige Jehovah’s Getuigen met een kindje wel heeft weten te vinden.

Leaving the Witness: Exiting a Religion and Finding a Life
Publicatiedatum: 2019
Uitgeverij: Viking
Hardcover 288 pp.

Jehovah’s getuigen en kindermisbruik – het rapport

Inleiding

Zowat een maand of twee geleden werd het rapport “Seksueel misbruik en aangiftebereidheid binnen de gemeenschap van JG” gepubliceerd. Een rapport die onderzoekt wat in de titel staat naar aanvang van een onderzoek gedaan door de Universiteit Utrecht.

Er is veel te doen op het moment rond Jehovah’s getuigen en kindermisbruik. In verschillende landen zijn al onderzoeksrapporten gepubliceerd zoals Australië, het Verenigd Koninkrijk en hier in België. Dit betreft een Nederlands onderzoek. Jehovah’s getuigen hebben veel moeite gedaan om te verhinderen dat dit rapport openbaar zou worden gemaakt. Volgens mij was dat echt niet nodig. Het rapport is enerzijds zeer neutraal en anderzijds bijzonder verzoenend naar Jehovah’s getuigen toe. Ook de aanbevelingen die het rapport doet zijn zelfs binnen Jehovah’s getuigen goed haalbaar. Het rapport is in feite een verademing tussen de zeer emotionele stemmen zowel pro als contra die men te horen krijgt. Verstaanbaar, want kindermisbruik is een bijzonder emotioneel thema, maar anderzijds wordt er steeds een zeer zwart-wit conclusie getrokken.

Het rapport

Eerst en vooral mag benadrukt worden dat Jehovah’s getuigen heel goed hebben meegewerkt aan het rapport, en dat zowel het bestuur als individuele leden. Van de personen die (een deel van) de enquète hebben ingevuld, waren zo’n 48 % nog steeds Jehovah’s getuige. Bij de tien diepteinterviews die werden afgelegd was dat 60 %. Dit getuigt ook voor het rapport die blijkbaar geprobeerd heeft een zo evenwichtig mogelijke analyse te bekomen van Jehovah’s getuigen en ex-Jehovah’s getuigen.
Je merkt dan in feite ook een duidelijke discrepantie tussen de beleving bij Jehovah’s getuigen en bij mensen die niet meer Jehovah’s getuige zijn. Het algehele rapport cijfer was een 3.3, maar dit geeft enerzijds ook een beetje een vertekend beeld omdat het meest gegeven cijfer een 1 was. 57 % heeft dit cijfer gegeven. 75 % van de respondenten gaven de afhandeling door Jehovah’s getuigen van de kindermisbruikzaak die ze rapporteerden een onvoldoende. Toch moet rekening gehouden worden dan 10 % van de respondenten de afhandeling een 8/10 geven, wat dan weer een vrij goed cijfer was. Interessant is dan ook de discrepantie tussen Jehovah’s getuigen en ex-Jehovah’s getuigen: terwijl ex-Jehovah’s getuigen een gemiddelde van 1.5/10 gaven, was dat bij Jehovah’s getuigen een krap voldoende 5.8/10. Dit laatste cijfer is niet zo heel veel lager dan het gemiddelde cijfer dat men aan de politie gaf, nl. 6.6/10. Opnieuw waren de ex-Jehovah’s getuigen hier iets kritischer dan de Jehovah’s getuigen zelf

Al bij al dus, terwijl er zeker verbeteringen moeten komen, lijkt de afhandeling niet “dramatisch” slecht te zijn. Men moet ook rekening houden dat je met een vorm van rancune achterblijft bij misbruik, die heel moeilijk te compenseren valt. Je bent namelijk in je integriteit getroffen, meestal door personen die je vertrouwde of waarbij je je veilig voelde.

Het grootste probleem bij Jehovah’s getuigen ligt natuurlijk bij de discrepantie tussen zonde en misdrijf. Jehovah’s getuigen, terwijl ze het zelf in een hedendaagse beschrijving een misdrijf noemen, behandelen eigenlijk alleen maar zonden. Een comité wordt niet opgestart om een misdrijf onder de loep te nemen en adequaat te straffen, maar om te kijken of de zonde groot genoeg is, en zonder berouw is gebeurd, waardoor uitsluiting mogelijk wordt.
Zelf snap ik ook wel dat je niet met de dader van je misdaad geconfronteerd wilt worden, zoals nog in dezelfde koninkrijkszaal te zitten als die persoon, maar het is heel moeilijk hier een duidelijke oplossing voor te vinden. Daarom dat velen de Jehovah’s getuigen hebben verlaten, en anderen zelfs naar een andere koninkrijkszaal zijn beginnen gaan. Maar eigenlijk verschilt dat niet zoveel van hoe er in de maatschappij met de misdaad om kan worden gesprongen. Als je de persoon in kwestie zijn vrijheid teruggeeft, kan hij zich opnieuw overal vestigen, en is de kans ook groot dat je met hem/haar terug in aanraking komt. Misschien zou een Amerikaans model, waarbij een zedendelinquent zich bij elke verhuis terug moet melden bij de politie een oplossing zijn. Binnen de Jehovah’s getuigen is het euvel dat men met zijn dader wordt geconfronteerd iets groter omdat ze een kleinere gemeenschap vormen. Hiervoor zie ik niet meteen oplossingen, tenzij misschien iemand voor altijd uit te sluiten, maar dat is natuurlijk binnen de gedachtegang van Jehovah’s getuigen niet mogelijk.
Wel ben ik een absolute voorstander om elk misbruik, of zelfs elke misdaad, aan de autoriteiten aan te geven, zodat die hun werk kunnen doen over het strafgehalte van de zaal. Daar mogen Jehovah’s getuigen zich niet boven stellen.

De aanbevelingen

Zoals al gezegd zijn de aanbevelingen bijzonder verzoenend en zeer neutraal. Ze zijn ook over het algemeen heel haalbaar binnen de Jehovah’s getuigen. Ik vond het dan ook vreemd hoe ze te keer gingen tegen dit rapport. Ze zouden het misschien beter kunnen aanvaarden en er hun lessen uit trekken. Is het niet belangrijk dat we de kinderen, ook binnen de Jehovah’s getuigen gemeenschap beschermen, tegen personen die het niet zo nauw nemen met hun bescherming?

De volgende aanbevelingen werden gedaan:

  • Heb meer aandacht voor (vermeende) slachtoffers;
  • Vervlecht intern tuchrecht met extern strafrecht;
  • Richt een intern meldpunt in voor slachtoffers van seksueel misbruik;
  • Breng jaarlijks verslag uit van de activiteiten van het intern meldpunt;
  • Train en onderwijs ouderlingen;
  • Investeeer in openheid en transparantie;
  • Investeer in een cultuurverandering. Misschien is deze het moeilijkst haalbaar binnen Jehovah’s getuigen, omdat men aanraadt vrouwen toe te laten in de hiërarchie. Dat zou een verregaande aanpassing vragen van hun regels die ze waarschijnlijk niet kunnen waarmaken.

Het rapport is hier te downloaden.

Boekrecensie: Reviewing 2013 New World Translation of Jehovah’s Witnesses – Edward D. Andrews **

Eigenlijk zou ik kunnen volstaan met de stellen dat dit boek niet levert wat de titel belooft. Alleen al daardoor verdient het amper sterren. De NWV wordt er amper in naar voren gehaald. Eigenlijk worden vooral andere Bijbels over de hekel gehaald vooral op enkele punten waar de dogma’s van Jehovah’s getuigen wordt gevolgd, vooral dan op het gebied van de onsterfelijkheid van de ziel. Voor Nederlandstalige lezers zal het trouwens ook een beetje een ver-van-hun-bed-show zijn omdat de meeste geuite kritiek op andere vertalingen, dan met name het vertalen van Gehenna, Sjeool en Hades door hel in de modernere Nederlandstalige vertalingen allang niet meer gebeurt.

Verder maakt hij elementaire fouten op het gebied van geschiedenis. Zo gaat hij mee in de uitleg rond Gehenna die de Jehovah’s getuigen eraan geven. Maar als je b.v. het boek 1 Enoch leest dat gedateerd wordt tot zo’n 3 eeuwen voor onze jaartelling dan merk je dat de uitleg van Gehenna allang was vergeestelijkt en dat het dus heel goed kan dat Jezus bij het verwijzen naar Gehenna naar veel meer verwees dan uitsluitend de vuilnisbelt buiten de muren van de stad (hoeft trouwens niet, maar de optie moet wel open gehouden worden). Hij gaat ook zelden in op de vertaalkeuzes van deze bijbelvertalingen waardoor je eigenlijk bijzonder weinig informatie krijgt.

Verder betrap ik hem er verschillende keren op dat hij in bijbelvertalingen Lord zelf veranderd heeft in Jehovah. Iets dat ik een zichzelf respecterende wetenschapper niet snel zal zien doen. Het was trouwens de reden dat ik even dacht dat hij zelf een Jehovah’s getuige was, maar dat blijkt niet, want hij heeft nog enkele andere werkjes geschreven waar hij bepaalde stukken van de leer van Jehovah’s getuigen bekritiseerd.

Over Edward D. Andrews is er trouwens sowieso niet veel te vinden. Gewoon dat wat hij over zichzelf zegt, namelijk dat hij een Master of Divinity en een master of Biblical studies heeft. Verder is hij amper vijftig en zou al 77 boeken geschreven hebben. Ik wou ook even de uitgeverij doorlichten, daar ik die niet kende, en er toch zeer veel waarde zit achter een uitgeverij, zo mag je zeker zijn dat uitgeverijen zoals Mohr-Siebeck of Eerdmans wetenschappelijk correcte informatie zullen publiceren waar er danig aan gewerkt is geweest. Nu blijkt deze Edward D. Andrews zelf de CEO te zijn van Christian Publishing House, de uitgeverij van dit boekje. Ik voelde al enige nattigheid toen ik merkte dat Christian Publishing House vooral blijkbaar boeken uitgaf van Edward D. Andrews. Terwijl dat uiteraard op zich niets wil zeggen, neigt het wel te denken dat het boek eerder een self published item is waar weinig mensen de correctheid van de gegevens hebben getoetst, laat staan dat het door peers werd getoetst.

Het grote probleem met het boek echter is dat het meer weg heeft van een sektarisch traktaat, met heel veel dogmatische informatie in de vorm van korte essays. En dat is natuurlijk niet wat je verwacht van een boek dat beweert de 2013 uitgave van de NWV te bekijken. Dan verwacht je dat de schrijver zich inlaat met vertaalproblemen, maar dat doet hij zo goed als nergens, al zeker niet wat de NWV betreft. Verder is de structuur van het boek bijzonder verwarrend. Het is niet altijd duidelijk wanneer hij de mening van iemand anders of zijn eigen mening verhaald, omdat hij heel inconsistent is met aanhalingstekens en zo goed als geen structuur in het boek heeft aangebracht.

Ik voel me dus met andere woorden wel een beetje bedrogen.

Commentaar op de eigen lof van de JG op de NWV

Inleiding

Op hun eigen site kun je volgend artikel lezen omtrent hoe nauwkeurig Jehovah’s Getuigen hun eigen Nieuwe Wereldvertaling vinden: https://www.jw.org/nl/jehovahs-getuigen/faq/nieuwe-wereldvertaling-nauwkeurig/
Als theoloog heb ik vrij veel onderzoek gedaan naar de Nieuwe Wereldvertaling… Zo heb ik mijn bachelorthesis hieraan gewijd, die ik waarschijnlijk op een latere datum online zal gooien. Maar toch wil ik enige nuances aanbrengen bij de beschrijving die ze op deze pagina geven. Let wel dat ik hier dingen waar ik het mee eens ben niet ter sprake breng. Daarom kan het eenzijdig lijken dat ik eigenlijk uitsluitend kritiek heb op de Nieuwe Wereldvertaling, laat hier dan meteen vertellen dat dit niet het geval is.

Getrouw aan Gods boodschap

“Veel Bijbelvertalingen zijn niet trouw aan Gods boodschap omdat ze liever menselijke tradities volgen. Ze vervangen bijvoorbeeld Gods naam, Jehovah, door titels als Heer en God.”

Eigenlijk is dat een beetje de pot die de ketel verwijt dat hij zwart ziet. De Nieuwe Wereldvertaling ′herstelt′ de naam Jehovah op 237 plaatsen in het Nieuwe Testament. Verschillende van deze Schriftplaatsen hebben betrekking op Schriftplaatsen uit het Oude Testament waar de naam van God wordt gebruikt in de Masoretische tekst, maar lang niet allemaal. Verschillende keren wordt kurios of zelfs een enkele keer theos naar eigen goeddunken met ′Jehovah′ vertaalt. In tegenstelling tot andere Bijbelvertalingen waar het weglaten van de naam wel tot soms vreemde uitspraken kan leiden (zoals twee keer het woord Heer na elkaar), heeft dit nooit een verandering van betekenis weer. Dit is echter met het aanpassen van kurios in het Nieuwe Testament door de naam Jehovah soms wel het geval.
Verder is er geen enkel vroeg-christelijk manuscript van het NT (en er zijn er zo’n 5000 gevonden) gevonden waar de naam van God in voorkomt. Dit is dus niet herstellen, maar aanpassen.

′De rooms-katholieke en Oosters-orthodoxe kerken hebben in hun Bijbels boeken opgenomen die ook wel de apocriefen worden genoemd. Maar die boeken hebben nooit tot de joodse canon behoord, en het is interessant dat de Bijbel zegt dat de Joden degenen waren aan wie ′de heilige uitspraken Gods werden toevertrouwd′ (Romeinen 3,1,2). Die apocriefe boeken zijn dan ook terecht niet in de Nieuwe-Wereldvertaling en veel andere moderne Bijbelvertalingen opgenomen.′

De canon van de Bijbel is geen exacte wetenschap. Bij het Nieuwe Testament is er b.v. lange tijd discussie geweest over boeken zoals de drie brieven van Johannes, de brief aan de Hebreeën en zelfs de apocalyps of ze wel thuishoorden in onze Bijbel. Pas halverwege de 4de eeuw beschreef Athanasius de canon zoals we die nu kennen van het NT met zijn 27 boeken in één van zijn paasbrieven. Maar er zijn heel wat meer evangeliën, handelingen, apocalypsen en brieven geschreven die het onderzoeken waard zijn en die lange tijd in de running zijn geweest om tot de canon te behoren, b.v. de Didaché, de eerste brief van Clemens of de Herder van Hermas.

Wat de joodse canon betreft was er ten tijde van de tempelperiodes niet echt een eensluidende joodse canon, de Tenach dateert pas van rond 90 AD. Vele van de apocriefe werken die men terug kan vinden in een Katholieke Bijbel hebben dan ook hun oorsprong in de Septuaginta (LXX), de ′Bijbel′ die doorgaans door Joden in de diaspora werd gebruikt, veelal zijn de apocriefe boeken van Griekse (en niet van Hebreeuwse) oorsprong, dat zijn b.v. de boeken der Maccabeeën, Ezra 4, Tobit, Judit… Deze werden ten slote door Maarten Luther uit de bijbel genomen, maar let dat Maarten Luther veel meer wilde schrappen, zo had hij b.v. ook graag het boek Jacobus uit onze Bijbel gehaald.

Getuigenissen van geleerden

′In een brief gedateerd 8 december 1950 schreef Edgar Goodspeed, bekend Bijbelvertaler en geleerde, over de Engelse Nieuwe-Wereldvertaling van de Christelijke Griekse Geschriften: „Ik ben geïnteresseerd in jullie zendingswerk en de wereldomvattende schaal waarop het plaatsvindt en ben zeer ingenomen met de natuurlijke, duidelijke en krachtige vertaling. Er spreekt een gedegen, serieuze kennis van zaken op brede schaal uit, waarvan ik kan getuigen.”′

De authenticiteit van de brief waarover hier sprake wordt althans door Robert Bowman in zijn boek ′Understanding Jehovah’s Witnesses (Baker Books, 1991) betwijfeld en wel om verschillende redenen:

  • De brief heeft geen handtekening en lijkt een kopie van een origineel (een getekend origineel is door het Wachttorengenootschap nog niet geleverd)
  • Terwijl de brief gedateerd wordt in 1950 werd hij pas door het Wachttorengenootschap voor het eerst gebruikt in 1982
  • De kritiek die Goodspeed levert op de NWV in deze brief gaan allemaal over onbelangrijke zaken; dit lijkt vreemd daar Goodspeeds eigen vertaling op vele belangrijke punten verschilt met dat van de NWV.

“De Britse Bijbelcriticus Alexander Thomson schreef over de Engelse Nieuwe-Wereldvertaling van de Christelijke Griekse Geschriften: „De vertaling is klaarblijkelijk het werk van bekwame en knappe geleerden, die hebben geprobeerd zo veel mogelijk van de zuivere betekenis van de Griekse tekst over te brengen als in de Engelse taal tot uitdrukking gebracht kan worden” (The Differentiator van april 1952, blz. 52).”

The Differentiator is geen wetenschappelijk tijdschrift, laat staat over bijbelvertalen, meer nog Alexander Thomson heeft geen officiële opleiding gehad in Grieks of Hebreeuws, zijn woorden kunnen dus niet als gezaghebbend worden beschouwd. Verder zou hij in de Differentatior van Juni 1959 hebben gesteld ′dat de NWV vol stond met Engelse woorden die geen equivalent hebben in het Grieks of in het Hebreeuws.′

“Hoewel de auteur Charles Francis Potter sommige weergaven wat ongewoon vond, zei hij: „De anonieme vertalers hebben de beste manuscriptteksten, zowel Griekse als Hebreeuwse, beslist met wetenschappelijke vaardigheid en scherpzinnigheid vertaald” (The Faiths Men Live By, blz. 300).”

Hier het volledige citaat: “Apart from a few semantic peculiarities like translating the Greek word stauros as “stake” instead of “cross”, and the often startling use of the colloquial and the vernacular, the anonymous translators have certainly rendered the best manuscript texts both Greek and Hebrew with scholarly ability and acumen” (The Faiths Men Live By, 1954 [fourth printing, 1955] (NY: Prentice Hall), p. 300).

Verder is het ook belangrijk de context van dit boek te begrijpen die vooral het goede ten toon wilde spreiden uit andere religies dan de eigene. Verder was Potter een unitariër die later in zijn leven het christendom heeft verlaten.

“Ondanks dat Robert McCoy van mening was dat de Engelse Nieuwe-Wereldvertaling zowel eigenaardige als uitmuntende weergaven bevatte, besloot hij zijn beoordeling ervan door te zeggen: „Uit de vertaling van het Nieuwe Testament blijkt dat er binnen de beweging [Jehovah’s Getuigen] geleerden aanwezig zijn die in staat zijn om met doorzicht de vele problemen van Bijbelvertalen het hoofd te bieden” (Andover Newton Quarterly van januari 1963, blz. 31).”

Maar verder stelt hij ook: “In not a few instances the New World Translation contains passages which must be considered as `theological translations.’ This fact is particularly evident in those passages which express or imply the deity of Jesus Christ.” (IBID)

Verder moet ook wel vermeld worden dat McCoy geen bijbelgeleerde is en ook niet als zodanig wordt herkend.

“Hoewel professor S. MacLean Gilmour zich in sommige weergaven in de Engelse Nieuwe-Wereldvertaling niet kon vinden, erkende hij dat de vertalers „een buitengewone beheersing van het Grieks bezaten” (Andover Newton Quarterly van september 1966, blz. 26).”

Hier wordt Gilmour maar gedeeltelijk geciteerd, vervolgens stelde hij: ′It is clear that doctrinal considerations influenced many turns of phrase, but the work is no crack-pot or pseudo-historical fraud′

“Thomas Winter, universitair hoofddocent, schreef in zijn beoordeling van de Engelse Nieuwe-Wereldvertaling die deel uitmaakt van de Kingdom Interlinear Translation of the Greek Scriptures: „De vertaling door het anonieme comité is volkomen up-to-date en consequent nauwkeurig” (The Classical Journal van april/mei 1974, blz. 376).”

Dit is het volledig citaat: “I think it is a legitimate and highly useful aid toward the mastery of koine (and classical) Greek. After examining a copy, I equipped several interested second-year Greek students with it as an auxiliary text.  After learning the proper pronunciations, a motivated student could probably learn koine from this source alone. …the translation by the anonymous committee is thoroughly up to date and consistently accurate. …In sum, when a witness comes to the door, the classicist, Greek student, or Bible student alike would do well to place an order.” (The Classical Journal, “The Kingdom Interlinear”, April-May 1974,  pages 375, 376)

Waarschijnlijk heeft hij het hier dus niet over de NWV-vertaling, maar over de vertaling van het Grieks in de Kingdom Interlinear, later zou hij in een brief aan Godelman bekennen: “I am not happy with the use now being made of the review,” en hij ging verder door enkele problemen aan te geven zoals Jezus woorden in Joh 8:58 (die de NWV vertaalt met “was ik er al”). Winter stelde: “No way to go here but ‘I am’

“Professor Benjamin Kedar, hebraïcus in Israël, zei in 1989: „Voor mijn taalonderzoek in verband met de Hebreeuwse Bijbel en vertalingen ervan, raadpleeg ik vaak de Engelse uitgave van de zogenoemde Nieuwe-Wereldvertaling. Telkens weer wordt mijn indruk bevestigd dat dit werk het resultaat is van een oprecht streven naar een zo nauwkeurig mogelijk begrip van de tekst.””

Let wel dat Benjamin Kedar (die trouwens geschoold is in Joodse geschiedenis en geen erkende geleerde is in de Bijbelse talen) het uitsluitend heeft over het Oude Testament, en niet over het Nieuwe Testament, waar juist de meeste problemen liggen.

“Jason David BeDuhn, universitair hoofddocent religiestudies, schreef naar aanleiding van zijn onderzoek van negen belangrijke Engelse vertalingen: „De NW [Nieuwe-Wereldvertaling] komt uit de bus als de nauwkeurigste van de vertalingen die met elkaar vergeleken zijn.” Hoewel het algemene publiek en veel Bijbelgeleerden aannemen dat de verschillen in de Nieuwe-Wereldvertaling het gevolg zijn van religieus vooroordeel van de kant van de vertalers, zei BeDuhn: „De meeste verschillen zijn toe te schrijven aan de grotere nauwkeurigheid van de NW als letterlijke, conservatieve vertaling van de oorspronkelijke uitdrukkingen van de schrijvers van het Nieuwe Testament” (Truth in Translation, blz. 163, 165).”

Ook BeDuhn is geen geleerde op het gebied van Bijbeltalen en dat merk je als je zijn boek “Truth in translation” erop na leest. In mijn bachelorthesis heb ik nauwkeurig zijn commentaar op Joh 1,1 onderzocht en heb ik heb verschillende keren op fouten betrapt (zo wil hij een bepaalde schriftplaatsen vergelijken met Joh 1,1 terwijl de vergelijking niet opgaat omdat de Schriftplaats die hij citeert niet over een zelfstandig naamwoord gaat)

Homoseksuelen komen niet in het paradijs, aldus Jehovah’s getuigen

 

De Jehovah’s getuigen hebben het weer gedaan; enkele dagen geleden verscheen er een kinderfilmpje op hun website, die hun idee van het huwelijk (tussen één man en één vrouw) aan kinderen wil uitleggen.
Meteen stond heel Nederland op zijn achterste poten. Vooral dan de ex-JG community en de holebi-community. Iemand van het COC heeft aanstonds een klacht neergelegd, want het is hatelijk en anti-homo en is extreem veroordelend, aldus COC.

Persoonlijk vind ik het filmpje heel integer en probeert het juist niet veroordelend te zijn. Het wil gewoon hun begrip van wat Jehovah zegt naar voren te brengen. Verder weten we toch dat buiten de roze kerken, bijna alle kerken homoseksualiteit niet goedkeurt? In de Katholieke Kerk wordt het het kleinste goed of het minste kwaad genoemd om praktiserend homoseksueel te zijn en is de officiële leer om te proberen dan celibatair te leven, als dit niet lukt om dan maar een standvastige relatie aan te gaan met iemand van dezelfde sexe. Maar ook hier zijn er regels waar blijkbaar niemand over valt… Zo wordt de communie ook geweigerd aan mensen die in de echtgescheiden zijn en hertrouwd (dit in tegenstelling tot de orthodoxe kerk, waar men tot 4 keer mag hertrouwen, daar wordt het als een te vergeven zwakte gezien).

Ik vraag me wel af of het niet iets te lange tenen zijn van een minderheidsgroep. Minderheidsgroepen hebben namelijk altijd de comfortabele positie om de underdog te spelen, dat ze daarbij zelf vaak discriminerend zijn laten ze voor het gemak maar buiten beschouwing. Trouwens als je niet gelooft in het paradijs, wat maakt het jou dan uit of je al of niet in dat paradijs wordt toegelaten? Geloof me, volgens JG gaan we er allemaal aan met Armageddon, want er scheelt aan allemaal wel iets.
Ook op de redactie van één werd deze week het woord gegeven aan een Islamitische vrouw die zich in deze seculaire mannenwereld toch danig benadeeld voelt. Dit komt dan van een vrouw, gehoofddoekt natuurlijk, die studeert aan de universiteit. Terecht merkte iemand op dat het juist de vrijheid is waarvan men gebruik maakt om te klagen, juist de vrijheid is die men aanklaagt. Dat is namelijk de essentie van vrije meningsuiting.

Het filmpje van Jehovah’s getuigen sluit namelijk niet alleen holebi’s uit, maar ook b.v. mensen die samenwonen, of mensen met verschillende partners… Of zelfs singles, want buiten het huwelijk kun je seks vergeten. Dat ze op het einde van het filmpje aangeven dat mensen kunnen veranderen, is gezien de context, volgens mij duidelijk dat het gaat om het feit dat een mens zijn gedrag kan veranderen.
Wij mensen hebben steeds vaker de neiging om iemand haat in de schoenen te schuiven wanneer die met onze levenswijze niet akkoord is.
De uitzonderingspositie moet volgens velen juist de maat worden… Maar zo werkt het natuurlijk niet.

Zo wil men dat de dame uit Frozen (Disney film) nu eens een lesbische romantiek beleeft. Opnieuw merkt iemand terecht op wat er mis is met de vrijgevochten celibataire staat uit de eerste film?
Volgens onderzoek zou 3 tot 8 % van de bevolking zich uitgesproken homoseksueel voelen, dat de commerciële industrie zich dan ook vooral richt op heteroseksuele mannen, lijkt mij niet zo vreemd, het verkoopt gewoon het best aan de meerderheid.
Verder blijkt opnieuw uit onderzoek dat ongeveer 50 % van de adolescenten niet zo opgezet is met het recht van holebi’s… Dat is een ontstellend hoog aantal… Toch is ook dat niet zo vreemd… Vooral mannen voelen zich in hun mannelijkheid vaak aangetast, en verder zou volgens één onderzoeker men zich ook op procreatieve gronden bedreigd voelen. Trouwens worden mensen met volwassen worden doorgaans milder.

Interessant is dan ook dat op het einde van het filmpje het kind niet met haar vriendinnetje wilt spreken over het feit dat zoiets voor Jehovah echt niet kan dat zij twee moeders heeft, maar dat ze haar kan vertellen over het paradijs of over de opstanding.

Het filmpje in het Nederlands

Hoe fundamentalistisch is het voorspellen van jaartallen bij de Jehovah’s Getuigen

1975

De dag van vandaag zijn Jehovah’s Getuigen vooral bekend rond hun gefaalde datum van het jaar 1975. Terwijl Jehovah’s Getuigen nergens expliciet het “einde van de wereld” aankondigden in het jaar 1975 werd niettemin deze suggestie gewekt toen de Wachttoren van 15 augustus 1968 vermeldde dat tegen de herfst van 1975 zesduizend jaar menselijke geschiedenis ten einde liep.1 Jehovah’s Getuigen hebben namelijk een nogal unieke kijk op het eerste hoofdstuk van Genesis die zij, zoals vele fundamentalistische christelijke religies, quasi letterlijk aannemen. De dagen worden niet beschouwd als letterlijke dagen van 24 uur, maar duizenden jaren omvattend, met de verklaring dat yom, het Hebreeuwse woord voor dag, ook tijdsperiode kan betekenen.2 Volgens Jehovah’s Getuigen bestaat elke dag van het scheppingsgedicht uit zevenduizend jaar.3

Toch is de herfst van 1975 niet de enige, zelfs niet de belangrijkste datum, die Jehovah’s Getuigen ooit door een al te letterlijke interpretatie en combinatie van verschillende schriftplaatsen uit zowel Daniël als Openbaring hebben gedestilleerd.

Zo schreef Andrew Holden in 2002:

De jaren van 1874, 1914, 1918, 1925 en 1975 werden allen gebrandmerkt als tijden voor de tweede komst van Christus, de één belangrijker dan de ander, doch allen brachten ze bittere teleurstelling. Ondanks deze persistente faling in profetie, hebben de Getuigen het voor elkaar gekregen te blijven recruiteren en uitbreiden met opmerkelijk succes en zijn nu (paradoxaal) bijna 130 jaar aanwezig. (Holden 2002, 1) 4

1914

De belangrijkste datum binnen de Jehovah’s Getuigen is zonder twijfel oktober 1914 dat ze nog steeds gebruiken als de datum die het “einde der tijden van de heidenen” aankondigde.

1914 is gegroeid uit een combinatie van verschillende teksten die willekeurig met elkaar in verband worden gebracht uit de boeken Daniël en Openbaring.

In Daniel 4:10-12 wordt een droom verhaald die koning Nebuchadnezzar kreeg van een boom die moest worden omgehakt en die in het midden van de wereld stond en tot de hemel reikte.

In oudtestamentische profetieën zien Jehovah’s Getuigen doorgaans twee vervullingen; een vervulling in de nabije toekomst tot wie het gericht is, en één in de huidige tijd en die betrekking heeft op Gods huidige volk, die uiteraard uit de Jehovah’s Getuigen bestaat.

De eerste vervulling van deze droom ziet men in Dan 4,31-32, waar verhaald wordt hoe het Nebuchadnezzar voor zeven tijden zou vergaan. Nu is die zeven tijden heel belangrijk volgens de Jehovah’s Getuigen, en een sleutel tot het uitleggen van deze profetie voor de huidige tijd. Zo zou het om zeven jaar gaan dat Nebuchadnezzar als een dier onder de dieren zou hebben geleefd.

Een profetisch jaar zou volgens de bijbel (nl. Opb 12,6.14) 360 dagen duren (dit is 12 maanden van 30 dagen). Als je dus 360 dagen x 7 doet kom je uit op 2520 dagen. Men neemt de profetische uitspraak van Ezechiel: “een jaar voor een dag” (Ez 4,6-7), want ook Jezus maakt duidelijk dat de tijden der heidenen bij zijn komst nog niet zijn geëindigd (Luc 21,24). Dus slaat deze profetie op 2520 jaren.

De verwoesting van de tempel vond volgens Jehovah’s Getuigen plaats in 607 BCE (dit terwijl er weinig wetenschappelijke discussie is dat dit plaatsvond in 587 BCE). Jehovah’s Getuigen nemen namelijk het jaartal van de heropbouw van de tempel als 537 BCE en tellen daar 70 jaar van af, zoals de profetie van Jeremia duidelijk maakt, dat de ballingschap 70 jaar zou duren (Jer 25,12; 29,10.14). Als men bij die 607 jaar (let wel dat er geen jaar 0 is) 2520 jaar telt komt men in het jaar 1914 terecht.5

De eerste wereldoorlog zou een gevolg zijn van het feit dat in dat jaar Satan uit de hemel werd gegooid door de aartsengel Michael, wat weer een vervulling is van de profetie uit openbaring 12,7-9.

Toch moet opgemerkt worden dat de “vervulling” van het jaartal 1914 een teleurstelling was voor de voorlopers van de Jehovah’s getuigen, de bijbelonderzoekers, die dachten dat de oorlog in Armageddon zou eindigen. Een woord dat maar één keer voorkomt in heel de bijbel, maar waarop een gigantisch deel van de theologie van de Jehovah’s Getuigen is gebouwd:

“It is astonishing with what rapidity matters are shaping themselves for the great time of trouble predicted in the Scriptures. When, some fourteen years ago, we presented the Scriptural declaration that the Millennium of peace and blessing would be introduced by forty years of trouble, beginning slightly in 1874 and increasing until social chaos should prevail in 1914 – few believed some scoffed.”6

Maar toen de verwachte komst van het duizendjarige rijk uitbleef, schreef Charles Taze Russel, de stichter van de bijbelonderzoekers, later de Jehovah’s Getuigen genoemd, in 1915:

“The fact that our expectations respecting the “change” of the church in 1914 were not realized does not signify that the prophecies failed. Our readers should know that we never prophesised anything. We merely gave our opinions respecting prophecies and gave the reader the reasons for those, showing the chapter and verse. Nothing in the bible declared that the church would be glorified by the fall of 1914. The author did express it as his opinion that the church would be glorified by that time, and gave his reasons for so thinking. Now that the date has passed and the church is not glorified, the author is not disappointed. All the while he wished the Lord’s will to be done and none other.”7

Voor de bijbelonderzoekers was 1874 namelijk het jaar waarop Jezus onzichtbare regering in de hemel begon (en waarop tevens 6000 jaar menselijke geschiedenis zou geëindigd zijn),en niet 1914.

1919

Jehovah’s Getuigen geloven dat er in de tijden van het einde, die dus in 1914 begon, een vereniging moest komen van Gods loyalen, hiervoor beroepen ze zich op psalm 50,5. Zij geloven dat deze loyalen met God verbonden worden door het nieuwe verbond (Luc 20,19-20) en dat zij deel uitmaken van een “geestelijk Israël”.

Hiervoor passen ze opnieuw een profetie toe, deze maal uit Math 25,1-6: de parabel over de maagden. De bruidegom zou namelijk gekomen zijn in de lente van 1919, de wijze maagden zijn dan het overblijfsel van de 144 000 gezalfden8, dan zou namelijk begonnen zijn met het uit de dood opwekken van de overledenen van deze klasse, waarvoor ze opnieuw een schriftplaats plukken, nl. Opb 19,7.

Rond 1918 werden enkele prominente Jehovah’s Getuigen opgepakt, waaronder de toenmalige president van het genootschap, Joseph Rutherford, en voor lange gevangenisstraffen achter tralies geplaatst. Hierdoor kwam het predikingswerk dat al van in de begindagen een belangrijke plaats onder de Bijbelonderzoekers had ingenomen, nagenoeg tot een halt. In 1919 werden deze straffen echter opgeschort en kwamen deze prominente bijbelonderzoekers terug vrij. In datzelfde jaar werd te Cedar Point, Ohio een congres gehouden, dat volgens Jehovah’s Getuigen het begin inluidde van de 1260 dagen die de twee getuigen uit openbaring predikten (opb 11,3). Op dat congres werd een nieuw tijdschrift aangekondigd (“Het Gouden Tijdperk”)9 en werd er nieuw leven in de prediking geblazen. Deze 1260 dagen zouden duren tot de herfst van 1922, toen er opnieuw een congres te Cedar Point, Ohio werd gehouden, en waarop de president van het genootschap de toehoorders aanmoedigde met: “Verkondigt, verkondigt, verkondigt de Koning en zijn koninkrijk!” Op datzelfde congres werd een resolutie aangenomen dat het Koninkrijk van God gekomen was.

Conclusie

Er dient opgemerkt te worden dat bij de Jehovah’s Getuigen de profetieën pas hun betekenis krijgen nadat ze al “vervuld” zijn. Jehovah’s Getuigen maken dan ook geen voorspellingen als dusdanig, maar leren uit hun geschiedenis de voorspellingen van de bijbel kennen. Jehovah’s Getuigen geloven namelijk dat een profetie pas ten volle gekend kan worden wanneer hij vervuld is.

Verder ziet men heel duidelijk dat Jehovah’s Getuigen, willekeurige schriftplaatsen uit hun context trekken om te betekenen wat ze willen dat ze betekenen. Voor Jehovah’s Getuigen zijn de boeken Daniel en Openbaring dan ook geen (uitsluitend) historische werken, maar werken die verwijzen naar onze tijd.

Voor hen staan die boeken dan ook bol van de voortekens die in onze tijd vervuld worden.

Eerder verschenen als paper voor het vak: Inleiding en theologieën van het Oude Testament, door prof. Benedicte Lemmelijn aan de KU Leuven.
1“Are we to assume from this study that the battle of Armageddon will be all over by the autumn of 1975 and the long-looked-for thousand-year reign of Christ will begin by then? Possibly, but we wait to see how closely the seventh thousand-year periode of man’s existence coincides with the sabbathlike thousand-year reign of Christ… Our chronology, however, which is reasonably accurate (but admittedly not infallible), at the best only points to the autumn of 1975 as the end of 6000 years of man’s existence on earth. it does not necessarily mean that 1975 marks the end of the first 6000 years of jehovah’s seventh creative “day” – Wachttoren 15/08/68
2“Hieruit blijkt duidelijk dat elke scheppingsdag, of werkperiode, op zijn minst duizenden jaren lang was. Zoals AReligious Encyclopædia(Deel I, blz. 613) opmerkt: „De scheppingsdagen waren dagen of tijdruimten waarin het scheppingsproces plaatsvond, maar geen dagen van elk vierentwintig uur.” — Onder redactie van P. Schaff, 1894.” – Inzicht in de Schrift, Jehovah’s getuigen
3Wij bemerken dus dat de zevende „dag” van de scheppingsweek zevenduizend jaar lang is. Op grond van de lengte van de zevende „dag” is het derhalve redelijk de conclusie te trekken dat de andere zes „dagen” elk ook 7000 jaar lang zijn geweest. Deze tijdsduur zou ruimschoots voldoende zijn om alles wat er volgens de bijbel in elk van de zes scheppingsdagen heeft plaatsgevonden, te laten gebeuren.” – Wachttoren 15/05/1970
4 How Prophecy Succeeds: The Jehovah’s Witnesses and Prophetic Expectations, George D. Chryssides, International Journal for the Study of New Religions.
5Een uitvoerige uitleg van deze berekening kan gevonden worden in hoofdstuk 6 van het boekje “Schenk aandacht aan Daniel’s profetie” uitgegeven door Jehovah’s getuigen
6Wachttoren 01/10/1890
7Wachttoren 01/11/1915
8Jehovah’s Getuigen geloven dat er twee “klassen” in de bijbel besproken worden. 144 000 personen die geroepen worden om als priesters en koningen in de hemel te regeren over de aarde, en een grote schare met een aardse hoop, die hier op aarde zullen leven. (Opb 7)
9Nu beter bekend als “Ontwaakt!”

Een besturend lichaam

Inleiding

Volgens Jehovah’s getuigen is het besturend lichaam die bestaat uit acht leden, Gods kanaal op aarde. De studieartikelen in de Wachttoren studie-editie worden dan ook als bijna rechtstreeks van God afkomstig beschouwd. Daarin wordt nieuw licht aan de leden van de gemeentes overgedragen en worden ook nieuwe mededelingen gedaan.

Ze beweren dat ze hiermee de eerste eeuwse gemeenten navolgen die over een besturend lichaam van Apostelen en oudere mannen zouden hebben beschikt in Jeruzalem die in feite zeggenschap hadden over alle Christelijke gemeentes. In deze korte uiteenzetting wil ik even nagaan of dit daadwerkelijk het geval was, en als dat het geval was of het vergelijkbaar is met het besturend lichaam zoals Jehovah’s getuigen dit de dag van vandaag zien.

Geen besturend lichaam in de 19de eeuw

De eerste gemeenten van de “Internationale bijbelstudenten” waren uitermate anders georganiseerd dan hoe de Jehovah’s Getuigen dit de dag van vandaag doen. Pas bij de tweede president Rutherford werd er een begin gemaakt met het overhevelen van de autoriteit aan de wachttorenorganisatie.

Daarvoor waren de klassen, zoals de gemeentes van de bijbelstudenten werden genoemd, autonoom georganiseerde eenheden.
Meer nog, over organisatie zei Russell het volgende: “A visible organisation is out of harmony with God’s devine plan” (WT 12/1/1894, p. 1743) en
“of “organization.” It is wholly unnecessary.
The Bible rules will be the only rules you will
need. Do not seek to bind others’ consciences, and do
not permit others to bind yours. Believe and obey so far
as you can understand God’s Word to-day, and so continue
growing in grace and knowledge and love day by day.” (WT 15/9/1895 R1866)

Volgens Russell (en zijn volgelingen) was de enige band die Christus schiep een band van liefde… Daarin volstond de liefde… Hun hoofd was Christus, geen door mensen gemaakte credo’s of dogma’s, die de geest van mensen bonden.

These laws emanate from their heads, or rulers and law-givers; so it is clearly seen that these present day churches, have and recognize as heads, or directing, ruling powers over them, the ancient founders of their various creeds, each contradicting the other, while their clergy, in conferences, councils, synods and presbyteries, variously interpret and enforce the “traditions of the elders” which “make void the Word of God.” These take the place of the true head of the church–Jesus–and the true teacher and guide into all truth, the Holy Spirit. Hear the Prophet Isaiah express it. (chap. 9:15.) “The ancient and honorable, he is the head, and the prophet that teacheth lies, he is the tail.” And the whole nominal system is described in the Revelation as “Babylon”–confusion–Papal mother and Protestant daughters. – w1882 Oktober pagina 5

De definitie van de kerk van Christus volgens Russell was zoals beschreven door Paulus in Romeinen 12:4, 5 waar wordt uitgelegd dat de gemeente als een lichaam functioneert, en elk ledemaat zijn eigen functie te bewerkstelligen heeft.

Verder in hetzelfde artikel beschrijft Russel dan ook hoe men lid van deze kerk (of lichaam) wordt of is:

In the light of what has just been said as to the class constituting the church which Jesus organized, it is evident that if you have given up all your will, talent, time, etc., you are recognized by Jesus as a follower, and member of the ekklesia, or body of which he is the head, whose names are written in heaven. Thus we join Jesus’ church and have our names recorded as members by consecration. But says one: Must I not join some organization on earth, assent to some creed, and have my name written on earth? No; remember that Jesus is your pattern and teacher, and neither in his words nor acts will you find any authority for binding yourselves with creeds and traditions of the elders, which all tend to make the word of God of none effect, and bring you under a bondage which will hinder your growth in grace and knowledge, and against which Paul warned you, saying, “Stand fast, therefore, in the liberty wherewith Christ hath made us free, and be not entangled again with the yoke of bondage.” (Gal. 5:1.)

In het OT

In het OT, wanneer Israel een talrijke natie werd, en in slavernij in Egypte leefde, zien we dat Jehovah één persoon uitkoos om de leiderschap van de natie op te nemen en hen uit het slavenland Egypte te leiden naar het Beloofde Land. Volgens traditioneel christendom was Mozes een voorafschaduwing van Jezus, en werd over Jezus gesteld in Deut 18:18,19: “een profeet zal ik hun verwekken uit het midden van hun broederen zoals gij zijt; ik zal mijn woorden in zijn mond leggen, en hij zal alles tot hen zeggen, wat ik hem gebied.” Wat door Paulus tot de Christus werd betrokken in Handelingen 3:19-23.

We zien doorheen heel het OT duidelijk dat er steeds een sterke leider was die de Natie Israël leidde. Meer nog, vaak hing voorspoed van de natie af van de gehoorzaamheid van deze leider aan God.
Nadat het volk murmureerde onder leiding van Korach, Dathan en Abiram, die uiteindelijk tezamen met hun huisgezin verzwolgen (de zonen van Korach hoorden hier blijkbaar niet bij (Nu 26:9-11)) werden er 70 oudsten aangesteld die wat van de heerlijkheid van God die op Mozes rustte, kregen om samen met Mozes te regeren.

We zien dus dat er in het OT altijd leiderschap is geweest. Of we het nu een besturend lichaam of vergadering van oudsten noemen, blijft hetzelfde.

Handelingen 15

Jehovah’s getuigen beroepen zich vooral op handelingen 15 om hard te maken dat de eerste eeuwse Christenen over een besturend lichaam beschikten. Zo staat er in het tweede vers: “Maar toen er van de zijde van Paulus en Barnabas geen geringe onenigheid en heel wat geredetwist met hen was ontstaan, troffen zij regelingen dat Paulus en Barnabas en enkele anderen van hen in verband met dit geschil zouden opgaan naar de apostelen en oudere mannen in Jeruzalem.”

Sommigen beweren echter dat Paulus en Barnabas naar Jeruzalem verwezen werden omdat de onenigheid zijn oorsprong daar vond, toch moeten we zorgen hier niet aan inlegkunde te doen. Vers 1 stelt: “En er kwamen zekere mannen uit Judea, die de broeders begonnen te leren: “Indien Gij u niet laat besnijden naar het gebruik van Mozes, kunt gij niet worden gered.” Ze kwamen dus uit Judea, en terwijl Jeruzalem hiervan de hoofdstad was wordt uit dit eerste vers niet duidelijk waar ze precies vandaan kwamen. Zoals je uit onderstaande kaart kunt opmaken was Judea veel groter dan uitsluitend Jeruzalem:

JudeaToch lijkt uit vers 5 dat ook in Jeruzalem die onenigheid aanwezig was door tot het Christendom bekeerde farizeeën: “… Maar sommigen van hen die afkomstig waren uit de sekte der Farizeeën en die gelovigen waren geworden, stonden van hun zitplaats op en zeiden: “Het is noodzakelijk dat men hen besnijdt en hun gelast de wet van Mozes te onderhouden.”

Toch moeten we hier ook meteen opmerken dat Paulus en Barnabas niet uitsluitend naar de apostelen en oude mannen gingen, maar naar heel de gemeente (Han 15:4) en berichtten ze over de wonderbaarlijke bekeringen die ze door middel van de Heilige Geest hadden verricht.

Het was uiteindelijk de apostel Jakobus die de knoop rond deze onenigheid doorhakte.

Uit deze verzen kunnen we echter verschillende dingen leren. Eerst en vooral dat Paulus en Barnabas, zich niet stil hielden in de gemeente, maar openlijk met deze mannen uit Judea in discussie gingen. Vervolgens legden ze hun probleem voor in Jeruzalem, maar bepleitten ze ook hun zaak door de gemeente, en met name de apostelen en oudere mannen duidelijk te maken hoe de Heilige Geest ook bij onbesneden heidenen werkzaam was.

Toch lijkt de gemeente in Jeruzalem een zekere leidende rol binnen de kerk te hebben gespeeld. Want vanaf vers 23 wordt er een brief geschreven aan de gemeente in Antiochië, om duidelijk te maken wat het standpunt van Jeruzalem in deze kwestie was. Belangrijk is hier echter dat aan heidenen eigenlijk praktisch geen lasten werden opgelegd, ze dienden zich “te blijven onthouden van dingen die aan afgoden ten slachtoffer zijn gebracht en van bloed en van al wat verstikt is en van hoererij.” (Han 15;29). Gebruiken die bij de heidenen in hun godenverering niet onbekend waren.

Handelingen 6

In handelingen 6 kunnen we nog een andere blik werpen op de apostolische kring. Hier zien we dat de apostelen zich blijkbaar vooral bezighielden met bijbelstudie, want we b.v. uit vers 2 waar staat: “De twaalf riepen daarop de hele groep leerlingen bij elkaar en zeiden: “Het is onverantwoord dat wij het woord van God verwaarlozen om te kunnen zorgen voor de ondersteuning.” Waarna er zeven mannen werden aangesteld die door de apostelen de handen werden opgelegd, een gebruik die gebeurde bij het aanstellen van ouderlingen en na het dopen van nieuwe bekeerlingen. Toch moeten we hier enige reserve bewaren. Uit vers 7 kunnen we vermoeden dat het hier om de gemeente in Jeruzalem ging, waarvan de apostelen deel uitmaakten.

Conclusie

Uit de geciteerde verzen kunnen we alvast leren dat de apostelen in Jeruzalem een zekere leidende rol speelden, maar dat dit geenszins te vergelijken was met de structurele, allesoverheersende regeling van het besturend lichaam zoals dat de dag van vandaag door Jehovah’s getuigen wordt beoefend. We merken ook dat de gemeente in Jeruzalem in handelingen 15 absoluut wilden voorkomen heersers over het Christelijk geloof genoemd te worden, daarom dat we Russell enigszins hierin wel kunnen volgen als hij zegt dat het belangrijkste de regel van liefde is.

Vaak had je ouderlingen in de gemeente, en werden de gemeentes vaak bijgestuurd door brieven die in het NT vooral van de hand van Paulus zijn, terwijl een “apostel der natiën” genoemd, toch niet tot de selecte groep van apostelen behoorde zoals die in de bijbel te kennen wordt gegeven, waar blijkbaar in eerste instantie Jacobus aan het hoofd stond.

We zien ook dat deze apostelen en oudsten van Jeruzalem geen alleenheerschappij hadden, maar luisterden naar anderen om beslissingen te vormen.

AAWA: a new storm is coming


Inleiding

Met de opkomst van het Internet heeft iedereen een stem gekregen. Iedereen die zich voorheen niet kon uitdrukken, kan dat inmiddels wel, daarom de vele blogs en websites.
Het is ook nuttig dat mensen zich hebben kunnen uitspreken over b.v. kindermisbruik, geweld aan vrouwen, homoseksualiteit. Ik meen me zelfs te herinneren dat het Internettend volk door Time Magazine als man of the year werd bestempeld. En terecht, want samen zijn we enorm invloedrijk.
Dit is ook zo met de anti-JG lobby. Ik denk dat er vele mensen van de Jehovah’s getuigen zijn weggegaan door wat ze op Internet zoal hebben gelezen, en door op die manier ook in contact te treden met mensen die niet langer bij Jehovah’s Getuigen horen. Terecht probeert het schrijfcomité zijn lezers te waarschuwen voor de gevaren van het Internet…
AAWA staat voor Advocates of Awareness of Watchtower Abuses, en is een nieuwe organisatie, een legale organisatie, die in feite probeert om zoveel mogelijk anti-JG-lobbyisten te verenigen… Een paar prominente namen hieronder zijn b.v. Bo Juel Jensen, die vooral in scandinavië als ex-JG bekendheid geniet en Barbara Anderson, die als een belangrijke sleutelfiguur kan bestempeld worden omdat ze jarenlang lid is geweest van de Bethel-familie in Brooklyn, en tevens in het schrijfcomité heeft gezeteld. Voor de Vlamingen onder ons wordt AAWA wel fel gepromoot door Patrick Haeck.

Mijn standpunt

Toen ik tegen mijn moeder over deze nieuwe “organisatie sprak was haar antwoord meteen waarom mensen het niet gewoon achter zich kunnen laten. Wanneer ik haar uitlegde dat dit niet voor iedereen mogelijk is, zeker niet als je heel naaste familie bij de organisatie van JG betrokken is, en zij geen contact willen hebben met je is dit kwetsend. Ook wij als familie hebben dit van zeer dicht meegemaakt.

Ik wil ook helemaal niet het leed van uitgetreden leden minimaliseren. Want het is pijnlijk wanneer je met je moeder, vader, kind of kleinkind soms jaren  geen contact meer kan hebben, en de enige mogelijkheid erin bestaat door terug te keren, of hen eruit te kunnen halen. In feite kan je dat ook zien als de missie van AAWA, om vooral JG (maar ook buitenstaanders uiteraard) bewust te maken van het leed dat men met bepaalde geloofsvisies veroorzaakt. Verder moet je vaak ook van nul beginnen. Als je heel lang lid bent geweest, of zelfs geboren bent als kind van JG-ouders, is de wereld voor je een vreemde en bedreigende plaats. De wereld is namelijk slecht in de visie van JG, het ligt geheel in de macht van de goddeloze (1 Joh 5:19). Jehovah’s Getuigen willen dus ook geen deel van deze wereld uitmaken, en minimaliseren het contact met de wereld buiten JG. Dat wil zeggen dat de meeste van je vrienden, en zelfs soms van je familieleden waar je het intiemst mee omgaat, lid zijn van JG, en na je uittreding geen contact meer met je wensen. Daardoor moet je eerst je geest hervormen, want je kan nogal angstig naar de wereld kijken als je altijd hebt geleerd dat die slecht was, en de mensen erin enkel maar vatbaar voor vernietiging zijn, anderzijds moet je ook opnieuw op zoek naar een vriendenkring.

Wat AAWA dan ook kan betekenen voor veel ex-leden is een vangnet, waar ze terecht kunnen en waar ze ook iets te doen kunnen krijgen. AAWA gaat dus vooral in op een samenhorigheidsgevoel, en ze nemen dit zeer groots op. We hebben namelijk allemaal iets gemeen: een achtergrond van Jehovah’s getuigen. En ja, voor vele mensen is het onbegrijpbaar waarom je er enerzijds lid van zou worden, maar anderzijds ook wat zo pijnlijk is om er uit te treden.

Toch heb ik niet de neiging mij snel aan te sluiten. Ik hou van mijn vrijheid om nergens lid van te zijn. Om als geheel uniek door het leven te kunnen gaan. Ik denk dat er wel sommigen met mij eens zullen zijn dat het een beetje het gevoel geeft terug lid van een groep te worden, waar je je juist van ontworsteld hebt.

Site van AWAA: http://aawa.co/

 

 

Terug naar de Christelijke gemeente van Jehovah’s getuigen

Waarschijnlijk schrikken sommigen nu van mijn titel die ik hierboven schrijf…
Maar ik heb heel lang en heel diep nagedacht over de dingen. Vaak gebeden tot Jehovah wat hij nu eigenlijk verlangde van mij, en veel gepraat met enkele online “vrienden” die Jehovah’s getuige zijn. Ik heb heel wat discussietopics online herlezen die ik tezamen met anderen heb gevoerd met Jehovah’s getuigen.
En in feite heb ik nog steeds hetzelfde geloof als toen ik me in 2000 liet dopen, met hier en daar kleine nuances en verschillen door de immense kennis die ik over de jaren heb opgedaan.
Greg Stafford, geen Jehovah’s getuige meer trouwens, heeft in 2006 verkondigd dat hij terug ging naar de Christelijke gemeente. Hij was er weggegaan voor het slechte, en wilde terugkeren voor het goede.
Feit is dat ik me eenzaam voel in mijn geloof. Ik mis gesprekspartners die mijn geloof delen, ik mis vergaderen met geloofsgenoten en ja, zelfs het prediken mis ik.

De waarheid achter de waarheid

Goh, wat een titel, maar het wordt vaak gebezigd door vele ex- en anti-JG. Het gaat hier m.i. vooral om zaken zoals pedofilie en de NGO-kwestie.
Ik wist van deze dingen voor ik vertrok, en ze zijn nooit een reden geweest waarom ik ben vertrokken.
Vaak is het van een mug een olifant maken die gedaan wordt. Zo heeft iemand de moeite genomen van de NGO-kwestie te bespreken, en ik ben het van wat ik ervan gelezen heb het mee eens. Een NGO maakt je niet meteen een “staatsvriend” van de NAVO. Was het een verkeerde beslissing om als NGO geboekstaafd te worden? Ja, dat was het. Waarom? Omdat het juist anderen tot struikelen zou kunnen brengen, wat het ook heeft gedaan.
De pedofilie kwestie die binnenkamers wordt gehouden, vind ik spijtig, en zou niet mogen. Elke pedofilie zaak zou rechterlijk vervolgd moeten worden. Maar het maakt nog steeds niet dat JG opeens een pedofile organisatie zijn. In een brochure uitgegeven ter verwerping van pedofilie, werd ooit de waarschuwing gegeven, dat het niet altijd mogelijk is te vervolgen, omdat het vaak gaat tussen het woord van het slachtoffer, en het woord van de dader.
Wat de lijst betreft die de Jehovah’s getuigen zouden bijhouden van eventuele pedofielen in de gemeentes, heb ik nog geen enkel bewijs gehoord. Ik heb het woord horen vallen, maar meer dan geruchten kan ik er niet van maken.
Verder acht ik net zo goed de ouders schuldig aan verzwijging. Ik kan me niet voorstellen dat als mijn kind verkracht zou worden dat ik genoegen zou nemen met de gerechterlijk commité binnen de Jehovah’s Getuigen. Als ouder heb je een verplichting en een verantwoording naar het kind toe om het te bescherming, jij bent in eerste instantie zijn aanspreekpunt, geen ouderling. Een broeder daag je niet voor het gerecht, gaat hier niet op, daar het om een misdaad gaat, wat in het oude Israel net zo goed werd berecht.

Ik kom echter ook tot het besluit van de verhalen die ik heb gelezen, dat vele uitgesloten getuigen, niet zijn uitgesloten omdat ze deze kwesties hebben aangesproken, maar om andere redenen. Eén ervan is hoererij… Let op, ik veroordeel niemand, ik weet hoe moeilijk het is je aan de hoge morele maatstaven van de gemeente te houden. Ook ik heb vele zonden begaan, en bega er nog steeds. Velen waarvan ik spijt heb, en waarvoor ik vergiffenis wil vragen, maar ik weet ook dat Jehovah een vergevende god is die mijn zonden van mij zal verwijderen zoals de zonsopgang van de zonsondergang.

Andere religies

Ja, ik heb me in vele andere religies verdiept. Zowel traditionele zoals het katholicisme en het protestantisme (sommige vormen ervan), maar opnieuw verschillen we op de meest fundamentele beginselen, zoals de twee-klassenleer, de hel, de drievuldigheid.
Andere minder tradionele godsdiensten, zoals de United church of God, de Christadelphians, de bijbelonderzoekers, voor allen heb ik grote sympathie, en ik geloof ook dat ze goed werk leveren om het woord dichter bij de mensen te krijgen… Toch heb ik met allen grondige geloofsverschillen, die ik niet blijk te hebben met de Jehovah’s getuigen.
Ik zal ze echter blijven bestuderen en ik blijf er graag mee in discussie treden. Respect is belangrijk. Laten we allen respect voor elkaar hebben, welke religie, overtuiging je ook aanhangt.

Ben ik het nu opeens met alles eens wat Jehovah’s getuigen me vertellen? Onlangs zei iemand tegen me dat niemand hetzelfde geloof heeft als hij, omdat we allemaal individuen zijn. En dat was wat ik op dat moment echt wilde horen, moest horen. Ik heb nooit het gevoel gehad, dat Jehovah’s getuigen mij in mijn studie remden. Ik heb me nooit beperkt tot lectuur van Jehovah’s getuigen alleen… Ik ben een bibliofiel, neigend aan bibliomanie, dus lezen is een passie en dat doe ik veelvuldig, en dat zal ik ook veelvuldig blijven doen.
Neen, ik heb me nooit “gevangen” gevoeld als Jehovah’s getuige… Met de morele maatstaven ben ik het eens, en als we dan vooral op profetisch vlak onze verschillen hebben, so be it.

Verder verlang ik echt weer om anderen over mijn geloof te kunnen vertellen, en het geluk dat geloof je kan brengen!

Essay op de profetische significantie van het jaar 1914

Jehovah’s Getuigen, iedereen kent ze wel, die heren in keurige maatpakken en die dames met lange rokken, Wachttorens en Ontwaakt!’s (hun lijfbladen) in de aanslag, klaar om hun geloof te verdedigen aan iedereen die van hen een reden voor hun hoop verlangt (1 Pe 3:15).
De meesten hebben ook meteen een mening klaar; sommigen zijn ervan overtuigd dat het keurige mensen zijn die niemand kwaad doen, volgens anderen zijn ze hopeloze slachtoffers van een medogenloze sekte… Voor mensen die er deel van hebben uitgemaakt, betekenen ze vooral veel verdriet en verlies; hun uitsluitingsregel, hun mening inzake bloedtransfusies, het weigeren van feesten zoals verjaardagen.
Wel ikzelf heb er deel van uitgemaakt. Al heel mijn leven ben ik met Jehovah’s Getuigen geconfronteerd, en dat niet altijd op een correcte manier. Ik ben er zelf één van geworden nadat ik overtuigd raakte dat ze dichtst stonden bij wat ik zelf geloofde, maar uiteindelijk leken de dingen waar we botsten toch nog net iets belangrijker.

Ik volg dus nog steeds Jehovah’s Getuigen, hun tijdschriften, hun boeken, hun films… Het laat me niet koud, en soms maak ik er tijd van om daarover een essay te schrijven.

Deze keer betreft het een essay dat ik heb geschreven naar aanvang van de film die op het congres van 2010 is uitgegeven, namelijk “Geloof in Actie Deel 1”, en waarin de vroege geschiedenis van de bijbelonderzoekers wordt verhaald.
Deze essay gaat omtrent het concept van 1914, die een belangrijke datum is in de leerstellingen van Jehovah’s Getuigen, en die al dateert uit de 19de eeuw… Toch zijn er enkele zaken die ze vertellen die niet helemaal kloppen met de werkelijkheid… Dit probeer ik deze essay met deugdelijke bewijsvoering aan te tonen.

Ik ben ook zeker benieuwd naar jullie reacties… Dus spui gerust uw mening, zowel negatief als positief, zolang het maar respectvol en zonder schelden gebeurt.

Profetische significantie van het jaar 1914