Creationisme leeft ook in België – Eerste scheppingscongres van het Logos Instituut in Vlaanderen

Inleiding

Een overrompelende opkomst was het op een snikhete 7 april niet  voor het eerste Vlaamse scheppingscongres van het Logos Instituut dat onder Nederlanders waarschijnlijk een stuk bekender is dan onder Vlamingen. Dat hadden de organisatoren blijkbaar wel voorzien: de Antwerpse evangelische Kerk in de Rogierstraat is een kerk van bescheiden grootte, vrij gemakkelijk toegankelijk voor mensen die met het openbaar vervoer kwamen. We moeten er met zo’n vijftig zijn geweest, wat de kerk zo tot de helft à drie kwart vulde.

Niet dat er geen problemen waren, maar zowel de lezingen als het onthaal waren goed verzorgd. ’s middags was er voor broodjes gezorgd om na het geestelijke ook het lichamelijke te voeden en tijdens elke pauze was er ruimschoots koffie en thee voorzien. Dit allemaal voor de prijs van 10 euro of als student 7.50. Daar hoef je heus dus je hand niet voor om te draaien.

De Bijbel

siebesmaAls theologiestudent boeide mij natuurlijk het meeste het eerste deel, waar vooral de Bijbel aan het woord gelaten werd.  Siebesma een emiritus hoogleraar aan het ETF in Leuven in het vakgebied van het Oude Testament en Bijbels Hebreeuws mocht de spits afbijten met een uiterst interessante lezing over de Hebreeuwse vorm in Genesis 1. Door evolutionaire gelovigen wordt namelijk nog al eens beargumenteerd dat dit eerste hoofdstuk van de Bijbel alle aanwijzingen heeft van een Hebreeuws gedicht… Maar dat lijkt buiten de Hebreeuwse taal gerekend te zijn. Het Hebreeuws kent namelijk vormen om poëzie mee te verwoorden en om narratieve teksten mee te beschrijven, en zo blijkt Gen 1 niet in de Hebreeuwse poëzievorm geschreven, maar in de narratieve vorm. Een belangrijke aanwijzing voor iemand die de Bijbel serieus wilt nemen.
Dirkzwager de tweede spreker ging in over het exodusverhaal die volgens de meeste wereldse archeologen uitsluitend tussen de bladzijden van de Bijbel te zien zijn.  Het probleem hiervoor lijkt echter vooral een chronologische. In Gen lezen we dat de Hebreeuwse slaven meewerkten aan twee steden namelijk Pi-Ramses (de beroemde stad van Ramses II) en Pithom. Nu blijkt men er vooral vanuit te gaan omdat de tekst spreekt over Pi-Ramses dat de farao van de Hebreeuwse exodus wel de beroemde Ramses II moest zijn. Maar rond die periode is er helemaal geen sprake van een volksverhuizing uit Egypte. Dirkzwager beargumenteerde dat het niet ongewoon is om in geschiedenisteksten anachronismen te gebruiken, dat doen we namelijk nog steeds in onze geschiedenisboeken waar we het niet hebben over Nieuw Amsterdam maar over New York als we het hebben over de opbouw van de beroemde Amerikaanse stad. En hier heeft Dirkzwager wel duidelijk een punt, want Pithom is nog veel jonger dan Pi Ramses, Pithom werd pas zo genoemd rond 800 vChr, één van de argumenten waarom het eerder ten tijde van de ballingschap zou zijn geschreven dan zoals de traditie beweert, ten tijde van Mozes. Ten tijde van de joden heette pi Ramses Amaris en volgens Dirkwager was de Farao ten tijde van Mozes Khenefres. Hiervoor haalde Dirkzwager enkele rake argumenten aan, die zeker voor ons gelovigen de moeite van het onderzoeken waard zijn.

Een soort van intermezzo werd ingelast door Jan Van Meerten die even reclame wilde maken voor het Logos Instituut en waarvoor dit instituut stond. Jan Van Meerten is een bevlogen spreker en heel aangenaam om naar te luisteren.

Geologie

Het eerste blok na de middag werd gespendeerd aan het hart van de evolutie, namelijk geologie. Ing Stef J. Heerema verdedigde een theorie ten voordele van de zondvloed.  Een vrij complex gedeelte rond zoutformaties en ijsformaties die duidelijk eerder voor een zondvloedmodel spreken da voor een oudeaardemodel en plaatverschuivingen. Ook Heerema, een Vlaming naar zijn accent te oordelen, was gepassioneerd over zijn vakgebied en kon er vrij goed over vertellen, al was het voor een leek wel even de aandacht erbij houden.
Ingenieur Gert-Jan van Heugten, die op het punt stond naar een archeologische site te vertrekken om onderzoek te doen naar dino’s, besprak het idee of mens en dino ooit tezamen hebben geleefd. Volgens de traditionele theorieën zijn de dinosaurussen miljoenen jaren eerder uitgestorven voordat er mensen op het toneel kwamen. Meestal wordt aangenomen dat ze zijn vernietigd door de inslag van een meteoriet, maar opnieuw deze theorieën zijn uiterst speculatief en de bewijzen minimaal… Meer nog, als je de Bijbel leest wordt er gesproken over Leviathan en Behemoth, vaak wordt b.v. Behemoth vertaald met nijlpaard of olifant, maar dat klopt in het geheel niet met de beschrijving. Toch zijn er uitgestorven dinosaurussen die veel weg hebben van deze mythische wezens. Ook het feit dat over heel de wereld verhalen over draken worden verteld speelt in het voordeel van de theorie dat mens en dino elkaar in het verleden hebben ontmoet. Gert-Jan van Heugten kon het in ieder geval goed weergeven, waarom hij dat op blote voeten deed is mij echter een raadsel.

Afsluiting

Het laatste blok leek mij het minste interessant en werd vooral gegeven door personen die op die vlakken geen specialisten waren, wat niet wil zeggen dat ze op hun eigen manier in hun eigen vakgebied geen specialist waren. Johan VanBrabant, waarvan tot de laatste minuut bijna werd afgevraagd of hij het congres wel zou halen, was een geweldige spreker. Terwijl de inhoud van zijn lezing naar mijn mening niet zo interessant was en net iets teveel informatie bevatte, kon hij enorm gepassioneerd vertellen, ik had dus heus nog een uurtje naar hem kunnen luisteren. Even werd hij wel door een kritische noot uit het publiek uit het lood geslagen, maar die heeft hij mooi van weerwoord voorzien.

Besluit

Het Logos Instituut heeft al jaren ervaring met het organiseren van congressen, besprekingen en conferenties en dat zie je in de gelikte manier waarop dit congres was georganiseerd en is verlopen. Mooi was dat ze er geen kopie van wilden maken naar Nederlands model, met uitsluitend Nederlandse sprekers, ze hebben een gezond evenwicht proberen te vinden tussen Nederlandse en Belgische sprekers, al moet ik toegeven dat ik altijd geboeider kan luisteren naar een Nederlandse spreker, hij lijkt iets beter te kunnen vertellen.
Ook kwamen we als congresgangers niets tekort: tijdens de pauze was ruimschoots koffie en thee en zelfs gebak voorzien, en tijdens de middag was de lunch ruimschoots voldoende, al wil ik die Nederlanders wel even op het hart drukken om boter achterwege te laten.

Geen stormloop dus, maar ik zou elke persoon met vragen rond dit onderwerp aanmoedigen een congres van Logos bij te wonen, je wordt niet op het schavot geplaatst als je een andere mening bent toegedaan, maar leerzaam is het wel, en de sprekers hebben vaak genoeg sporen in hun vakgebied verdiend om erover te kunnen spreken. Niet elke creationist is een ongeschoolde arbeider die te dom is om te horen of het in Keulen heeft gedonderd (of zoiets) zoals vele atheïsten ons willen doen geloven.

Het volgende Vlaamse scheppingscongres zal plaatsvinden op dezelfde plaats op 22 september 2018, hier kunt u zich alvast inschrijven al is er nog niets over de sprekers bekend: https://logos.nl/evenement/bijbel-en-wetenschap-tweede-vlaams-creationistische-congres/

 

De misviering: een ervaring

Vaak bezoek ik kerken. Ik hou van de serene stilte die er heerst. Ja, om eerlijk te zijn voel ik me er soms zelfs dichter bij God. Soms ga ik er even heen om te mediteren, weg te zijn van de drukte van mijn gedachten.

Mijn grootvader was een rasechte Katholiek en zo heeft mijn moeder in haar kindertijd vaak naar de misvieringen gemoeten, iets wat ze ons heeft bespaard. Mijn moeder is bijna anti-Katholiek te noemen, dus was het zeer moeilijk om mij zonder bevooroordeeld hart naar een misviering te begeven.

In mijn zoektocht naar de invulling van mijn spiritualiteit, en een tijd dat ik nog dacht dat het mooiste beroep van de wereld priester was, heb ik ooit in de Abdij van Zevenkerken een misviering bijgewoond, maar nagenoeg alle herinneringen daaraan zijn verloren. Door gebeurtenissen die ik hier niet te grabbel wil gooien, heb ik veel van die tijd uit mijn herinneringen verdrongen, en nog heb ik er teveel die ik ook liever kwijt zou zijn.

Vrees

DSCI0002.JPGDaar sta je dan, op het punt je in een wereld te begeven waar je niet thuis bent. Dus nerveus betrad ik de kerk. Toen ik nog thuis was, had ik me voorgenomen om achterin een plaatsje te zoeken, zodat ik zo onopvallend mogelijk weer kon verdwijnen. De mensen zaten echter zo verspreid dat ik overal tamelijk onzichtbaar kon zijn, en dus nam ik me een plaatsje tamelijk vooraan zodat ik alles goed kon zien.

Mijn vrees bleek in ieder geval ongegrond. Meer nog, ik had in zekere mate het gevoel thuis te komen; niemand keek me raar aan, of moest we dwangmatig welkom komen heten. Ik voelde me er meteen meer thuis dan ik had gedaan toen ik voor het eerst een koninkrijkzaal had betreden. Je was er ook gewoon onomwonden welkom Je bent geen vreemde in de kerk. Een vriendin van me vertelde me ooit dat ze zich altijd wat een heiden voelde in de kerk, terwijl ze toch steeds een goed Christen probeerde te zijn. Dat gevoel had ik het overgrote gedeelte van de tijd niet.

Aanbidding

Het grote verschil dat ik opmerkte met een vergadering in een koninkrijkzaal was de manier waarop de dingen benaderd werden. De nadruk lag veel meer op aanbidding, en niet op onderwijs.

Er werd begonnen met een lied. Blijkbaar kon je een programma verkrijgen, maar dat had ik niet gezien, dus kon ik in grote delen van de viering niet participeren, dat vond ik eigenlijk wel spijtig. De stem van een vrouw kondigde aan welk lied er gezongen zou worden, en een prachtige muzikaal stuk werd ingeluid. Vervolgens werd er gebeden. Wat me ook opvalt is de grote hoeveelheid aan gebeden die er tijdens zo’n misviering werden opgezonden. Ik durf bijna schatten dat de helft van de tijd aan gebed wordt gespendeerd.

De Jehovah’s getuigen kondigen vaak aan dat ze in de kerk de bijbel niet gebruiken, maar dat doen ze wel. Eerst werd een stuk voorgelezen uit Genesis, waar Abraham in contact kwam met de drie engelen.

DSCI0003.JPGDe lezing, als ik het zo mag noemen, ging over een stuk uit het evangelie van Lukas waar een vergelijking werd gemaakt tussen de twee zusters, de één hardwerkend, de ander luisterend. In tegenstelling tot wat ik eigenlijk gewend was, werd er niet belerend of veroordelend gedaan over de zuster die hard werkte, maar werden beide vrouwen vergeleken met hoe we de dag van vandaag in het leven staan. De toehoorders werden niet op het hart gedrukt om meer te doen in de dienst voor God, maar werden geprezen voor wat ze al deden, en dat het gewoon onoverkomelijk was dat we in deze tijd een heel erg druk bestaan hadden, maar niettemin tijd maakten voor de aanbidding van God.

De priester had een heel zachte stem die zeer aangenaam in de oren klonk. Het lijkt een man waar je je ziel aan bloot kunt geven, een belangrijke eigenschap, vind ik dat, voor elke voorganger van een godsviering.

Ergens midden in de viering wordt ruimte gemaakt om even een blijk van vriendelijkheid aan elkaar te tonen. Terwijl ik dat een onwennig moment vond, vond ik het niettemin prachtig hoe je op die manier wat dichter naar elkaar toe komt te staan. Een wat oudere dame die voor me zat, en die ik nog nooit had gezien, kwam spontaan naar me toe om me de hand te drukken.

Ook mooi dat de priester op het einde van de viering naar de uitgang liep om iedereen nog eens persoonlijk te groeten. Ongetwijfeld komt hij op die manier dichter bij zijn parochianen te staan.

Stoorpunten

Uiteraard kan ik er niet om heen dat er ook enkele dingen waren die me stoorden.

Het rondgaan met de manden voor stoeltjesgeld, liet zo lang op zich wachten, dat ik even zelfs dacht dat dit was afgeschaft. Wat ik zeer mooi zou hebben gevonden. Aan de ingang van de kerk stond er trouwens een mandje waar je iets in kon gooien ter bevordering van de kerk, dus eigenlijk had ik dat voldoende gevonden. Maar opnieuw had ik niet het gevoel dat geld geven een verplichting was.

Verder werd tijdens de eucharistie enkel voorzien in het lichaam van Christus, terwijl ikzelf het bloed van Christus een stuk belangrijker vindt. Het nieuwe verbond werd namelijk gesloten met zijn bloed (die voor velen vergoten zou worden) en niet zozeer met zijn lichaam.

Conclusie

DSCI0005.JPGDe kerk is dus niet op mij neergestort. Ook had ik helemaal niet het gevoel dat er aan afgoderij werd gedaan. Uiteraard werd er voor het beeld van Christus gebogen, wat ik niet heb gedaan, maar ik had veeleer het idee dat dit uit respect was, en niet als aanbidding van het beeld.

Ik kan me niet van het gevoel onttrekken dat God met zo’n viering dik tevreden kan zijn. Meer nog, Jehovah’s getuigen gaan er prat op dat ze de bijbel gebruiken tijdens hun viering, maar wat ze vaak doen is lectuur van het genootschap gebruiken. Ik vond het verhelderend om te zien dat er geen gebruik werd gemaakt van bijkomstig materiaal, maar dat de bijbel in zijn puurste vorm werd gebruikt.