Kinderen binnen een homohuwelijk

Inleiding

Onlangs kwam ik op een essay terecht van een vrouw die opgevoed is door twee lesbische vrouwen, en terwijl ze ooit een felle voorstander was van kinderen binnen een homo-huwelijk, komt ze nu uit de kast als in feite een tegenstandster hiervan. Het is trouwens niet de eerste keer dat ik op een essay stuit over dit onderwerp in de negatieve zin door iemand die door een homokoppel is opgevoed zonder dat de wederhelft van het biologische ouderschap nog in het leven van het kind aanwezig was.

Terwijl het tegenwoordig de consensus is om het vrij normaal te vinden dat een homo-koppel ook zijn kinderwens vervult, en waarover de felle voorstanders zelfs zeggen dat het beter is dan binnen een heterohuwelijk (heel vaak met voorwaarden, zoals een vader die afwezig is), is er eigenlijk weinig onderzoek hier naartoe verricht door neutrale, wetenschappelijke bronnen. En als er onderzoeken naar gedaan zijn, zijn die vaak op een verkeerde leest geschoeid. Zo gaat men vaak alle kinderen bekijken: de kinderen binnen eenoudergezinnen, de kinderen in nieuw samengestelde gezinnen, en dan uiteraard ook de kinderen binnen een homo-gezin. Het probleem met zo’n onderzoeken is juist dat ze niet de impact die de afwezigheid van een biologische ouder onderzoeken, maar onderzoeken wat het beste geval is in een eigenlijk al abnormale situatie. Zowel kinderen in één-oudergezinnen als kinderen in een samengesteld gezinnen ontberen al één van de biologische ouders. Verder is het vergelijken met een ouder die zijn/haar kind mishandeld vrij oneerlijk.

In onderzoeken die de ouderschapskwaliteiten onderzoeken lijkt een lesbisch koppel het beste uit de verf te komen omdat ze beide vooral gelijkheid ambiëren in het opvoeden van het kind, terwijl een homo-koppel (mannen) het slechtst uit de verf lijken te komen. Een hetero-koppel hangt er een beetje tussenin waar het vooral de moeder is die de zorgende taken van het kind op zich neemt. Een vrij klassiek beeld natuurlijk van het ouderschap.

Biologisch ouderschap

Heather Barwick (essay) stelt dat ze het grootste deel van haar jeugd verlangd heeft naar een vader. En daar kan ik vrij goed inkomen. Het spreekwoord luidt dat bloed kruipt waar het niet gaan kan. Ook in mijn eigen ervaring merk ik dat; zo’n anderhalf jaar geleden is mijn vader aan de gevolgen van kanker overleden. Ik had de man al twintig jaar niet meer gezien en al zeker zo’n vijfentwintig jaar niet meer als mijn vader beschouwd. Toch moest ik door een zekere rouwperiode heen bij het verliezen van deze man die er eigenlijk zelden is geweest. Een gevoel dat ik ook bij mijn jongste zuster bespeurde die dezelfde ervaring had wat onze vader betreft.

Heather stelt dat de lesbische partner van haar moeder die leegte niet kon opvullen. In de commentaren die op haar essay volgen, maken de mensen over het algemeen opnieuw de fout door het te vergelijken met een nieuw samengesteld gezin. Dat was het in feite wel waar Heather in terechtkwam, maar haar commentaar is aanzienlijk terecht dat we het vrij normaal vinden dat kinderen van gescheiden ouders een rouwperiode door moeten, of kinderen die in een nieuw samengesteld gezin terechtkomen zich daar moeten aan aanpassen (en daar tijd voor nodig hebben om het er het beste van te maken) en dat het logisch is dat het kind pijn ervaart bij het ontbreken van de biologische ouder.

Als we echter het welbevinden van kinderen willen bekijken in de context van een homo-huwelijk ten opzichte van een hetero-huwelijk, dan moeten we dit bekijken vanuit het standpunt waarin het kind geboren wordt. En daarom is misschien Heather niet de meest uitstekende woordvoerdster, daar ze het resultaat is van een gebroken gezin. Het gaat namelijk vooral of het verantwoord is binnen een homo-huwelijk (via donorschap b.v.) een kind op de wereld te zetten. En om dan ook te onderzoeken hoe het welbevinden van een kind is binnen een hetero-huwelijk waar beide ouders biologisch zijn, of binnen een homo-huwelijk, waar maar één partij een biologische ouder is, en waar er dus altijd een biologische partij ontbreekt.

Heather wil dan ook absoluut niet aanklagen dat haar moeder een slechte taak heeft volbracht. Uit haar essay blijkt duidelijk dat ze een grote liefde voor haar moeder heeft, maar dat ze wel haar vader heeft gemist. Ik zet hier opzettelijk “haar vader” want het gaat niet om “een vader”. Bloed lijkt gewoon niet door een andere partij vervangen te kunnen worden. Het probleem binnen het homo-gezin ligt dan ook niet in het feit dat beide partijen van dezelfde sexe zijn. Het koppel kan als ouders gewoon ronduit vergeleken worden met een nieuw samengesteld koppel waarvan de kinderen de nieuwe partner voor beter of voor slechter dienen te accepteren. Maar het lijkt erop dat die andere partij nooit de biologische ouder helemaal zal kunnen vervangen.

“God is liefde” (1 Joh 4:8)

Inleiding

Wat is geloof? Die vraag werd door de schrijver van de Hebreeuwen-brief kort samengevat: “Het geloof is de vaste grond voor wat wij hopen, het bewijs van wat wij niet zien.” (Heb 11:1)
Het gaat om een hoop, een bewijs van wat wij niet zien. Sommige mensen noemen ons naïef als we geloven, of erger nog, willen ons vertellen dat onze God onmenselijk is. Waarom geloven wij. Jezus zegt dat niemand tot de vader komt tenzij hij getrokken wordt (Joh 6:44). Herinner je nog dat moment dat je werkelijk tot geloof bent gekomen? Hoe je werkelijk Gods liefde op je voelde neerdalen… Zijn vrede. Waarschijnlijk voel je dat nog steeds. Zoals 1 Joh 4:8 zegt is Gods liefde, en daar draait het om in Gods leefwereld. Dat is wat je constant voelt. Als je verdrietig bent is hij het die je troost, als je eenzaam bent is hij het die je hand vastneemt. En dat zou ook het teken van zijn discipelen zijn: “Ik geef jullie een nieuw gebod: dat je elkaar liefhebt. Met de liefde die ik jullie heb toegedragen, moeten jullie ook elkaar liefhebben. Daaraan zal iedereen kunnen zien dat jullie leerlingen van mij zijn: als jullie onder elkaar de liefde bewaren” (Joh  13:34-35). Meer nog, de kerkvaders die onze christelijke overtuiging verdedigden tegen de critici zoals Fronto en Celcus, vonden dat één van de belangrijkste elementen waarom ons geloof waar was.

Toch zijn we vaak afgeweken van dit punt. Er zijn meer dan 30 000 religies die beweren christelijk te zijn. Velen van deze religies roepen zich uit als enige mogelijkheid tot redding, en zetten zich fel af tegen andere religies. Het Rooms Katholicisme heeft altijd veel te verduren gehad. Het protestantse idee dat het Rooms Katholieke geloof de anti-christ is waarover in de bijbel sprake is, is er bij velen met de paplepel ingegoten. Toch maakt de bijbel zelf duidelijk wat het onder anti-christ verstaat: “Kinderen, het is het laatste uur. U hebt gehoord dat de antichrist moet komen. Inderdaad, er zijn nu al vele antichristen opgestaan, en daardoor weten wij dat het laatste uur is aangebroken. Zij zijn uit ons midden voortgekomen, maar zij behoorden niet werkelijk tot ons. Hadden zij tot ons behoord, dan waren zij bij ons gebleven, maar het moest duidelijk worden dat zij geen van allen bij ons horen. ” (1 Joh 2:18-19) Even verder schrijft de schrijver van 1 Johannes: “Wie is de leugenaar? Wie anders dan hij die loochent dat Jezus de Messias is? De antichrist is hij die de Vader en de Zoon verloochent. Wie de Zoon verloochent, heeft ook de Vader niet wie de Zoon erkent, heeft ook de Vader.” (1 Joh 2: 22-23). Er is veel onenigheid in de christelijke wereld, en dat kan bijna ook niet anders, want we zijn allemaal individuen, met een eigen mening en ook een eigen relatie tot onze Vader. Maar in die onenigheid hebben we ook altijd de neiging de ander te oordelen naar zijn relatie tot onze Vader. Laten we daarom vooral in gedachten houden dat Jezus ons opdroeg elkaar lief te hebben.

Romeinen 2

Toen ik als kind van elf begon te roken, zei ik op een gegeven moment in gebed tot God dat ik zou stoppen met bidden. Ik heb dat zowat een week volgehouden, een eeuwigheid voor een kind. Ik wilde stoppen met bidden omdat ik had geleerd dat een “waar” christen niet rookt, dat je Gods goedkeuring niet kunt genieten als je niet al zijn geboden onderhoudt. Dat God niet naar je gebeden luistert wanneer je niet nauwgezet al zijn geboden opvolgt. Paulus geeft dan ook aan in Romeinen dat geloof het belangrijkste is (Rom 1:17). Meer nog, niemand “verdient” de heerlijkheid van God, omdat we allemaal zondaars zijn, en vele malen zondigen. (Rom 3:23) Herinner je nog hoe Paulus zei dat wat hij niet wilde, hij deed, en wat hij wilde hij niet deed? – Romeinen 7:19-25

Is het goed te roken? Iedereen zal het wel met me eens zijn dat het dom is te roken. En ik ken maar weinig rokers die niets liever zouden doen dan stoppen. Dat is het gevoel dat Paulus beschreef toen hij zei dat hij wat hij wilde niet deed. Jezus zei: hij die zonder zonde is, werpe de eerste steen. (Joh 8:7)

En dat is ook wat Paulus duidelijk maakt wanneer hij in Romeinen 2:1 zegt: “Maar dan ben jij, mens die oordeelt, wie je ook mag zijn, evenmin te verontschuldigen. Want met je oordeel over anderen veroordeel jij jezelf.”

Waarom doen we de wil van God?

Vele religies hebben een intens schema van wetten, verboden en geboden die hun leden moeten nakomen, op straffe van uitsluiting.
Dat idee is niet nieuw. Al in de eerste eeuwen van het christendom wordt beschreven hoe iemand kon uitgesloten worden, en lange tijd verstoken kon worden van Christelijk gezelschap, voordat hij genoeg “berouw had getoond” en terug in de gemeenschap kon worden opgenomen.

In een wachttoren (tijdschrift voor Jehovah’s getuigen) stond te lezen: “Hier is één voorbeeld van de goede resultaten die het kan hebben als een gezin zich loyaal aan Jehovah’s gebod houdt om niet met uitgesloten familieleden om te gaan. Een jonge man was ruim tien jaar uitgesloten. In die tijd gingen zijn vader, moeder en vier broers niet met hem om. Soms probeerde hij nog wel contact met ze te zoeken, maar ze bleven allemaal standvastig, en dat is te prijzen. Na zijn herstel in de gemeente zei hij dat hij de omgang met zijn familie altijd had gemist, vooral ’s avonds als hij alleen was. Maar hij gaf toe dat als ze zelfs maar een beetje omgang met hem hadden gehad, die kleine dosis voor hem voldoende was geweest. Omdat ze zelfs niet de minste communicatie met hem hadden, werd het intense verlangen om bij ze te zijn een van de redenen om zijn band met Jehovah te willen herstellen. Denk aan dit voorbeeld als je ooit in de verleiding komt met uitgesloten familieleden om te gaan.” (W 15/04/2012)

Maar wat is de reden waarom we tot God getrokken zouden moeten worden? Zou het onze familie moeten zijn, de mensen die we missen? Neen, het zou de liefde van God moeten zijn, want God is liefde.

Dat is ook de essentie van de wet en de profeten en zelfs van het evangelie: “Heb God lief” en “Heb je naaste lief”…

Wie is je naaste?
Jezus gaf dit mooi aan door ons de parabel van de barmhartige Samaritaan te geven. (Luk 10:31-35) Samaritanen kun je beschouwen als uitgesloten Joden. Ze hadden zelfs de bijbel “vervalst” (cf. de Samaritaanse pentateuch)… Toch wordt notabene een Samaritaan als de protagonist van Jezus’ verhaal beschouwd. Meer nog, volgens deze parabel kunnen we beter een afvallige Samaritaan zijn, dan een getrouwe Jood. Meer nog, wanneer Paulus de Korinthiërs onderwees zei hij: “Deze dingen blijven altijd bestaan: geloof, hoop en liefde, maar de liefde is het voornaamste” (1 Kor 13:13) Hoe schokkend, liefde staat zelfs voor geloof.

Maar is het juist niet die liefde die ons naar God gedreven heeft? Die drie belangrijke zaken worden in de brief aan de Romeinen verduidelijkt: “Gerechtvaardigd door het geloof leven wij in vrede met God door Jezus Christus onze Heer. Hij is het die ons door het geloof de toegang heeft ontsloten tot die genade, waarin wij staan; door Hem ook mogen wij ons beroemen op onze hoop op de heerlijkheid van God. Meer nog, wij zijn zelfs trots op onze beproevingen, in het besef dat verdrukking leidt tot volharding, volharding tot beproefde deugd en die weer tot hoop. En de hoop wordt niet teleurgesteld, want Gods liefde is in ons hart uitgestort door de Heilige Geest die ons werd geschonken” (Rom 5:1-5).

Geld verdienen met FOSS

Tijdens mijn studie informatica werd ik gevraagd een onderzoek te doen naar FOSS en winstmodellen.

Te vaak hebben mensen de neiging te denken omdat ze het “gratis” van het Internet kunnen downloaden, dat er geen geld mee te verdienen valt. Maar niets is minder waar. Denk in deze gevallen b.v. maar aan mySQL, die voor ettelijke miljoenen aan toen nog Sun (dit bedrijf is overgenomen door Oracle) werd verkocht, of aan de miljoenenomzet van Red Hat, om maar twee voorbeelden te noemen.

De manier echter waarop winst gemaakt wordt is helemaal anders dan bij proprietary software. Je kunt namelijk niet zo veel verdienen aan licenties, maar licenties is maar een peulschil van waar in de softwareindustrie geld aan kan verdiend worden.

Ik stel je deze studie hier voor ter informatie. Het is misschien iets gedateerd (het is geschreven in 2010), toch denk ik dat het nog wel wat informatieve waarde heeft, daar het hier niet om nieuwe technologieën gaat, maar om modellen die al ettelijke jaren worden gebruikt. Ik vind het zelf ook handig als er hierover eindelijk eens een studie bestaat die alles resumeert in de Nederlandse taal.

Winst maken met FOSS

 

Een besturend lichaam

Inleiding

Volgens Jehovah’s getuigen is het besturend lichaam die bestaat uit acht leden, Gods kanaal op aarde. De studieartikelen in de Wachttoren studie-editie worden dan ook als bijna rechtstreeks van God afkomstig beschouwd. Daarin wordt nieuw licht aan de leden van de gemeentes overgedragen en worden ook nieuwe mededelingen gedaan.

Ze beweren dat ze hiermee de eerste eeuwse gemeenten navolgen die over een besturend lichaam van Apostelen en oudere mannen zouden hebben beschikt in Jeruzalem die in feite zeggenschap hadden over alle Christelijke gemeentes. In deze korte uiteenzetting wil ik even nagaan of dit daadwerkelijk het geval was, en als dat het geval was of het vergelijkbaar is met het besturend lichaam zoals Jehovah’s getuigen dit de dag van vandaag zien.

Geen besturend lichaam in de 19de eeuw

De eerste gemeenten van de “Internationale bijbelstudenten” waren uitermate anders georganiseerd dan hoe de Jehovah’s Getuigen dit de dag van vandaag doen. Pas bij de tweede president Rutherford werd er een begin gemaakt met het overhevelen van de autoriteit aan de wachttorenorganisatie.

Daarvoor waren de klassen, zoals de gemeentes van de bijbelstudenten werden genoemd, autonoom georganiseerde eenheden.
Meer nog, over organisatie zei Russell het volgende: “A visible organisation is out of harmony with God’s devine plan” (WT 12/1/1894, p. 1743) en
“of “organization.” It is wholly unnecessary.
The Bible rules will be the only rules you will
need. Do not seek to bind others’ consciences, and do
not permit others to bind yours. Believe and obey so far
as you can understand God’s Word to-day, and so continue
growing in grace and knowledge and love day by day.” (WT 15/9/1895 R1866)

Volgens Russell (en zijn volgelingen) was de enige band die Christus schiep een band van liefde… Daarin volstond de liefde… Hun hoofd was Christus, geen door mensen gemaakte credo’s of dogma’s, die de geest van mensen bonden.

These laws emanate from their heads, or rulers and law-givers; so it is clearly seen that these present day churches, have and recognize as heads, or directing, ruling powers over them, the ancient founders of their various creeds, each contradicting the other, while their clergy, in conferences, councils, synods and presbyteries, variously interpret and enforce the “traditions of the elders” which “make void the Word of God.” These take the place of the true head of the church–Jesus–and the true teacher and guide into all truth, the Holy Spirit. Hear the Prophet Isaiah express it. (chap. 9:15.) “The ancient and honorable, he is the head, and the prophet that teacheth lies, he is the tail.” And the whole nominal system is described in the Revelation as “Babylon”–confusion–Papal mother and Protestant daughters. – w1882 Oktober pagina 5

De definitie van de kerk van Christus volgens Russell was zoals beschreven door Paulus in Romeinen 12:4, 5 waar wordt uitgelegd dat de gemeente als een lichaam functioneert, en elk ledemaat zijn eigen functie te bewerkstelligen heeft.

Verder in hetzelfde artikel beschrijft Russel dan ook hoe men lid van deze kerk (of lichaam) wordt of is:

In the light of what has just been said as to the class constituting the church which Jesus organized, it is evident that if you have given up all your will, talent, time, etc., you are recognized by Jesus as a follower, and member of the ekklesia, or body of which he is the head, whose names are written in heaven. Thus we join Jesus’ church and have our names recorded as members by consecration. But says one: Must I not join some organization on earth, assent to some creed, and have my name written on earth? No; remember that Jesus is your pattern and teacher, and neither in his words nor acts will you find any authority for binding yourselves with creeds and traditions of the elders, which all tend to make the word of God of none effect, and bring you under a bondage which will hinder your growth in grace and knowledge, and against which Paul warned you, saying, “Stand fast, therefore, in the liberty wherewith Christ hath made us free, and be not entangled again with the yoke of bondage.” (Gal. 5:1.)

In het OT

In het OT, wanneer Israel een talrijke natie werd, en in slavernij in Egypte leefde, zien we dat Jehovah één persoon uitkoos om de leiderschap van de natie op te nemen en hen uit het slavenland Egypte te leiden naar het Beloofde Land. Volgens traditioneel christendom was Mozes een voorafschaduwing van Jezus, en werd over Jezus gesteld in Deut 18:18,19: “een profeet zal ik hun verwekken uit het midden van hun broederen zoals gij zijt; ik zal mijn woorden in zijn mond leggen, en hij zal alles tot hen zeggen, wat ik hem gebied.” Wat door Paulus tot de Christus werd betrokken in Handelingen 3:19-23.

We zien doorheen heel het OT duidelijk dat er steeds een sterke leider was die de Natie Israël leidde. Meer nog, vaak hing voorspoed van de natie af van de gehoorzaamheid van deze leider aan God.
Nadat het volk murmureerde onder leiding van Korach, Dathan en Abiram, die uiteindelijk tezamen met hun huisgezin verzwolgen (de zonen van Korach hoorden hier blijkbaar niet bij (Nu 26:9-11)) werden er 70 oudsten aangesteld die wat van de heerlijkheid van God die op Mozes rustte, kregen om samen met Mozes te regeren.

We zien dus dat er in het OT altijd leiderschap is geweest. Of we het nu een besturend lichaam of vergadering van oudsten noemen, blijft hetzelfde.

Handelingen 15

Jehovah’s getuigen beroepen zich vooral op handelingen 15 om hard te maken dat de eerste eeuwse Christenen over een besturend lichaam beschikten. Zo staat er in het tweede vers: “Maar toen er van de zijde van Paulus en Barnabas geen geringe onenigheid en heel wat geredetwist met hen was ontstaan, troffen zij regelingen dat Paulus en Barnabas en enkele anderen van hen in verband met dit geschil zouden opgaan naar de apostelen en oudere mannen in Jeruzalem.”

Sommigen beweren echter dat Paulus en Barnabas naar Jeruzalem verwezen werden omdat de onenigheid zijn oorsprong daar vond, toch moeten we zorgen hier niet aan inlegkunde te doen. Vers 1 stelt: “En er kwamen zekere mannen uit Judea, die de broeders begonnen te leren: “Indien Gij u niet laat besnijden naar het gebruik van Mozes, kunt gij niet worden gered.” Ze kwamen dus uit Judea, en terwijl Jeruzalem hiervan de hoofdstad was wordt uit dit eerste vers niet duidelijk waar ze precies vandaan kwamen. Zoals je uit onderstaande kaart kunt opmaken was Judea veel groter dan uitsluitend Jeruzalem:

JudeaToch lijkt uit vers 5 dat ook in Jeruzalem die onenigheid aanwezig was door tot het Christendom bekeerde farizeeën: “… Maar sommigen van hen die afkomstig waren uit de sekte der Farizeeën en die gelovigen waren geworden, stonden van hun zitplaats op en zeiden: “Het is noodzakelijk dat men hen besnijdt en hun gelast de wet van Mozes te onderhouden.”

Toch moeten we hier ook meteen opmerken dat Paulus en Barnabas niet uitsluitend naar de apostelen en oude mannen gingen, maar naar heel de gemeente (Han 15:4) en berichtten ze over de wonderbaarlijke bekeringen die ze door middel van de Heilige Geest hadden verricht.

Het was uiteindelijk de apostel Jakobus die de knoop rond deze onenigheid doorhakte.

Uit deze verzen kunnen we echter verschillende dingen leren. Eerst en vooral dat Paulus en Barnabas, zich niet stil hielden in de gemeente, maar openlijk met deze mannen uit Judea in discussie gingen. Vervolgens legden ze hun probleem voor in Jeruzalem, maar bepleitten ze ook hun zaak door de gemeente, en met name de apostelen en oudere mannen duidelijk te maken hoe de Heilige Geest ook bij onbesneden heidenen werkzaam was.

Toch lijkt de gemeente in Jeruzalem een zekere leidende rol binnen de kerk te hebben gespeeld. Want vanaf vers 23 wordt er een brief geschreven aan de gemeente in Antiochië, om duidelijk te maken wat het standpunt van Jeruzalem in deze kwestie was. Belangrijk is hier echter dat aan heidenen eigenlijk praktisch geen lasten werden opgelegd, ze dienden zich “te blijven onthouden van dingen die aan afgoden ten slachtoffer zijn gebracht en van bloed en van al wat verstikt is en van hoererij.” (Han 15;29). Gebruiken die bij de heidenen in hun godenverering niet onbekend waren.

Handelingen 6

In handelingen 6 kunnen we nog een andere blik werpen op de apostolische kring. Hier zien we dat de apostelen zich blijkbaar vooral bezighielden met bijbelstudie, want we b.v. uit vers 2 waar staat: “De twaalf riepen daarop de hele groep leerlingen bij elkaar en zeiden: “Het is onverantwoord dat wij het woord van God verwaarlozen om te kunnen zorgen voor de ondersteuning.” Waarna er zeven mannen werden aangesteld die door de apostelen de handen werden opgelegd, een gebruik die gebeurde bij het aanstellen van ouderlingen en na het dopen van nieuwe bekeerlingen. Toch moeten we hier enige reserve bewaren. Uit vers 7 kunnen we vermoeden dat het hier om de gemeente in Jeruzalem ging, waarvan de apostelen deel uitmaakten.

Conclusie

Uit de geciteerde verzen kunnen we alvast leren dat de apostelen in Jeruzalem een zekere leidende rol speelden, maar dat dit geenszins te vergelijken was met de structurele, allesoverheersende regeling van het besturend lichaam zoals dat de dag van vandaag door Jehovah’s getuigen wordt beoefend. We merken ook dat de gemeente in Jeruzalem in handelingen 15 absoluut wilden voorkomen heersers over het Christelijk geloof genoemd te worden, daarom dat we Russell enigszins hierin wel kunnen volgen als hij zegt dat het belangrijkste de regel van liefde is.

Vaak had je ouderlingen in de gemeente, en werden de gemeentes vaak bijgestuurd door brieven die in het NT vooral van de hand van Paulus zijn, terwijl een “apostel der natiën” genoemd, toch niet tot de selecte groep van apostelen behoorde zoals die in de bijbel te kennen wordt gegeven, waar blijkbaar in eerste instantie Jacobus aan het hoofd stond.

We zien ook dat deze apostelen en oudsten van Jeruzalem geen alleenheerschappij hadden, maar luisterden naar anderen om beslissingen te vormen.

Pedofilie en de gedachtenpolitie

Martijn… Geen ouder die nog haar kind zo zal noemen. 😉

Martijn is een Nederlandse organisatie die staat ter bevordering van kind-ouder relaties. Zo’n jaar geleden was er geen hond die kraaide naar deze organisatie, toch bestaat ze al heel lang. Inmiddels is er veel veranderd. Martijn haalde namelijk het nieuws wanneer ze door de rechtbank verboden werd, maar in beroep werd toegestaan. Martijn is nog nooit zo bekend geweest.

Op Facebook word ik tegenwoordig dagelijks om de oren geslagen met niet al te sympathieke reacties op de uitspraak van de rechtbank. Gaande van foto’s van de organisatoren, tot foto’s van schavotten waarop volgens de verspreiders pedofielen horen.

Een verschil tussen pedofilie en pedoseksualiteit

Pedofilie roept bij de meeste mensen een onderbuikgevoel op van walging. Van kinderen blijf je af, punt! En daar ben ik het volmondig mee eens. Kinderen hebben namelijk een geheel andere kijk op seksualiteit dan volwassenen. Daarom kan men nooit goedkeuren dat er een seksuele relatie bestaat tussen een kind en een volwassene, zelfs al zou het kind hierin een zekere toestemming hebben gegeven.

Toch is er een groot verschil tussen pedofilie en pedoseksualiteit. Pedofilie is volgens mij een geaardheid, waaraan je net zoveel kan doen als heterofilie en homofilie. Het debat gaat dan ook niet langer over of we pedoseksualiteit (het uitvoeren van de daad) moeten goedkeuren, maar of we de gedachten van mensen met een geaardheid aan banden moeten leggen. En gaan we daarin dan niet te ver?

Er zijn nu eenmaal mensen die kinderen seksueel aantrekkelijk vinden. En als mensen zonder deze geaardheid voelen we ons hier moeilijk bij. Maar is dat niet net hetzelfde bij andere geaardheden. Als een heteroseksueel denkt aan twee vrijende homoseksuelen, zal hij dan niet net zo’n gevoel van walging krijgen?

Een pedofiel is geen pedoseksueel… Net zoals een heteroseksueel ook niet automatisch een verkrachter is. Toch kan het volgens mij nefast zijn voor de persoon met een pedofiele geaardheid om hem niet te accepteren in zijn geaardheid, en hem te verplichten om alleen met zijn taboe verder te leven. Fantasieën kun je niet verbannen en al zeker niet verbieden. De vraag blijft of het wenselijk is de fantasieën van een pedofiel te verbannen? Is het niet beter dat hij zijn fantasieën beleeft in zijn geest dan ze werkelijk uit te leven? Is het niet beter dat hij met iemand over zijn afwijkende geaardheid kan praten en de moeilijkheden die hij hierbij ervaart, dan dat hij zich uiteindelijk daadwerkelijk aan kinderen zou vergrijpen?

Het verschil tussen pedofilie en efebofilie

Volgens het DSM IV (een standaardwerk voor de psychiatrie) wordt pedofilie omschreven als de seksuele afwijking waarbij er sprake is van seksuele aantrekking van een volwassene voor pre-puberale jongens of meisjes, waarbij de volwassene minstens vijf jaar in leeftijd verschilt met de betrokkene.

Daarom wordt er vaak nog een onderscheid gemaakt tussen de seksuele aantrekking voor kinderen (pedofilie), en de seksuele aantrekking voor tieners (efebofilie). Vaak worden dezen over één kam geschoren en zien we dit beiden als pedofilie. Enkele jaren geleden werd b.v. een moeder van een tienermeisje veroordeeld omdat haar dochter zwanger was geraakt van een vijfentwintigjarige man. Ik denk dat de meeste tienermeisjes een oordeel kunnen vellen over wie ze leuk vinden en of ze klaar zijn voor seksuele betrekkingen, dus wil ik dit onderscheid hier handhaven, en spreek ik over pedofilie als de expliciete seksuele aantrekking van volwassen tot pre-puberale kinderen. Niet dat ik hier een standpunt inneem voor een relatie van een veertienjarige met een dertigjarige.

Martijn misschien een antwoord

Het is natuurlijk dat Martijn een zekere walging bij ons oproept. Van kinderen blijf je nu eenmaal af… Hoe kan iemand ook maar denken aan seksuele betrekkingen met kinderen? Toch blijkt dit meer het geval te zijn dan we denken; volgens een brochure tegen pedofilie zou in Nederlands zo’n 40 % van de meisjes ongewenste seksuele betrekkingen hebben gehad voor hun zestiende. Dat is veel, heel veel. Laten we dan ook aannemen dat niet elke persoon met een pedoseksuele geaardheid zijn geaardheid praktiseert dan komen we op heel veel mensen die zich seksueel aangetrokken voelen tot kinderen.

Ik denk dat een organisatie als Martijn voor deze mensen een zekere oplossing kan bieden. Hulp kan bieden om over hun seksualiteit met anderen te kunnen spreken.

Misschien kan Martijn dus een grotere maatschappelijk rol gaan spelen, dan we in eerste instantie zouden denken.

Controle op Martijn

Toch dienen we de organisatie Martijn niet uit het oog te verliezen. Het kan misschien een lijn zijn tussen pedofilie en pedoseksualiteit, maar we weten in feite niet hoe dun of hoe dik die lijn is.

Op geen enkel tijdstip mogen we toelaten dat een organisatie opeens een vergaarplaats wordt om de seksualiteit met kinderen te kunnen beleven.

De liefdesverhouding van Apple met Open source

logo linux-magazineIn het nieuwe Linux-magazine staan er opnieuw twee mooie columns aan de hand van Fabrice Mous, die trouwens echt wel een uitstekende aanwinst voor het tijdschrift is, en van Koen Vervloesem.. Fabrice Mous heeft het over de "heimelijke" liefde van bedrijven als Apple en Microsoft voor Open source, terwijl Koen Vervloesem ons probeert duidelijk te maken over de verdoken discriminatie die er heerst voor mensen die enkel vrije software wensen te gebruiken. Beiden hebben ze een overvloed van gelijk.

logo macosxZeker van Apple is de kans klein dat ik ooit iets zal aanschaffen; niet omdat ik tegen hun apparaten ben, maar simpelweg uit principe. Apple’s liefdesverhouding met Open Source is er namelijk één die vooral uit nemen bestaat, nemen vanuit de community, en er zo weinig mogelijk aan terug te geven.

Zeker de laatste dagen is Apple nogal eens in het nieuws getreden met rechtzaken aan te spannen tegen andere bedrijven die ook vooral willen profiteren van de tabblet-markt. De aanklachten doen terugblikken op de verschillende waarschuwingen die uit de Open-source-community kwamen door het installen van patents en octrooien op software. Het is dan ook op die manier dat Apple op een oneerlijke wijze zijn concurrentie probeert uit te schakelen. Uiteraard zijn de aanklachten op zijn zachtst gezegd vaag te noemen, en gaan ze vooral om het feit dat die of die software wat te veel lijkt op software op de I-pad. Natuurlijk, wat had je nu gedacht, iedereen heeft ogen in zijn hoofd, dus als iets mooi wordt gevonden zal het op een dag wel ongeveer gekopiëerd worden.
Wat als op een dag iemand vensters begint te patenteren? Dan maar één bedrijf meer die een computer mag uitbrengen waarop vensters worden getoond?

Het is nog vreselijker als je bedenkt dat Apple zich al jaren te goed doet aan software die door de open-source community wordt afgeleverd! Zo is de backend van hun OS X onomwonden BSD. Waarschijnlijk BSD omdat deze wordt uitgebracht onder de MIT-licentie die toelaat om code terug te sluiten, iets wat de GPL, waaronder Linux is uitgebracht niet toelaat.

En hier komen we dan ook in het vaarwater van de column van Koen Vervloesem, die het ronduit vervelend vindt dat sommige websites eisen dat je Silverlight of Flash hebt gestaan (twee gesloten systemen), dat ze zelfs daarom maar uitgaan dat je zelfs niet eens over de meest recente browser zou kunnen beschikken.
De vergelijking die Koen Vervloesem maakt, lijkt misschien vergezocht, maar is dat eigenlijk niet; als je een winkel binnenstapt en ze eisen dat je enkel binnenkomt als je een t-shirt van een bepaald merk draagt, dan staat heel de wereld in rep en roer… En terecht… Maar met software gebeurt dat niet.

En misschien hebben we daar allemaal een beetje een aandeel in… We zijn namelijk vaak erg laks. De players voor flash b.v. zijn gratis te verkrijgen, dus downloaden we ze zonder er veel bij na te denken. Feit is echter wel dat door de gratis flashplayer te downloaden we automatisch meehelpen met het monopolyseren van Flash, want flashfilmpjes maken gaat over het algemeen niet zomaar, en daarvoor dien je eigenlijk veel geld neer te tellen (als je geen illegale kopieën wilt, zoals veelal het geval is met bedrijven).

En zo is het ook met onze licenties. De MIT- en soortgelijke licenties, die toelaten dat code ook terug gesloten kan worden zijn misschien een stuk vrijer dan de GPL die Stallman heeft opgesteld, en terwijl ik bepaalde stukken uit de GPL wat te links vind, dacht Stallman hier veel verder vooruit. Hij voorkomt namelijk dat er van Open-source misbruik gemaakt kan worden. Dat je niet zo gemakkelijk op de rug van een ander geld kunt verdienen, zonder in zekere mate ook de oorspronkelijke ideeën in stand te houden.

Natuurlijk zijn commerciële bedrijven veel meer gedient met MIT- of Apache-licenties in de Open-Source-community, want die code kunnen ze sluiten en gebruiken in hun proprietary software, precies iets wat Open-Source probeert tegen te gaan.

Daarom zijn de dual licenties zoals die door b.v. mySQL en Trolltech gebruikt worden een beter alternatief; op die manier verplicht je personen die commerciëel met je bibliotheken of software aan te slag willen er ook een prijs voor hoeven te betalen, zonder dat persoonlijke gebruikers in hun vrijheid beperkt worden omdat voor hen dan de licentievoorwaarden van open-source gelden.

Verder wil ik ook benadrukken dat het verkeerde veronderstelling is dat met opensource geen geld valt te verdienen, dat bewijzen bedrijven zoals mySQL en Redhat al jaren; maar daarover later meer.

Vergankelijkheid

“De dodelijkste ziekte, is het leven zelf”, zei ooit een personage in één of andere film.
Jups, er is één vaststaande zekerheid in het leven waarvan er naar mijn weten nog nooit iemand is geweest die er onderuit is geraakt… We gaan dood! Rijk, arm, lief, klootzak… Als we maar lang genoeg wachten verdwijnt elke klootzak wel vanzelf!
Dat vele mensen de gedachte achter doodgaan niet zo aangenaam vinden bewijzen de talloze religies en gedachten over een hiernamaals.
En terwijl ik zelf niet bang ben voor de dood, kan ik ook aangegrepen worden door mijn eigen vergankelijkheid.
36 ben ik inmiddels… Wie had ooit kunnen denken dat ik het zover had kunnen laten komen!
Neen, plots is het niet gekomen… Heel sluipend begonnen zich de eerste tekenen te verschijnen toen ik zonder opwarming geradbraakt geraakte na het uitvoeren van een flik-flak of een rugwaartse salto, en de jongens waarmee ik trainde opeens wel erg veel jonger leken te zijn dan ik. Vervolgens lijk je gewoon niet meer zo hoog te kunnen springen, en lijken die benen die ooit van rubber leken nu opeens wel van hout.
Opeens lijk je voor wat je ooit als gewone sport hebt gezien veel te oud en kun je op geen enkele manier nog mee, en te jong voor het conditieturnen met de vijftigjarigen.
En tien jaar later? Ja, dan lijkt sporten opeens een opgave.
Als de rugpijn, de grijze haren en het buikje :$ komen opzetten, weet je hoe laat het is!
En als opeens jonge mensen van 17 je met mijnheer beginnen aan te spreken zonder dat je moet verwachten dat ze het tegen je vader hebben die achter je staat, weet je dat je jezelf geen jonge gast meer mag noemen.

Als jongere dacht ik altijd dat je met ouder worden ook “oudere” gedachten en gevoelens kreeg. Ent terwijl dat in zekere mate waar is – zo zul je in veel zaken waarbij je je gevoel als jongere liet primeren rationeel over nadenken als volwassene – kan het op geen enkele manier tippen aan de verwachtingen die ik als jongere had.
Ja, ik heb nog steeds dromen, ik wil nog steeds nieuwe dingen proberen…
En ja, in feite leef ik nog steeds mijn leven alsof ik het eeuwige leven heb.
Elke avond ga ik slapen met de gedachte dat ik de volgende morgen wel weer wakker zal worden. Elke dag doe ik mijn werk en sluit die ’s avonds af met de voorbereidingen waaraan ik de volgende dag zal werken.
“Wat als je nog maar een dag zou bestaan” is niet meer dan een regel uit een lied van Marco Borsato; leuk om naar te luisteren, maar na vier minuten begint een ander liedje.

Waarom deze overpeinzing?

Shannon Miller…
Waarschijnlijk zullen weinigen deze sportvrouw kennen.
Toch was ze één van mijn sporthelden uit de jaren ’90 en kon ik haar uren bewonderen.
Een Amerikaanse topturnster die in de jaren ’90 verschillende belangrijke titels in de wacht sleepte, en een nagenoeg perfecte afwerking had.
Zelden heb ik turners zo’n prachtige landingen zien maken.
Terecht wordt ze dan ook gelauwerd als één van de groten.
Ze is 34 nu… jups, bejaard in termen van de artistieke gymnastiek.
Ik moet wel erg oud zijn, want ik vind haar een erg aantrekkelijke vrouw! Was ik twaalf geweest had ze wel mijn moeder kunnen zijn!
Maar anyway, op het ogenblik voert deze dame, een strijd tegen de grote K. En mooier dan hoe ze het zelf verwoordt kan ik niet: Kanker discrimineert niet.
Toch vond ik het schokkend toen ik dat opeens gisteren bij het surfen te weten kwam.
Tezamen met de aflevering enkele weken geleden in Koppen “Dagboek van een morfineverslaafde” over Kim Kay, waar ik razend verliefd op was als jonge twintiger, en de dood door overdosis van Corey Haim vorig jaar, merk je dat het leven doorgaat, ook zonder jou.