Overdenkingen over geloof en wetenschap

Inleiding

Iemand bekeren kun je niet. Dat wordt al in de Bijbel aangegeven wanneer Jezus stelt dat niemand tot hem kan komen tenzij de Vader hem trekt (Jh 6,44). Het is ook deze discussie die in de Reformatie bijzonder veelvuldig gevoerd werd: hebben we een vrije wil om te kiezen (of niet te kiezen) voor God, of is dat voorbestemd? Toch noemde Karl Barth deze voorbestemdheid vrijheid omdat God verwerpen eigenlijk juist geen vrijheid is. Blaise Pascal, wetenschapper èn gelovige, kon dan ook vrij zeker stellen: “Hij die niet gelooft, wordt niet overtuigd, en hij die wel gelooft heeft geen bewijs nodig.” Is het echt zo eenvoudig? We zien namelijk in alle lagen van de bevolking, in elk intelligentieniveau en elk opleidingsniveau gelovigen èn ongelovigen. Als christenen hebben we natuurlijk een bekeringsijver, maar zoals uit voorgaande blijkt is het juist niet wij die bekeren, dat maakt een debat niet zinloos zoals ook Petrus 3,15 stelt: “Vraagt iemand u waarop de hoop die in u leeft gebaseerd is, wees dan steeds bereid om u te verantwoorden”, maar het verlicht wel de verantwoordelijkheid van ons christenen: we worden niet op het matje geroepen als we te weinig mensen tot God zouden brengen. Uiteindelijk heb je maar invloed op één persoon, zoals ook het bekende spreekwoord luidt: “Wil je de wereld veranderen, begin bij jezelf.”
Het conflict tussen wetenschap en religie wordt eigenlijk vooral aan de meer extreme kanten van het spectrum gevoerd, en dat zowel op het gebied van (fundamentalistische) gelovigen als (fundamentalistische) ongelovigen. Maarten Boudry b.v., een beruchte atheïst die werkzaam is aan de universiteit van Gent, tweette nog niet zo lang geleden dat geen enkele zichzelf respecterende universiteit een faculteit theologie zou mogen hebben, dan kun je zowel een faculteit astrologie hebben, we weten tenminste dat sterren bestaan. Laat nu net de meest respecterende universiteiten juist wel een faculteit theologie hebben, in België, de Katholieke Universiteit van Leuven en in Amerika b.v. de bekende universiteiten van Harvard en Yale.

Aan de andere kant is het niet zo dat met de bijbel het verstand op slot moet, integendeel. Al in Thes 5,21 stelde Paulus: “Onderzoek alles, behoud het goede.” De raakpunten van geloof en wetenschap liggen in een open houding tegenover het onbekende en het mysterie. Maar misschien wringt net hier teveel het schoentje. Al Hawking stelde dat het bijzonder moeilijk is om de kosmos te onderzoeken, omdat we zelf een deel van die kosmos zijn.

Wereldbeelden

Alles hangt eigenlijk af van wereldbeelden. In tegenstelling tot wat de cursus stelt geloof ik wel dat er een onderscheid in wereldbeelden is, maar dat wil niet zeggen dat ze niet overlappen. Inderdaad ook gelovige mensen kijken de dag van vandaag met een wetenschappelijke bril naar de werkelijkheid. Maar neutraliteit is absoluut onmogelijk. Het is ook al te gemakkelijk om te concluderen dat het een onderscheid is tussen een mythologische en wetenschappelijke wereldbeeld zoals Albert Einstein naar voren bracht. Beide termen vind ik ongelukkig gekozen. Een wereldbeeld is per definitie gekleurd, maar wetenschap zou dat niet mogen zijn, wetenschap handelt namelijk over kennis, over wat we weten, niet (uitsluitend) over wat we denken. Ja, ik weet het, een vrij naïef beeld van wetenschap, juist omdat er mensen aan deelnemen, en mensen kunnen niet neutraal zijn. Liberaal humanistisch wereldbeeld zoals Harari het noemde, zou misschien beter de lading dekken. Of misschien iets neutraler: seculier wereldbeeld. Ik sta hier dus wel gedeeltelijk achter de ideeën van Habermas denk ik, die een te grote verdeeldheid zag van het levensbeschouwelijke terrein in twee kampen: vooruitstrevende wetenschap en techniek aan de ene kant en behoudende geloof en religie aan de andere kant.

Gelukkig is men hier toch enigszins een beetje van teruggekeerd door een conceptual compatibility te zien tussen het religieuze en het wetenschappelijke wereldbeeld. Maar het is waar zoals Caputo stelt dat we zo arglistig als slangen moeten zijn als we religieuze taal hanteren.

Het Kosmologisch determinisme maakt volgens mij de vergissing door te stellen dat geen enkele uitwendige kracht de wetten van de natuur en de kosmos kan opheffen of veranderen. Hiermee doen ze volgens mij (als christen) God te kort, en stellen ze God (en ook de hemel die ze ontkennen te bestaan) gelijk aan een deel van onze materiële werkelijkheid. Dat is ook wat Hawking stelt als hij verwoordt: “Ik gebruik het woord ‘God’ in onpersoonlijke zin, net als Einstein deed, voor de natuurwetten, dus het kennen van Gods denken is het kennen van de natuurwetten. Ik voorspel dat we tegen het einde van de eeuw Gods denkwijze kennen.” Het raakpunt van geloof en wetenschap ligt misschien wel in de open attidude tegenover het onbekende of het mysterie. We leven in een toenemende seculiere maatschappij waar een wetenschappelijk wereldbeeld wordt gehanteerd. Maar een wetenschappelijk wereldbeeld hanteert geenszins automatisch een atheïstisch wereldbeeld. Dat is iets wat de nieuwe atheïsten ons willen doen geloven. Mensen zoals Dawkins, Dennet, Hitchens, Harris hebben een bijzonder uitgesproken mening over religie en over het bestaan van God. Maar ze gaan vaak behoorlijk uit de bocht omdat ze zich ook willen begeven op terreinen waarin ze niet gespecialiseerd zijn. Hun kennis van Bijbel en traditie is vaak te ondermaats om hen op dit vlak serieus te nemen. Anderzijds begrijpen ze gelovigen ook simpelweg niet.

Verder hoeft een gelovig wereldbeeld niet meteen met een wetenschappelijk wereldbeeld te botsen (al kan dat uiteraard wel het geval zijn). Een goed voorbeeld hiervan is Theodius Dobshansky die geneticus en evolutionair bioloog was, maar toch geloofde in God. Volgens hem was de evolutie de creatiemethode die God gebruikte in de natuur. Ook William Paley stelde dat Darwin de doelgerichtheid van de natuur als bewijs van Gods plan gebruikte. En Lubbock concludeerde dan weer dat religie helemaal niet oppositioneel met wetenschap stond, de wetenschap zou alleen de onzinnige en bijgelovige kanten van religie tegenspreken. Ook Conway kwam tot soortgelijke conclusie, hij achtte dat men Darwin verkeerd begreep als men zijn theorie interpreteerde als een “recht van de sterkste”. Het ging niet om de overleving van de sterkste maar om de overleving van nederigheid, rechtvaardigheid en sympathie. En op die manier kun je dus Gods werk zien doorheen de evolutie. Darwin, die eigenlijk zelf heel zijn leven geworsteld heeft met geloof, vooral sinds de dood van zijn tienjarig dochtertje, maakte dan ook niet zozeer komaf met geloof, al is dat ook weer wel mogelijk en werd zijn theorie misschien wel door beide kanten vaak levensbeschouwelijk “misbruikt”. In een brief aan een vriend en collega schreef hij dan ook dat hij zich in zijn leven nooit een atheïst gevoeld heeft in de zin dat hij het bestaan van God ontkende. Maar Darwin maakte zelf ook enkele denkfouten, vooral omtrent de oorzaak van het kwaad, en de strijd in het bestaan, die ook toen al duidelijk in de zondeval verwoord werden. De wereld is inderdaad niet (alleen) mooi en wonderlijk, teveel proberen mensen met een christelijke achtergrond hier de nadruk op te leggen, en de “lelijkheid” van de natuur, dood en verval te verzwijgen en niet te verklaren. Dat moeten we misschien meer doen. “Waarom laat God het lijden toe”, is misschien wel één van de meest gehoorde vragen.

Het probleem is dat evolutie wel bepaalde zaken kan uitklaren maar anderen helemaal niet. Daar wordt in feite te weinig aandacht aan besteed. In cultureel opzicht heeft de mens een natuurlijke drang tot het goede, evolutionair kunnen we deze geneigdheid zien als een overlevingsdrang. Maar het probleem is dat we ook kunnen kiezen voor het kwade. Volgens verschillende evolutionaire wetenschappers, met misschien aan kop Dick Swaab in de Nederlanden, bestaat er niet zoiets als een vrije wil. Ze komen tot deze conclusie omdat bij een handeling, de trigger in onze hersenen voor deze handeling, al gemaakt wordt voordat we deze handeling uitvoeren. Maar niet iedereen is het hier opnieuw mee eens, er zijn net zo goed hersenwetenschappers die zich tegen deze visie keren, verder kunnen ze het bewustzijn niet verklaren. Een heel mooi boekje hieromtrent is “Out of our heads: Why you are not your brain, and other lessons from the biology of Consciousness” van Alva Noë.

Ook liefde is zo’n begrip die moeilijk te verklaren, of in wetenschappelijke beelden, te gieten is, juist doordat het een subjectief begrip is en subjectieve ervaring kan niet met een wetenschappelijke methode geanalyseerd worden. We zien wel sympathie en empathie bij enkele hogere primaten, maar het is vooral de mens die zich relationeel ontwikkeld heeft. Waarom? Enkele 19de eeuwse filosofen probeerden dit te overbruggen met het idee van het dialogisch denken. We hebben het hier dan over Martin Buber (1878-1965) en Emmanuel Levinas (1906-1995). Vooral Levinas idee vind ik interessant die de erkenning van het anders-zijn van de ander aan de transcendente andersheid van God verbindt, die in het gelaat van de ander zijn spoor naliet.

Wat of wie is God?

Op afbeeldingen zien we God vaak zitten op een glorierijke troon omgeven door engelen die hem bezingen en die neerkijkt op de aarde. Een beeld die in feite is afgeleid uit wat er in openbaringen wordt beschreven dat aan het einde der tijden zou gebeuren. Jezus zou immers koning over de aarde worden. Ook al in Daniël, het meest apocalyptische boek uit het Oude Testament maakt Dan 2,44 duidelijk: “Maar ten tijde van die koninkrijken zal de God van de hemel een rijk laten opkomen dat nooit te gronde zal gaan en dat nooit op een ander volk zal overgaan. Het zal al die koninkrijken verbrijzelen en vernietigen, maar zelf zal het eeuwig bestaan.” Als je in de Salvator kerk in Brugge plaatsneemt en achter je kijkt zie je God met een lange baard en een staf in zijn handen.

Het is echter een beeld die vrij kinderlijk aandoet, en die vaak niet zorgt voor genoegdoening bij intelligente mensen (of moet ik eerder geschoolde mensen zeggen?).

Het is dan ook interessant dat in het Judaïsme afbeeldingen van God verboden werden (zoals we al kunnen opmaken uit de tien geboden). Dit werd later zelfs zo rigoureus opgevat dat elke afbeelding binnen het Judaïsme verboden werd.

Het is ook op die manier dat Einstein b.v. “religieus” was. Ik zet religieus tussen aanhalingstekens omdat ik ook wel sterk het gevoel heb dat zijn bewondering vaak ligt in het praktische van de religie, dan met name de liefde, dan werkelijk in het geloven in hogere entiteiten. Einstein wees ook op de sterkte van religie, zijnde de houding van complete toewijding en overgave aan de waarheid en niet zozeer aan wat de mythologische voorstellingen voorhouden. Het is bijna ironisch te stellen dat één van de bedenkers van de atoombom ook bijzonder veel waarde hechtte aan de liefde, en eigenlijk zelfs een pacifist genoemd kan worden. Dat zien we b.v. in zijn briefwisseling met Freud, waarin hij de psychiater onomwonden vroeg of er een manier was om de liefde in de instelling van de mens te bakken. Het antwoord van Freud is volgens mij bijzonder interessant. Zijn uitspraak dat “het levende wezen zijn eigen leven behoudt door het vernietigen van het leven van de ander”, lijkt bijzonder mooi verweven te zijn met de evolutietheorie, maar dan wel vaak met de vergissing dat het om de wet van de sterkste gaat, in plaats om de wet van de meest aangepaste. Misschien dezelfde fout die de Nazi’s maakten toen ze hun gedachten rond Lebensraum ventileerden, met alle gevolgen van dien. Ik zie bij Freud als hij stelt dat bij de vele zaken die men probeert voor een vrijer leven, van de afschaffing van privaat-eigendom tot vrije liefde, dat men steevast op een sektarische manier probeert te bestrijden van wie anders denkt en doet, mijn eigen visie op het dogmatisme van de mens: de mens is van nature dogmatisch, we houden er een zekere aversie op na voor iedereen die anders denkt dan ons, en dat is met het verdwijnen van geloof, helemaal niet veranderd, dat bewijzen de vele atheïstische (vooral) communistische regimes, maar al te goed. Alleen de accenten zijn verschoven. Daarom dat sektes ook zo welig floreren, zelfs, als men het onderzoek mag geloven, bij hogeropgeleiden. Daar was Jezus en zijn “leer” eigenlijk revolutionair in. Het ging namelijk juist niet om een leer (daarom zet ik ook dit woord tussen aanhalingstekens) het ging om liefde. Zijn discipelen zouden zich niet van anderen onderscheiden doordat ze allen hetzelfde geloofden, maar wel omdat ze liefde onder elkaar hadden (Joh 13,34-35). En dat is vaak het misbruik binnen sektes, die eenheid verwarren met uniformiteit (uniformity in place of unity).

Geloof is vooral ervaring

In een preek die ik ooit hoorde kwam naar voren dat de prediker, zijn zekerheid van zijn geloof, als het ware het weten dat God bestond, niet ontleende aan enige wetenschappelijke overweging, zoals in het begin van deze paper ook Pascal werd aangehaald, maar uit de ervaring dat hij God gevoeld heeft. En per definitie is ook ervaring subjectief. Ook dit is niet met een wetenschappelijke methode te testen. Het is niet herhaalbaar en niet verifieerbaar. Daarom is er ook zo’n discrepantie volgens mij tussen gelovigen en ongelovigen, gelovigen kunnen niet begrijpen dat iemand niet overal de Heilige Geest in ziet, en ongelovigen begrijpen niet dat iemand zo naïef kan zijn te geloven dat er iets hogers dan het materialistische bestaat. En op die manier praat je steeds naast elkaar. Dat haalt Sesboué ook aan bij de vele Maria ervaringen in de 19de eeuw in Fatima en Lourdes. Het zou gemakkelijk geweest zijn, moesten we alle mensen die op die plaatsen een Maria-ervaring hebben gehad aan de kant konden schuiven als marginalen, onopgeleiden, als mensen die psychisch aan de labiele kant waren. Maar dat is juist niet geval. Er waren onder degenen die Maria-ervaringen hadden ook hogeropgeleiden, mensen die de ratio altijd boven het gevoel stelden, ingenieurs, medici… Volgens Sesboué is een wonder, zoals een wonderbaarlijke genezing dan ook helemaal niet het vlak van de geneeskunst, maar zou het juist de geneeskundige sieren als hij het raadsel een raadsel durfde te noemen. Hippocrates stelde al dat de essentie van een goede wetenschapper erin bestond om te durven zeggen: ik weet het niet.

En ja, vele van deze ervaringen lijken wetenschappelijk te verklaren, en misschien zijn ze dat zelfs ook, maar voor iemand die die ervaring heeft ondergaan, is de ervaring te diep om zich uitsluitend op het wetenschappelijke te beroepen. Zo haalt Dick Swaab in zijn boek “Wij zijn ons brein” het idee van een buitenlichamelijke ervaring aan. De ervaring kan namelijk door bepaalde delen van de hersenen te beïnvloeden, getriggerd worden, maar voor iemand die de ervaring heeft ondergaan is dit onvoldoende bewijs. Het gevoel primeert boven de ratio. Aan de andere kant kunnen we ons ook afvragen waarom dit in onze hersenen geprogrammeerd is. Niet voor niets wordt soms gesproken over het godsdeeltje in onze hersenen die de ervaring kan triggeren dat we God ontmoeten. Opnieuw zo moeilijk wetenschappelijk te verklaren, en aan de andere kant blijft de vraag: Waarom is dit aanwezig? Ook het bewustzijn is een probleem apart. Misschien is dat juist de manier waarop God met ons wilt communiceren. Maar opnieuw dit vraag je enkel af als gelovige, en niet als ongelovige. Opnieuw de verschillende wereldbeelden, en het gebrek aan ervaring van de scepticus.

Net zo met oneindigheid. De bijbel stelt dat God oneindigheid in het hart van de mens heeft gelegd (Pred 3,11). We leven dan ook met het idee eeuwig te leven. De dood is altijd voor iemand anders, tot we ermee geconfronteerd worden. Dat doet me b.v. denken aan de laatste momenten van Marie-Rose Morels leven. Ze was al afgeschreven, ze had nog amper maanden te leven, en toch zat ze nog plannen te maken om de zomer van het jaar waarin ze stierf op vakantie te gaan, een vakantie die ze uiteraard niet meer heeft kunnen beleven. Onlangs vroeg mijn moeder zich af of je als je in de tachtig bent, besefte dat elke dag de laatste kon zijn.

De Bijbel is een geloofsboek

Nietzsche, en in zijn kielzog zowel Hegel voor hem als Wittgenstein na hem, stelde dat er niet zoiets bestaat als waarheid, enkel interpretatie. Dat zien we b.v. al als we het vroege christendom bestuderen. Het is een opeenstapeling van meningen en discussies geweest. En dan zouden we misschien kunnen denken dat dit eindigde toen het orthodoxe christendom staatsgodsdienst werd, in de 4de eeuw, maar ook dan stopten de discussies en controverses niet. Origenes (2de eeuw) b.v. stelde over de zes scheppingsdagen, dat ze onmogelijk letterlijke dagen zouden kunnen zijn geweest, want pas op de 4de dag worden de hemellichamen gecreëerd die de onderverdeling tussen dagen mogelijk maakte.

Spinoza stelde in de 17de eeuw de zekerheid dat Mozes de eerste vijf boeken (de pentateuch) van onze huidige bijbel heeft geschreven in vraag, met de eenvoudige, maar niet minder ingenieuze idee, dat Mozes toch onmogelijk zijn eigen dood zou kunnen hebben beschreven (Deut 34)? Het begin van de bronnentheorie was geboren.

In 2 Tim 3,16 wordt misschien één van de meest bediscussieerde verzen uit de Bijbel aangehaald: “Elke Schrifttekst is door God geïnspireerd.” Ja, één van de meest bediscussieerde, omdat hoe je inspiratie begrijpt, heel je kijk op de Bijbel bepaalt. Als je het als dictaat opvat, dan kunnen er geen fouten in de Bijbel staan. Dan moet alles zo gebeurd zijn als staat opgetekend, niet alleen omtrent de eerste elf hoofdstukken van Genesis, maar ook omtrent b.v. de discrepanties die we in de vier evangeliën terugvinden en die moeilijk verenigbaar lijken met elkaar. Een reden waarom b.v. iemand als Ehrman zijn (fundamentalistisch) geloof is kwijtgeraakt. Het is een zekerder geloof, omdat het je minder voor vragen en moeilijkheden plaatst, maar het risico bestaat ook zoals de Katholieke priester en geleerde Bieringer naar voren haalt, dat met het badwater het kind wordt weggespoeld.

Lemaïtre, die wel als een belangrijk figuur kan gezien worden omtrent het harmoniemodel tussen geloof en wetenschap als priester en astronoom en die de grondlegger is geweest van de Big Bang-theorie, verklaarde de verschillende visies omtrent de Bijbel en de seculiere wetenschap als volgt: “The writers of the Bible were illuminated more or less – some more than others – on the question of salvation. On other questions they were as wise or ignorant as their generation. Hence, it is utterly unimportant that errors in historic and scientific fact should be found in the Bible, especially if the errors related to events that were not directly observed by those who wrote about them… The idea that because they were right in their doctrine of immortality and salvation they must also be right on all other subjects, is simply the fallacy of people who have an incomplete understanding of why the Bible was given to us at all.” Deze uitspraak kan men zien als de volgende stap in de discussie tussen geloof en wetenschap. Gallilei b.v. stelde vroeger al dat hij geloofde dat de Bijbel vertelde hoe we in de hemel konden raken, maar niet hoe de hemel werkte. Ook de Katholieke kerk laat zich laatdunkend uit over een te letterlijke lezing van de Bijbel: “’Letterlijke interpretatie’, waarvoor een fundamentalistische lezing opkomt, is in werkelijkheid verraad aan zowel de letterlijke als de geestelijke betekenis en maakt de weg vrij voor verschillende vormen van instrumentalisering door bijvoorbeeld antikerkelijke interpretaties van de Schriften zelf te verspreiden. Het problematische aspect van een fundamentalistische lezing is dat zij weigert rekening te houden met het historische karakter van de Bijbelse openbaring en het zichzelf daardoor onmogelijk maakt ten volle de waarheid van de menswording zelf te aanvaarden. Het fundamentalisme gaat de nauwe relatie van het goddelijke en het menselijke in de betrekkingen met God uit de weg.” Maar dat leek althans niet altijd het standpunt van de katholieke Kerk te zijn geweest zoals we b.v. uit volgend citaat uit Dei Filius kunnen opmaken: “Wie niet alle boeken van de Heilige Schrift met al hun delen, zoals de kerkvergadering van Trente die heeft vastgesteld, als heilige canonieke geschriften erkent, of wie loochent, dat ze door God ingegeven zijn, die zij uitgesloten.”

De Kerk

Vaak wordt Galilei dan ook gezien als het symbool van de onverenigbaarheid tussen geloof en wetenschap. Toch was de discussie een stuk gecompliceerder dan men altijd naar voren brengt. Ja, de kerk geloofde in die tijd in het geocentrisch model zoals we die van Ptolemeaus hadden geërfd, maar dat deed zowat iedereen in die tijd. Wat Galilei, en voor hem Kepler ontdekte, was dan ook revolutionair, en elke verandering is moeilijk, dat is niet anders voor mensen binnen de kerk. Toch werd Galilei niet zozeer voor zijn ideeën veroordeeld, de kerk wilde vooral dat hij niet met de zekerheid sprak van zijn overtuiging, dat was het privilege van de kerk, ze wilden dat hij bleef stellen dat dit (maar) een hypothese was.

Dat was trouwens niet anders met de hogere tekstkritiek, waarvoor de kerk in het begin van zijn opkomst ook waarschuwde, de leden van de nouvelle théologie b.v. werden voor het tweede Vaticaans concilie bijzonder fel verguisd, om erna juist omhelsd te worden. Soms heeft de kerk even tijd nodig, net zoals mensen dat in het algemeen nodig hebben om aanpassingen aan hun denkwijze uit te voeren. Misschien doet de kerk dat soms zelfs wel te veel.

Tot besluit

Als theoloog probeer ik antwoorden te geven op prangende vragen van mensen die met zinvragen zitten, de antwoorden hierop zijn misschien wel de belangrijkste reden waarom ik theologie ben gaan studeren. Maar als christen heb ik vaak meer vragen dan antwoorden. Ik leg ze aan God voor, en hoop dat hij er mij antwoord op wil geven. Soms lijkt dat te gebeuren, andere keren niet. Daarvoor zou ik mijn geloof kunnen verliezen, omdat ik niet op alles een antwoord heb, maar dat heb je nooit, hoe graag we dat ook zouden willen.

Gods Koninkrijk is de essentie van heel de Bijbel, dat is volgens mij de rode draad. Maar wat is Gods koninkrijk? In Markus wordt gesteld dat Gods koninkrijk op handen is, in Lucas wordt gesteld dat het binnen in ons is (Luc 17,21). In het Onzevader bidden we dat zijn koninkrijk zowel gevestigd mag worden in de hemel als op aarde. Maar dat is nu al tweeduizend jaar geleden. We moeten er niet flauw om doen, de apostelen leken te geloven in een op handen zijnd koninkrijk. We zouden zelfs Reimarus een beetje kunnen volgen als hij zegt dat het de apostelen waren die een nieuw geloof stichtten omdat dat Koninkrijk wel erg lang op zich leek te laten wachten. Maar misschien is dat Koninkrijk er al, in ons, zonder dat we het eigenlijk beseffen, en in de hemel.

Dat Koninkrijk kunnen we misschien ook weerspiegelen in de kerk. Jezus zei niet aan het feit dat je dit of dat gelooft zullen de mensen je herkennen, maar aan de liefde die je onder elkaar bezit. We verwijten vaak sektes hun lovebombing, maar misschien kunnen we als reguliere kerken hier wel het één en ander van leren. Dat is ook wat de Katholieke mystistici vaak naar voren haalden. Het is een kinderlijk geloof om angst voor straf te hebben. De liefde neemt dat allemaal weg, dan heeft God geen macht meer, maar gezag, dan probeer je Christus niet na te volgen omdat je bang bent voor de gevolgen, maar omdat je Christus liefhebt. En op die manier kun je je geheel geven aan Christus.

Geloven doe je dus niet enkel met je verstand, dat doe je met heel je wezen, alles wat in je zit.

Boekrecensie: Oorspronkelijk door Dr. M.J. Paul ****

Uitgegeven door Labarum Academic
2017 (tweede druk)
525 pagina’s
ISBN: 9789402904956
https://www.debanier.nl/oorspronkelijk
https://www.bol.com/nl/p/oorspronkelijk/9200000080531397/?bltgh=sz35vSSbie5TY-s3YZFJ6g.1_4.16.ProductTitle

Achterflap

Over de oorsprong van het leven bestaan zeer uiteenlopende theorieën, van evolutie tot creationisme. In dit boek wordt zorgvuldig geanalyseerd hoe de Bijbel en de christelijke traditie over onze oorsprong spreken.

De vraag naar de oorsprong van het leven is veelomvattend. Zij raakt de uitleg van de Bijbel, de ouderdom van de aarde, de relatie tussen de mens en zijn milieu en de verhouding tussen geloof en wetenschap. Bovendien heeft onze visie op de oorsprong van het leven gevolgen voor onze opvattingen over het kwaad en het lijden in deze wereld, voor ons zicht op de verlossing en onze toekomstverwachting.

Oorspronkelijk gaat op deze zaken in en richt zich vooral op de uitleg van de Bijbel en de achtergronden daarvan. Die uitleg is nooit neutraal, maar vindt plaats in wisselwerking met culturele en wetenschappelijke opvattingen.

Prof. dr. Mart-Jan Paul (1955) doceert Oude Testament aan de Christelijke Hogeschool Ede en de Evangelische Theologische Faculteit te Leuven. Hij is eindredacteur van de twaalfdelige serie Studiebijbel Oude Testament.

Eigen mening

Na lang op mijn schap gelegen te hebben was het toch tijd om me eens in dit boek te verdiepen. Als theoloog, maar ook als christen, boeit het debat rond creationisme/evolutionisme mij natuurlijk. Vele van de reflecties hieromtrent kun je al op deze blog lezen. Mart-Jan Paul doceert blijkbaar (als ik de achterflap mag geloven) aan de Evangelische theologische Faculteit in Leuven. Onlangs las ik nog een artikel rond spanningen die er zijn tussen deze faculteit en de faculteit Godsgeleerdheid van de KU Leuven, waar natuurlijk het creationisme/evolutionisme debat niet uit kon blijven. Een taboe vooral aan de KU Leuven waar men evolutionisme als belangrijke factor van wetenschappelijkheid hanteert, getuige ook een in 2016 gepubliceerde blog van Prof. dr. Bénédicte Lemmelijn, waar ze in zekere zin wat het taboe rond creationisme wilde wegwerken, en waar ze prompt van creationisme en (dus) onwetenschappelijkheid en het promoten van zo’n ziensbeelden werd beticht. Maar kunnen we er als theologen wel voorbij? Tot in de 19de eeuw was het niet alleen het standaardziensbeeld van de christen in Europa, maar was het tevens het ziensbeeld van de wetenschappelijke elite met de theologie aan kop (aan de KU Leuven werd theologie als de belangrijkste faculteit beschouwd bij de oprichting wat zich b.v. de dag van vandaag nog steeds uit in het feit dat bij de stoet der Togati, de professoren van de faculteit theologie vooraan lopen).

Oorspronkelijk is geen creationistisch wetenschappelijk werk, waar de overgrote meerderheid van plaats wordt gespendeerd aan het ontkrachten van de evolutietheorie en het promoten van het creationistisch ziensbeeld. In dit opzicht vind ik dit boek dan ook een vrij unicum op het gebied van creationisme. De schrijver is uiteraard een creationist, en neutraliteit is dan ook moeilijk, dit boek beoogt dat dan ook niet te bereiken. Maar toch denk ik dat het boek een aanwinst kan zijn welk ziensbeeld je er dan ook op na houdt. Het boek geeft namelijk een encyclopedisch overzicht van het ontstaan van de evolutietheorie en de verschillende wereldbeelden vanaf het ontstaan van de Bijbel tot in onze eeuw. De eerlijkheid gebied mij wel te stellen dat je als evolutionist waarschijnlijk hier en daar wel geërgerd zal worden, enerzijds doordat het geen affiniteit heeft met Darwin als belangrijke bioloog, anderzijds toch altijd het creationisme als uitgangspunt wordt genomen. Vooral voor christenen, denk ik, is van belang hoe b.v. de kerkvaders over creationisme/evolutionisme dachten. We hebben vaak de neiging het evolutionisme te laten beginnen met Darwin, maar ook al ten tijde van b.v. Aristoteles bestonden er evolutionistische theorieën. De meeste daarvan worden in dit boek vernoemd, al worden ze niet allemaal met hetzelfde gewicht besproken.

Mart-Jan Paul heeft ook een prettige schrijfstijl waardoor het boek heel gemakkelijk leest, bijna als een historische roman eigenlijk. Het is ook toegankelijk voor niet wetenschappelijk geschoold publiek, wat het lezen ervan enkel ten goede komt. Mart-Jan Paul maakt ook niet de vergissing om zich fel buiten zijn vakgebied te begeven en aan biologische waarheidsvinding te doen. Dat doet hij niet, en is volgens mij ook niet zijn bedoeling. Als je dus een werk zoekt die de biologische valabiliteit van de scheppingsleer verdedigt, dan zal dat boek je waarschijnlijk niet bekoren. Als je een werk zoekt dat je inzicht geeft in de verschillende aspecten van hoe de evolutietheorie tot stand kwam, en hoe we als christen daar in zekere mate tegenwicht aan kunnen bieden door hoe b.v. de kerkvaders hier tegenaan keken, dan is dit boek voor jou een goede aankoop. Verder krijg je ook een bijzonder mooie schets, een theoloog van het Oude Testament waard, van hoe Genesis 1-11 gelezen kan worden en hoe het zich verhoudt tot de rest van de Bijbel. Het is dus vooral een theologisch boek, en geen biologisch wetenschappelijke verhandeling.

Logos Congres 8 – 9 November 2019

(Dit is een bewerking van een presentatie die ik onlangs in onze kerk heb gegeven)

Enkele weken geleden ben ik naar het logoscongres geweest in Giessendam-Hardinxveen in Nederland, en had jullie daar graag wat over verteld.

Misschien ben je niet op de hoogte van Logos. Wel het Logos Instituut is een Nederlandse organisatie die vooral de letterlijkheid van de eerste elf hoofdstukken van Genesis wil promoten. Tot hun werk behoren het geven van lezingen en congressen met vaak vooraanstaande sprekers op dit gebied, het verkopen van boeken over deze onderwerpen, dan vooral over creatie, de zondvloed… En sinds een tijdje ook het promoten van creatie bij basisscholen in Nederland. Sinds zo’n twee jaar zijn ze ook bezig met het geven van lezingen in België, niettemin nog steeds vrij sporadisch.

Het Logos-congres in Giessendam werd gehouden in een kerk, die op mij die naar een kleine kerk gaat wel indruk maakt, er is zo plaats voor een driehonderd à vierhonderd kerkgangers, en ik moet eerlijk toegeven dat ik me afvroeg of ze die elke zondag gevuld kregen, maar aan de andere kant, de Ichthus kerk in Kortrijk is ongeveer even groot en die krijgen ze naar blijkt de zondag ook wel gevuld. Dagelijks waren er voor dit congres ongeveer 200 toehoorders.

De titel van het congres was “Geloof is de sleutel tot kennis” en werd gehouden op 8 en 9 november. Over de titel werd op sociale media fel gediscuteerd, omdat geloof en kennis niet zouden samengaan. Een vooroordeel waarmee we als bijbelvaste christenen waarschijnlijk allemaal wel ooit eens mee te maken hebben gehad. Daarom is zo’n congres ook belangrijk en broodnodig, omdat het ons kan wapenen, tegen die vooroordelen die ons als dom, fundamentalistisch of nog erger extreem wegzetten. Het is al lang niet meer voldoende om gewoon in iets te geloven, men moet het ook met argumenten kunnen staven, dat verlangen mensen nu eenmaal, zeker als we mensen over het geloof willen vertellen.Daarom is het ook belangrijk om te weten enerzijds wat de tegenhanger van de schepping onderwijst, namelijk evolutie. Ik herinner me b.v. een professor evolutionaire biologie aan de Universiteit van Gent die werd geïnterviewd naar aanvang van het moslimprobleem binnen dit studiegebied, en hij stelde het heel mooi: “Voor mijn part moeten ze het niet geloven, maar ze moeten het wel kennen.”

Daarom wil ik ook de gelegenheid gebruiken om het boek van Reinhard Junker en Siegfried Scherer aan te bevelen: “Evolutie – het nieuwe studieboek” die bij Logos voor tien euro te verkrijgen is. Een koopje. Ik wil wel de kanttekening maken dat het vrij diep op de materie ingaat, en dus soms een beetje vaag of ingewikkeld is voor mensen zoals ik die geen biologie hebben gestudeerd. Het fijne aan het boek is, terwijl ik niet echt merk dat ze een zwart-wit positie innemen voor het één en tegen het ander, dat ze niet uitsluitend uitgaan van een naturalistische, materialistische visie. De schepping of Intelligent Design om het neutraler te verwoorden wordt met een serieuze, onderzoekende blik bekeken.

Terug naar het congres. Dit uitgangspunt was meteen ook de opener van het congres, namelijk waarom geloof in de historiciteit van Genesis belangrijk is… Een lezing gegeven door Lucien Tuinstra. Hij gaf in zijn lezing eerst een korte introductie tot de evolutie die ik vrij basaal vond trouwens, maar hij ging ook dieper in waarom de historiciteit van Genesis zo belangrijk is. Eerst en vooral wil ik beklemtonen dat je redding niet afhangt van je geloof in de eerste elf hoofdstukken van Genesis, je redding hangt van de genade en het geloof in Christus af. En er zijn vele christenen die wel degelijk evolutie aanhangen, en toch christen zijn. Maar het kan je geloof wel bijzonder negatief beïnvloeden. In Genesis vinden we buiten de oorsprong van de mens, ook de oorsprong van lijden, dood en zonde. Als al die dingen niet zijn voorgevallen zoals beschreven, als lijden, dood en zonde er altijd zijn geweest, waarom dan Jezus komst? In Romeinen lezen we hoe Jezus kwam om onze zonden op zijn schouders te nemen, om de eerste adam teniet te doen, en de laatste adam te worden, een levengevende geest (Rom 5,18; 1 Ko 15,22). Meer nog, het Nieuwe Testament, en ook Christus, hechtten bijzonder veel belang aan de eerste hoofdstukken van Genesis. Zo wordt 60 maal in het Nieuwe Testament uit de eerste elf hoofdstukken van Genesis geciteerd, en zonder twijfel kennen we Jezus raad omtrent het huwelijk waar hij verwees naar de schepping van man en vrouw en Gods woorden in de tuin van Eden. (Marc 10,7-9)

Om het geloof in de eerste hoofdstukken van onze Bijbel te versterken dienen we ook de betrouwbaarheid van de rest van de Bijbel te beschouwen. Daarom wordt er op de meeste congressen en lezingen van Logos ook veel belang gehecht aan de verdere uitbouw van bewijs rond de gebeurtenissen in de rest van de Bijbel en de profetieën die erin beschreven worden. David van Wijck behartigde één van deze toewijzingen en stelde expliciet dat “een juiste toekomstvoorspelling een godsbewijs is” (Deut 18,22), zoals het ook in het Oude Testament wordt beschreven. Wat ik bijzonder interessant vond in zijn lezing rond de messiaanse profetieën in het Oude Testament, was het gebruik van deze profetieën door de Joden. Die worden namelijk bij hun lezingen bijzonder vaak overgeslagen, veel orthodoxe Joden blijken er dus simpelweg niet van op de hoogte te zijn. Dr Peter van der Veen behartigde een ander luik van dit zo belangrijk thema. Namelijk of de archeologie en de Bijbel wel samengaan. In de theologie bestaat er een consensus rond een late datering van de boeken uit het Oude Testament. De meeste zouden pas gevormd zijn vanaf de ballingschap, en vooral bestaan uit mythen en verhalen die kleur wilden geven aan een religie van een etnische minderheid die eigenlijk vrij onbelangrijk was. Door gepaste afbeeldingen en bewijzen uit opgravingen probeert Van Der Veen hier enig tegengeluid bieden.

Gert-Jan van Heugten, een redacteur van het Weet-tijdschrift, moest uit zijn comfortzone treden en een lezing over de platte aarde geven. Meestal geeft hij lezingen omtrent dinosaurussen. Een vrij actueel thema trouwens want velen van de toehoorders hadden al in gesprek getreden met iemand die de platte-aarde theorie aanhing. Onlangs nog was er zo’n aanhanger te zien in het televisieprogramma Gert Late night. Ook in de zaal zat er één toehoorder die voor deze theorie wel te vinden was. Ik moet eerlijk zeggen dat ik Gert-Jan van Heugten aan de harde kant vond in zijn betoog, zo noemde hij het een dwaalleer, een woord waar ik bijzonder weinig affiniteit mee heb, en geloof dat het vaak meer slecht dan goed doet, maar dat kan aan mijn gevoelige aard liggen uiteraard. Hij ging er wel bijzonder diep op in waarom we kunnen geloven op een bol te leven, de vele theorieën die door de platte-aarde lobby worden beschreven kloppen namelijk niet helemaal met de werkelijkheid. Zo zouden we op een platte aarde nooit de zon zien zakken achter de horizon, of zou een zons- of maansverduistering er helemaal anders uitzien. Verder moet je ook automatisch complottheorieën aanhangen, want er zijn bijzonder veel foto’s in omloop die een ronde aarde tonen, die zouden dus allemaal vervalst moeten zijn. Anderzijds maken ze gebruik van teksten in de bijbel die vooral in de poëtische boeken staan, en natuurlijk hoef je niet alles wat je leest letterlijk te nemen, zo wordt gesteld in de bijbel dat er engelen staan aan de vier hoeken van de aarde, dan zou de aarde niet alleen plat zijn maar ook vierkant (Opb 7,1). We kunnen hiermee lachen, maar in de 19de eeuw bestond er wel degelijk iemand die de vierkantheid van de aarde letterlijk nam en er zelfs een kaart van heeft gemaakt. Het was dus een bijzonder interessante lezing, die hij trouwens wat uitgebreider online heeft gezet: .

Een andere lezing die ik bijzonder interessant vond was van een jonge dame Ilana Pruis, de enige dame die een lezing verzorgde trouwens op dit congres, een doctoraatskandidate in de neurologie aan de Universiteit van Amsterdam, die in discussie ging met Dick Swaab, natuurlijk niet letterlijk, maar figuurlijk door zijn boek: “Wij zijn ons brein” kritisch onder de loep te nemen. Dick Swaab gelooft namelijk dat wij het resultaat zijn van de elektrische bedrading in onze hersenen. Interessant is b.v. dat als men een eeneiige tweeling neemt, dus compleet hetzelfde DNA, deze maar hetzelfde gedrag tonen voor 50 %, waar komt dus die andere 50 % vandaan als we uitsluitend het resultaat van ons brein zijn? Verder blijken wij ook onze hersenen te kunnen activeren. Neem nu iemand die verslaafd is, dan kan hij door cognitie zijn gedrag aanpassen, als wij uitsluitend het resultaat zijn van de bedrading in onze hersenen dan zou dat allemaal voorbestemd moeten zijn want er geen eigen wil.

Een ander aspect dat ik even wil vermelden is iets dat prof. dr. Marc De vries een wetenschapsfilosoof aanhaalt in zijn lezing “Wetenschapsfilosofie en de evolutietheorie” die mij als theoloog bijzonder nauw aan het hart lag. Zo stelt hij dat theologen te vaak zich laten overtroeven door natuurwetenschappers, terwijl dat helemaal niet nodig is. De ene wetenschap is niet beter dan de ander. In mijn studie werd er b.v. bijzonder veel moeite gedaan om ons te vergewissen dat Genesis 1 poëzie zou zijn, of althans symbolisch moet opgevat worden, maar dat lijkt niet te stroken met de gebruikte taal. Anderzijds zullen we allen wel al eens gehoord hebben dat de evolutietheorie een “bewezen feit” is. Maar de wetenschappelijke methode eist van een feit dat het empirisch, waarneembaar en herhaalbaar is. Nu kan ik de woorden van Aristoteles aanhalen, die de waarneming tegen evolutie gebruikt, want ook al in zijn tijd waren er theorieën voorhanden die goden wilden uitsluiten, vooral door middel van water: zijn belangrijkste argument bestaat in een verwijzing naar de herhaling die zich in de natuur voordoet: uit een mens wordt een mens geboren, elke spin weeft op dezelfde manier haar web, enz: “Want al de genoemde dingen, ja alles in de natuur gebeurt ofwel altijd op dezelfde manier, ofwel meestal daar waar een effect van toeval nooit constant hetzelfde kan zijn… Als dus de zwaluw van nature en doelgericht een nest maakt, en de spin een web, en de planten bladeren maken ter wille van hun vruchten, en hun wortels niet naar boven maar naar beneden laten groeien, met het oog op voedsel, dan is het duidelijk dat dit soort van oorzakelijkheid is in de dingen die van nature ontstaan en bestaan.” (Physica II)

Meer dan micro-evolutie is er dus simpelweg niet waar te nemen. Wat Darwin zag op de Galapagos eilanden was simpelweg variatie.

Er werd natuurlijk nog veel meer gezegd… Zo waren er tijdens de tweede dag Engelstalige lezingen bij te wonen van een Duitse creationistische organisatie die mee dit congres organiseerde, waar thema’s als DNA en het zachte weefsel in dinosaurus-botten werd besproken.

Dit congres is trouwens een jaarlijks weerkerend fenomeen. Zeker de moeite van het bezoeken waard. Ook voor de prijs moet je het niet laten. Meestal betaal je voor een dag zo’n tien euro en daar is een middagmaal en koffie tijdens de pauzes inbegrepen.

Ondertussen zal er in februari ook een nieuwe congres in Vlaanderen over de zondvloed worden georganiseerd, die zal doorgaan in Maasmechelen.

Creationisme leeft ook in België – Eerste scheppingscongres van het Logos Instituut in Vlaanderen

Inleiding

Een overrompelende opkomst was het op een snikhete 7 april niet  voor het eerste Vlaamse scheppingscongres van het Logos Instituut dat onder Nederlanders waarschijnlijk een stuk bekender is dan onder Vlamingen. Dat hadden de organisatoren blijkbaar wel voorzien: de Antwerpse evangelische Kerk in de Rogierstraat is een kerk van bescheiden grootte, vrij gemakkelijk toegankelijk voor mensen die met het openbaar vervoer kwamen. We moeten er met zo’n vijftig zijn geweest, wat de kerk zo tot de helft à drie kwart vulde.

Niet dat er geen problemen waren, maar zowel de lezingen als het onthaal waren goed verzorgd. ’s middags was er voor broodjes gezorgd om na het geestelijke ook het lichamelijke te voeden en tijdens elke pauze was er ruimschoots koffie en thee voorzien. Dit allemaal voor de prijs van 10 euro of als student 7.50. Daar hoef je heus dus je hand niet voor om te draaien.

De Bijbel

siebesmaAls theologiestudent boeide mij natuurlijk het meeste het eerste deel, waar vooral de Bijbel aan het woord gelaten werd.  Siebesma een emiritus hoogleraar aan het ETF in Leuven in het vakgebied van het Oude Testament en Bijbels Hebreeuws mocht de spits afbijten met een uiterst interessante lezing over de Hebreeuwse vorm in Genesis 1. Door evolutionaire gelovigen wordt namelijk nog al eens beargumenteerd dat dit eerste hoofdstuk van de Bijbel alle aanwijzingen heeft van een Hebreeuws gedicht… Maar dat lijkt buiten de Hebreeuwse taal gerekend te zijn. Het Hebreeuws kent namelijk vormen om poëzie mee te verwoorden en om narratieve teksten mee te beschrijven, en zo blijkt Gen 1 niet in de Hebreeuwse poëzievorm geschreven, maar in de narratieve vorm. Een belangrijke aanwijzing voor iemand die de Bijbel serieus wilt nemen.
Dirkzwager de tweede spreker ging in over het exodusverhaal die volgens de meeste wereldse archeologen uitsluitend tussen de bladzijden van de Bijbel te zien zijn.  Het probleem hiervoor lijkt echter vooral een chronologische. In Gen lezen we dat de Hebreeuwse slaven meewerkten aan twee steden namelijk Pi-Ramses (de beroemde stad van Ramses II) en Pithom. Nu blijkt men er vooral vanuit te gaan omdat de tekst spreekt over Pi-Ramses dat de farao van de Hebreeuwse exodus wel de beroemde Ramses II moest zijn. Maar rond die periode is er helemaal geen sprake van een volksverhuizing uit Egypte. Dirkzwager beargumenteerde dat het niet ongewoon is om in geschiedenisteksten anachronismen te gebruiken, dat doen we namelijk nog steeds in onze geschiedenisboeken waar we het niet hebben over Nieuw Amsterdam maar over New York als we het hebben over de opbouw van de beroemde Amerikaanse stad. En hier heeft Dirkzwager wel duidelijk een punt, want Pithom is nog veel jonger dan Pi Ramses, Pithom werd pas zo genoemd rond 800 vChr, één van de argumenten waarom het eerder ten tijde van de ballingschap zou zijn geschreven dan zoals de traditie beweert, ten tijde van Mozes. Ten tijde van de joden heette pi Ramses Amaris en volgens Dirkwager was de Farao ten tijde van Mozes Khenefres. Hiervoor haalde Dirkzwager enkele rake argumenten aan, die zeker voor ons gelovigen de moeite van het onderzoeken waard zijn.

Een soort van intermezzo werd ingelast door Jan Van Meerten die even reclame wilde maken voor het Logos Instituut en waarvoor dit instituut stond. Jan Van Meerten is een bevlogen spreker en heel aangenaam om naar te luisteren.

Geologie

Het eerste blok na de middag werd gespendeerd aan het hart van de evolutie, namelijk geologie. Ing Stef J. Heerema verdedigde een theorie ten voordele van de zondvloed.  Een vrij complex gedeelte rond zoutformaties en ijsformaties die duidelijk eerder voor een zondvloedmodel spreken da voor een oudeaardemodel en plaatverschuivingen. Ook Heerema, een Vlaming naar zijn accent te oordelen, was gepassioneerd over zijn vakgebied en kon er vrij goed over vertellen, al was het voor een leek wel even de aandacht erbij houden.
Ingenieur Gert-Jan van Heugten, die op het punt stond naar een archeologische site te vertrekken om onderzoek te doen naar dino’s, besprak het idee of mens en dino ooit tezamen hebben geleefd. Volgens de traditionele theorieën zijn de dinosaurussen miljoenen jaren eerder uitgestorven voordat er mensen op het toneel kwamen. Meestal wordt aangenomen dat ze zijn vernietigd door de inslag van een meteoriet, maar opnieuw deze theorieën zijn uiterst speculatief en de bewijzen minimaal… Meer nog, als je de Bijbel leest wordt er gesproken over Leviathan en Behemoth, vaak wordt b.v. Behemoth vertaald met nijlpaard of olifant, maar dat klopt in het geheel niet met de beschrijving. Toch zijn er uitgestorven dinosaurussen die veel weg hebben van deze mythische wezens. Ook het feit dat over heel de wereld verhalen over draken worden verteld speelt in het voordeel van de theorie dat mens en dino elkaar in het verleden hebben ontmoet. Gert-Jan van Heugten kon het in ieder geval goed weergeven, waarom hij dat op blote voeten deed is mij echter een raadsel.

Afsluiting

Het laatste blok leek mij het minste interessant en werd vooral gegeven door personen die op die vlakken geen specialisten waren, wat niet wil zeggen dat ze op hun eigen manier in hun eigen vakgebied geen specialist waren. Johan VanBrabant, waarvan tot de laatste minuut bijna werd afgevraagd of hij het congres wel zou halen, was een geweldige spreker. Terwijl de inhoud van zijn lezing naar mijn mening niet zo interessant was en net iets teveel informatie bevatte, kon hij enorm gepassioneerd vertellen, ik had dus heus nog een uurtje naar hem kunnen luisteren. Even werd hij wel door een kritische noot uit het publiek uit het lood geslagen, maar die heeft hij mooi van weerwoord voorzien.

Besluit

Het Logos Instituut heeft al jaren ervaring met het organiseren van congressen, besprekingen en conferenties en dat zie je in de gelikte manier waarop dit congres was georganiseerd en is verlopen. Mooi was dat ze er geen kopie van wilden maken naar Nederlands model, met uitsluitend Nederlandse sprekers, ze hebben een gezond evenwicht proberen te vinden tussen Nederlandse en Belgische sprekers, al moet ik toegeven dat ik altijd geboeider kan luisteren naar een Nederlandse spreker, hij lijkt iets beter te kunnen vertellen.
Ook kwamen we als congresgangers niets tekort: tijdens de pauze was ruimschoots koffie en thee en zelfs gebak voorzien, en tijdens de middag was de lunch ruimschoots voldoende, al wil ik die Nederlanders wel even op het hart drukken om boter achterwege te laten.

Geen stormloop dus, maar ik zou elke persoon met vragen rond dit onderwerp aanmoedigen een congres van Logos bij te wonen, je wordt niet op het schavot geplaatst als je een andere mening bent toegedaan, maar leerzaam is het wel, en de sprekers hebben vaak genoeg sporen in hun vakgebied verdiend om erover te kunnen spreken. Niet elke creationist is een ongeschoolde arbeider die te dom is om te horen of het in Keulen heeft gedonderd (of zoiets) zoals vele atheïsten ons willen doen geloven.

Het volgende Vlaamse scheppingscongres zal plaatsvinden op dezelfde plaats op 22 september 2018, hier kunt u zich alvast inschrijven al is er nog niets over de sprekers bekend: https://logos.nl/evenement/bijbel-en-wetenschap-tweede-vlaams-creationistische-congres/