Als interesses samenkomen: boekrecensie: Veilig bij God ***

Veilig Bij God combineert twee van mijn belangrijkste interesses: geloof en autisme… En Veilig bij God is een vrij interessant boekje geworden, met een bijzonder goede uitleg over de triade, en dat niet voor een boekje over geloof, maar in het algemeen.

Het boekje dat maar 182 bladzijden beslaat en deel uitmaakt van de pastorale uitgaven van Groen (niet verwant aan de politieke partij), staat bol met ervaringen van mensen met autisme over het geloof, die geen blad voor hun mond nemen, maar is geschreven door enkele deskundige psychologen en praktisch theologen. Door hun beelddenken en gebrek aan inbeelding zou het voor mensen met een ASS (zo constant genoemd trouwens in het boek) vaak moeilijker kunnen zijn om God voor te stellen. Hoe we God voorstellen heeft trouwens vaak ook te maken met onze eigen ervaringen, als we b.v. streng zijn opgevoed kan God als strenge, rechtvaardige vader meer de bovenhand krijgen dan zijn barmhartigheid en genade. Als we geen liefde hebben ontvangen van onze eigen vader, kan het zeer moeilijk zijn om God als Vader in ons leven toe te laten en zijn liefde te ervaren.

Als praktisch theoloog ben je geen psycholoog. Het is dan ook niet je taak om buiten de context van de kerk, vind ik, oplossingen aan te bieden, als er al oplossingen bestaan voor veel problemen waar mensen met een ASS tegenaan lopen. Zelf heb ik een bijzonder grote hekel aan de oplossingsgerichtheid van bepaalde hulpverleners. Soms als je tegen een muur botst van je beperking dan wil je gewoon een schouder om op te huilen, geen kant en klare antwoorden. Je wilt dat mensen begrijpen dat het nu even moeilijk gaat.

Dit boek probeert dan ook vooral een wegwijzer te zijn voor pastors, jeugdleiders, predikanten voorgangers om de kerkgang voor mensen met een ASS zo vlot mogelijk te laten verlopen. Om ook hen thuis te laten komen in de Kerk. Want dat is volgens mij het belangrijkste: de Kerk moet voor elke gelovige, en zelfs voor iemand die niet gelovig is, een thuis genoemd kunnen worden. Daarom worden in dit boekje ook niet de andere kerkgangers vergeten, zonder leidersfunctie binnen de kerk, want ook zij maken deel uit van de Kerk en kunnen iemand zich er laten welkom voelen.

Het boekje is vooral gericht naar jongeren heb ik het idee, al handelen bepaalde stukken ook over volwassenen, en zelfs over partners van mensen met een ASS. Een aanrader dus voor iedereen die met mensen met een ASS in aanraking komen binnen de kerk.

Zelf vind ik dat ik in de Kerk goed ontvangen wordt. Soms heb ik het gevoel dat ze meer van me willen dan dat ik kan geven, maar dat ligt niet bijzonder aan hen, vind ik, maar eerder aan mezelf. Communicatie, vrienden maken, dat vind ik bijzonder moeilijk, en dan gaat het vaak eens de mist in, als iemand met me wil afspreken, of als we een afspraak moeten maken voor voordiensten of predikingen. Toch herinner ik me heel veel warmte in de kerk… Voor Corona b.v. werd er in de Kerk af en toe een maaltijd georganiseerd. Systematisch ging ik me eigenlijk altijd alleen gaan zetten, omdat ik het nogal opdringerig vond om me ergens bij aan te sluiten, maar altijd is er wel iemand die me in de groep betrekt. Ze weten dan misschien weinig van autisme en hoe het zich manifesteert in mij, maar die moeite dat ze doen voor mij, ontroert mij.

Veilig bij God
2011 (tweede druk)
182 p.
Uitgeverij Groen
https://www.bol.com/nl/p/veilig-bij-god/1001004007516011/?bltgh=p2u3m1AquEr0qt-U9gBBGQ.2_9.10.ProductImage

Overdenkingen over geloof en wetenschap

Inleiding

Iemand bekeren kun je niet. Dat wordt al in de Bijbel aangegeven wanneer Jezus stelt dat niemand tot hem kan komen tenzij de Vader hem trekt (Jh 6,44). Het is ook deze discussie die in de Reformatie bijzonder veelvuldig gevoerd werd: hebben we een vrije wil om te kiezen (of niet te kiezen) voor God, of is dat voorbestemd? Toch noemde Karl Barth deze voorbestemdheid vrijheid omdat God verwerpen eigenlijk juist geen vrijheid is. Blaise Pascal, wetenschapper èn gelovige, kon dan ook vrij zeker stellen: “Hij die niet gelooft, wordt niet overtuigd, en hij die wel gelooft heeft geen bewijs nodig.” Is het echt zo eenvoudig? We zien namelijk in alle lagen van de bevolking, in elk intelligentieniveau en elk opleidingsniveau gelovigen èn ongelovigen. Als christenen hebben we natuurlijk een bekeringsijver, maar zoals uit voorgaande blijkt is het juist niet wij die bekeren, dat maakt een debat niet zinloos zoals ook Petrus 3,15 stelt: “Vraagt iemand u waarop de hoop die in u leeft gebaseerd is, wees dan steeds bereid om u te verantwoorden”, maar het verlicht wel de verantwoordelijkheid van ons christenen: we worden niet op het matje geroepen als we te weinig mensen tot God zouden brengen. Uiteindelijk heb je maar invloed op één persoon, zoals ook het bekende spreekwoord luidt: “Wil je de wereld veranderen, begin bij jezelf.”
Het conflict tussen wetenschap en religie wordt eigenlijk vooral aan de meer extreme kanten van het spectrum gevoerd, en dat zowel op het gebied van (fundamentalistische) gelovigen als (fundamentalistische) ongelovigen. Maarten Boudry b.v., een beruchte atheïst die werkzaam is aan de universiteit van Gent, tweette nog niet zo lang geleden dat geen enkele zichzelf respecterende universiteit een faculteit theologie zou mogen hebben, dan kun je zowel een faculteit astrologie hebben, we weten tenminste dat sterren bestaan. Laat nu net de meest respecterende universiteiten juist wel een faculteit theologie hebben, in België, de Katholieke Universiteit van Leuven en in Amerika b.v. de bekende universiteiten van Harvard en Yale.

Aan de andere kant is het niet zo dat met de bijbel het verstand op slot moet, integendeel. Al in Thes 5,21 stelde Paulus: “Onderzoek alles, behoud het goede.” De raakpunten van geloof en wetenschap liggen in een open houding tegenover het onbekende en het mysterie. Maar misschien wringt net hier teveel het schoentje. Al Hawking stelde dat het bijzonder moeilijk is om de kosmos te onderzoeken, omdat we zelf een deel van die kosmos zijn.

Wereldbeelden

Alles hangt eigenlijk af van wereldbeelden. In tegenstelling tot wat de cursus stelt geloof ik wel dat er een onderscheid in wereldbeelden is, maar dat wil niet zeggen dat ze niet overlappen. Inderdaad ook gelovige mensen kijken de dag van vandaag met een wetenschappelijke bril naar de werkelijkheid. Maar neutraliteit is absoluut onmogelijk. Het is ook al te gemakkelijk om te concluderen dat het een onderscheid is tussen een mythologische en wetenschappelijke wereldbeeld zoals Albert Einstein naar voren bracht. Beide termen vind ik ongelukkig gekozen. Een wereldbeeld is per definitie gekleurd, maar wetenschap zou dat niet mogen zijn, wetenschap handelt namelijk over kennis, over wat we weten, niet (uitsluitend) over wat we denken. Ja, ik weet het, een vrij naïef beeld van wetenschap, juist omdat er mensen aan deelnemen, en mensen kunnen niet neutraal zijn. Liberaal humanistisch wereldbeeld zoals Harari het noemde, zou misschien beter de lading dekken. Of misschien iets neutraler: seculier wereldbeeld. Ik sta hier dus wel gedeeltelijk achter de ideeën van Habermas denk ik, die een te grote verdeeldheid zag van het levensbeschouwelijke terrein in twee kampen: vooruitstrevende wetenschap en techniek aan de ene kant en behoudende geloof en religie aan de andere kant.

Gelukkig is men hier toch enigszins een beetje van teruggekeerd door een conceptual compatibility te zien tussen het religieuze en het wetenschappelijke wereldbeeld. Maar het is waar zoals Caputo stelt dat we zo arglistig als slangen moeten zijn als we religieuze taal hanteren.

Het Kosmologisch determinisme maakt volgens mij de vergissing door te stellen dat geen enkele uitwendige kracht de wetten van de natuur en de kosmos kan opheffen of veranderen. Hiermee doen ze volgens mij (als christen) God te kort, en stellen ze God (en ook de hemel die ze ontkennen te bestaan) gelijk aan een deel van onze materiële werkelijkheid. Dat is ook wat Hawking stelt als hij verwoordt: “Ik gebruik het woord ‘God’ in onpersoonlijke zin, net als Einstein deed, voor de natuurwetten, dus het kennen van Gods denken is het kennen van de natuurwetten. Ik voorspel dat we tegen het einde van de eeuw Gods denkwijze kennen.” Het raakpunt van geloof en wetenschap ligt misschien wel in de open attidude tegenover het onbekende of het mysterie. We leven in een toenemende seculiere maatschappij waar een wetenschappelijk wereldbeeld wordt gehanteerd. Maar een wetenschappelijk wereldbeeld hanteert geenszins automatisch een atheïstisch wereldbeeld. Dat is iets wat de nieuwe atheïsten ons willen doen geloven. Mensen zoals Dawkins, Dennet, Hitchens, Harris hebben een bijzonder uitgesproken mening over religie en over het bestaan van God. Maar ze gaan vaak behoorlijk uit de bocht omdat ze zich ook willen begeven op terreinen waarin ze niet gespecialiseerd zijn. Hun kennis van Bijbel en traditie is vaak te ondermaats om hen op dit vlak serieus te nemen. Anderzijds begrijpen ze gelovigen ook simpelweg niet.

Verder hoeft een gelovig wereldbeeld niet meteen met een wetenschappelijk wereldbeeld te botsen (al kan dat uiteraard wel het geval zijn). Een goed voorbeeld hiervan is Theodius Dobshansky die geneticus en evolutionair bioloog was, maar toch geloofde in God. Volgens hem was de evolutie de creatiemethode die God gebruikte in de natuur. Ook William Paley stelde dat Darwin de doelgerichtheid van de natuur als bewijs van Gods plan gebruikte. En Lubbock concludeerde dan weer dat religie helemaal niet oppositioneel met wetenschap stond, de wetenschap zou alleen de onzinnige en bijgelovige kanten van religie tegenspreken. Ook Conway kwam tot soortgelijke conclusie, hij achtte dat men Darwin verkeerd begreep als men zijn theorie interpreteerde als een “recht van de sterkste”. Het ging niet om de overleving van de sterkste maar om de overleving van nederigheid, rechtvaardigheid en sympathie. En op die manier kun je dus Gods werk zien doorheen de evolutie. Darwin, die eigenlijk zelf heel zijn leven geworsteld heeft met geloof, vooral sinds de dood van zijn tienjarig dochtertje, maakte dan ook niet zozeer komaf met geloof, al is dat ook weer wel mogelijk en werd zijn theorie misschien wel door beide kanten vaak levensbeschouwelijk “misbruikt”. In een brief aan een vriend en collega schreef hij dan ook dat hij zich in zijn leven nooit een atheïst gevoeld heeft in de zin dat hij het bestaan van God ontkende. Maar Darwin maakte zelf ook enkele denkfouten, vooral omtrent de oorzaak van het kwaad, en de strijd in het bestaan, die ook toen al duidelijk in de zondeval verwoord werden. De wereld is inderdaad niet (alleen) mooi en wonderlijk, teveel proberen mensen met een christelijke achtergrond hier de nadruk op te leggen, en de “lelijkheid” van de natuur, dood en verval te verzwijgen en niet te verklaren. Dat moeten we misschien meer doen. “Waarom laat God het lijden toe”, is misschien wel één van de meest gehoorde vragen.

Het probleem is dat evolutie wel bepaalde zaken kan uitklaren maar anderen helemaal niet. Daar wordt in feite te weinig aandacht aan besteed. In cultureel opzicht heeft de mens een natuurlijke drang tot het goede, evolutionair kunnen we deze geneigdheid zien als een overlevingsdrang. Maar het probleem is dat we ook kunnen kiezen voor het kwade. Volgens verschillende evolutionaire wetenschappers, met misschien aan kop Dick Swaab in de Nederlanden, bestaat er niet zoiets als een vrije wil. Ze komen tot deze conclusie omdat bij een handeling, de trigger in onze hersenen voor deze handeling, al gemaakt wordt voordat we deze handeling uitvoeren. Maar niet iedereen is het hier opnieuw mee eens, er zijn net zo goed hersenwetenschappers die zich tegen deze visie keren, verder kunnen ze het bewustzijn niet verklaren. Een heel mooi boekje hieromtrent is “Out of our heads: Why you are not your brain, and other lessons from the biology of Consciousness” van Alva Noë.

Ook liefde is zo’n begrip die moeilijk te verklaren, of in wetenschappelijke beelden, te gieten is, juist doordat het een subjectief begrip is en subjectieve ervaring kan niet met een wetenschappelijke methode geanalyseerd worden. We zien wel sympathie en empathie bij enkele hogere primaten, maar het is vooral de mens die zich relationeel ontwikkeld heeft. Waarom? Enkele 19de eeuwse filosofen probeerden dit te overbruggen met het idee van het dialogisch denken. We hebben het hier dan over Martin Buber (1878-1965) en Emmanuel Levinas (1906-1995). Vooral Levinas idee vind ik interessant die de erkenning van het anders-zijn van de ander aan de transcendente andersheid van God verbindt, die in het gelaat van de ander zijn spoor naliet.

Wat of wie is God?

Op afbeeldingen zien we God vaak zitten op een glorierijke troon omgeven door engelen die hem bezingen en die neerkijkt op de aarde. Een beeld die in feite is afgeleid uit wat er in openbaringen wordt beschreven dat aan het einde der tijden zou gebeuren. Jezus zou immers koning over de aarde worden. Ook al in Daniël, het meest apocalyptische boek uit het Oude Testament maakt Dan 2,44 duidelijk: “Maar ten tijde van die koninkrijken zal de God van de hemel een rijk laten opkomen dat nooit te gronde zal gaan en dat nooit op een ander volk zal overgaan. Het zal al die koninkrijken verbrijzelen en vernietigen, maar zelf zal het eeuwig bestaan.” Als je in de Salvator kerk in Brugge plaatsneemt en achter je kijkt zie je God met een lange baard en een staf in zijn handen.

Het is echter een beeld die vrij kinderlijk aandoet, en die vaak niet zorgt voor genoegdoening bij intelligente mensen (of moet ik eerder geschoolde mensen zeggen?).

Het is dan ook interessant dat in het Judaïsme afbeeldingen van God verboden werden (zoals we al kunnen opmaken uit de tien geboden). Dit werd later zelfs zo rigoureus opgevat dat elke afbeelding binnen het Judaïsme verboden werd.

Het is ook op die manier dat Einstein b.v. “religieus” was. Ik zet religieus tussen aanhalingstekens omdat ik ook wel sterk het gevoel heb dat zijn bewondering vaak ligt in het praktische van de religie, dan met name de liefde, dan werkelijk in het geloven in hogere entiteiten. Einstein wees ook op de sterkte van religie, zijnde de houding van complete toewijding en overgave aan de waarheid en niet zozeer aan wat de mythologische voorstellingen voorhouden. Het is bijna ironisch te stellen dat één van de bedenkers van de atoombom ook bijzonder veel waarde hechtte aan de liefde, en eigenlijk zelfs een pacifist genoemd kan worden. Dat zien we b.v. in zijn briefwisseling met Freud, waarin hij de psychiater onomwonden vroeg of er een manier was om de liefde in de instelling van de mens te bakken. Het antwoord van Freud is volgens mij bijzonder interessant. Zijn uitspraak dat “het levende wezen zijn eigen leven behoudt door het vernietigen van het leven van de ander”, lijkt bijzonder mooi verweven te zijn met de evolutietheorie, maar dan wel vaak met de vergissing dat het om de wet van de sterkste gaat, in plaats om de wet van de meest aangepaste. Misschien dezelfde fout die de Nazi’s maakten toen ze hun gedachten rond Lebensraum ventileerden, met alle gevolgen van dien. Ik zie bij Freud als hij stelt dat bij de vele zaken die men probeert voor een vrijer leven, van de afschaffing van privaat-eigendom tot vrije liefde, dat men steevast op een sektarische manier probeert te bestrijden van wie anders denkt en doet, mijn eigen visie op het dogmatisme van de mens: de mens is van nature dogmatisch, we houden er een zekere aversie op na voor iedereen die anders denkt dan ons, en dat is met het verdwijnen van geloof, helemaal niet veranderd, dat bewijzen de vele atheïstische (vooral) communistische regimes, maar al te goed. Alleen de accenten zijn verschoven. Daarom dat sektes ook zo welig floreren, zelfs, als men het onderzoek mag geloven, bij hogeropgeleiden. Daar was Jezus en zijn “leer” eigenlijk revolutionair in. Het ging namelijk juist niet om een leer (daarom zet ik ook dit woord tussen aanhalingstekens) het ging om liefde. Zijn discipelen zouden zich niet van anderen onderscheiden doordat ze allen hetzelfde geloofden, maar wel omdat ze liefde onder elkaar hadden (Joh 13,34-35). En dat is vaak het misbruik binnen sektes, die eenheid verwarren met uniformiteit (uniformity in place of unity).

Geloof is vooral ervaring

In een preek die ik ooit hoorde kwam naar voren dat de prediker, zijn zekerheid van zijn geloof, als het ware het weten dat God bestond, niet ontleende aan enige wetenschappelijke overweging, zoals in het begin van deze paper ook Pascal werd aangehaald, maar uit de ervaring dat hij God gevoeld heeft. En per definitie is ook ervaring subjectief. Ook dit is niet met een wetenschappelijke methode te testen. Het is niet herhaalbaar en niet verifieerbaar. Daarom is er ook zo’n discrepantie volgens mij tussen gelovigen en ongelovigen, gelovigen kunnen niet begrijpen dat iemand niet overal de Heilige Geest in ziet, en ongelovigen begrijpen niet dat iemand zo naïef kan zijn te geloven dat er iets hogers dan het materialistische bestaat. En op die manier praat je steeds naast elkaar. Dat haalt Sesboué ook aan bij de vele Maria ervaringen in de 19de eeuw in Fatima en Lourdes. Het zou gemakkelijk geweest zijn, moesten we alle mensen die op die plaatsen een Maria-ervaring hebben gehad aan de kant konden schuiven als marginalen, onopgeleiden, als mensen die psychisch aan de labiele kant waren. Maar dat is juist niet geval. Er waren onder degenen die Maria-ervaringen hadden ook hogeropgeleiden, mensen die de ratio altijd boven het gevoel stelden, ingenieurs, medici… Volgens Sesboué is een wonder, zoals een wonderbaarlijke genezing dan ook helemaal niet het vlak van de geneeskunst, maar zou het juist de geneeskundige sieren als hij het raadsel een raadsel durfde te noemen. Hippocrates stelde al dat de essentie van een goede wetenschapper erin bestond om te durven zeggen: ik weet het niet.

En ja, vele van deze ervaringen lijken wetenschappelijk te verklaren, en misschien zijn ze dat zelfs ook, maar voor iemand die die ervaring heeft ondergaan, is de ervaring te diep om zich uitsluitend op het wetenschappelijke te beroepen. Zo haalt Dick Swaab in zijn boek “Wij zijn ons brein” het idee van een buitenlichamelijke ervaring aan. De ervaring kan namelijk door bepaalde delen van de hersenen te beïnvloeden, getriggerd worden, maar voor iemand die de ervaring heeft ondergaan is dit onvoldoende bewijs. Het gevoel primeert boven de ratio. Aan de andere kant kunnen we ons ook afvragen waarom dit in onze hersenen geprogrammeerd is. Niet voor niets wordt soms gesproken over het godsdeeltje in onze hersenen die de ervaring kan triggeren dat we God ontmoeten. Opnieuw zo moeilijk wetenschappelijk te verklaren, en aan de andere kant blijft de vraag: Waarom is dit aanwezig? Ook het bewustzijn is een probleem apart. Misschien is dat juist de manier waarop God met ons wilt communiceren. Maar opnieuw dit vraag je enkel af als gelovige, en niet als ongelovige. Opnieuw de verschillende wereldbeelden, en het gebrek aan ervaring van de scepticus.

Net zo met oneindigheid. De bijbel stelt dat God oneindigheid in het hart van de mens heeft gelegd (Pred 3,11). We leven dan ook met het idee eeuwig te leven. De dood is altijd voor iemand anders, tot we ermee geconfronteerd worden. Dat doet me b.v. denken aan de laatste momenten van Marie-Rose Morels leven. Ze was al afgeschreven, ze had nog amper maanden te leven, en toch zat ze nog plannen te maken om de zomer van het jaar waarin ze stierf op vakantie te gaan, een vakantie die ze uiteraard niet meer heeft kunnen beleven. Onlangs vroeg mijn moeder zich af of je als je in de tachtig bent, besefte dat elke dag de laatste kon zijn.

De Bijbel is een geloofsboek

Nietzsche, en in zijn kielzog zowel Hegel voor hem als Wittgenstein na hem, stelde dat er niet zoiets bestaat als waarheid, enkel interpretatie. Dat zien we b.v. al als we het vroege christendom bestuderen. Het is een opeenstapeling van meningen en discussies geweest. En dan zouden we misschien kunnen denken dat dit eindigde toen het orthodoxe christendom staatsgodsdienst werd, in de 4de eeuw, maar ook dan stopten de discussies en controverses niet. Origenes (2de eeuw) b.v. stelde over de zes scheppingsdagen, dat ze onmogelijk letterlijke dagen zouden kunnen zijn geweest, want pas op de 4de dag worden de hemellichamen gecreëerd die de onderverdeling tussen dagen mogelijk maakte.

Spinoza stelde in de 17de eeuw de zekerheid dat Mozes de eerste vijf boeken (de pentateuch) van onze huidige bijbel heeft geschreven in vraag, met de eenvoudige, maar niet minder ingenieuze idee, dat Mozes toch onmogelijk zijn eigen dood zou kunnen hebben beschreven (Deut 34)? Het begin van de bronnentheorie was geboren.

In 2 Tim 3,16 wordt misschien één van de meest bediscussieerde verzen uit de Bijbel aangehaald: “Elke Schrifttekst is door God geïnspireerd.” Ja, één van de meest bediscussieerde, omdat hoe je inspiratie begrijpt, heel je kijk op de Bijbel bepaalt. Als je het als dictaat opvat, dan kunnen er geen fouten in de Bijbel staan. Dan moet alles zo gebeurd zijn als staat opgetekend, niet alleen omtrent de eerste elf hoofdstukken van Genesis, maar ook omtrent b.v. de discrepanties die we in de vier evangeliën terugvinden en die moeilijk verenigbaar lijken met elkaar. Een reden waarom b.v. iemand als Ehrman zijn (fundamentalistisch) geloof is kwijtgeraakt. Het is een zekerder geloof, omdat het je minder voor vragen en moeilijkheden plaatst, maar het risico bestaat ook zoals de Katholieke priester en geleerde Bieringer naar voren haalt, dat met het badwater het kind wordt weggespoeld.

Lemaïtre, die wel als een belangrijk figuur kan gezien worden omtrent het harmoniemodel tussen geloof en wetenschap als priester en astronoom en die de grondlegger is geweest van de Big Bang-theorie, verklaarde de verschillende visies omtrent de Bijbel en de seculiere wetenschap als volgt: “The writers of the Bible were illuminated more or less – some more than others – on the question of salvation. On other questions they were as wise or ignorant as their generation. Hence, it is utterly unimportant that errors in historic and scientific fact should be found in the Bible, especially if the errors related to events that were not directly observed by those who wrote about them… The idea that because they were right in their doctrine of immortality and salvation they must also be right on all other subjects, is simply the fallacy of people who have an incomplete understanding of why the Bible was given to us at all.” Deze uitspraak kan men zien als de volgende stap in de discussie tussen geloof en wetenschap. Gallilei b.v. stelde vroeger al dat hij geloofde dat de Bijbel vertelde hoe we in de hemel konden raken, maar niet hoe de hemel werkte. Ook de Katholieke kerk laat zich laatdunkend uit over een te letterlijke lezing van de Bijbel: “’Letterlijke interpretatie’, waarvoor een fundamentalistische lezing opkomt, is in werkelijkheid verraad aan zowel de letterlijke als de geestelijke betekenis en maakt de weg vrij voor verschillende vormen van instrumentalisering door bijvoorbeeld antikerkelijke interpretaties van de Schriften zelf te verspreiden. Het problematische aspect van een fundamentalistische lezing is dat zij weigert rekening te houden met het historische karakter van de Bijbelse openbaring en het zichzelf daardoor onmogelijk maakt ten volle de waarheid van de menswording zelf te aanvaarden. Het fundamentalisme gaat de nauwe relatie van het goddelijke en het menselijke in de betrekkingen met God uit de weg.” Maar dat leek althans niet altijd het standpunt van de katholieke Kerk te zijn geweest zoals we b.v. uit volgend citaat uit Dei Filius kunnen opmaken: “Wie niet alle boeken van de Heilige Schrift met al hun delen, zoals de kerkvergadering van Trente die heeft vastgesteld, als heilige canonieke geschriften erkent, of wie loochent, dat ze door God ingegeven zijn, die zij uitgesloten.”

De Kerk

Vaak wordt Galilei dan ook gezien als het symbool van de onverenigbaarheid tussen geloof en wetenschap. Toch was de discussie een stuk gecompliceerder dan men altijd naar voren brengt. Ja, de kerk geloofde in die tijd in het geocentrisch model zoals we die van Ptolemeaus hadden geërfd, maar dat deed zowat iedereen in die tijd. Wat Galilei, en voor hem Kepler ontdekte, was dan ook revolutionair, en elke verandering is moeilijk, dat is niet anders voor mensen binnen de kerk. Toch werd Galilei niet zozeer voor zijn ideeën veroordeeld, de kerk wilde vooral dat hij niet met de zekerheid sprak van zijn overtuiging, dat was het privilege van de kerk, ze wilden dat hij bleef stellen dat dit (maar) een hypothese was.

Dat was trouwens niet anders met de hogere tekstkritiek, waarvoor de kerk in het begin van zijn opkomst ook waarschuwde, de leden van de nouvelle théologie b.v. werden voor het tweede Vaticaans concilie bijzonder fel verguisd, om erna juist omhelsd te worden. Soms heeft de kerk even tijd nodig, net zoals mensen dat in het algemeen nodig hebben om aanpassingen aan hun denkwijze uit te voeren. Misschien doet de kerk dat soms zelfs wel te veel.

Tot besluit

Als theoloog probeer ik antwoorden te geven op prangende vragen van mensen die met zinvragen zitten, de antwoorden hierop zijn misschien wel de belangrijkste reden waarom ik theologie ben gaan studeren. Maar als christen heb ik vaak meer vragen dan antwoorden. Ik leg ze aan God voor, en hoop dat hij er mij antwoord op wil geven. Soms lijkt dat te gebeuren, andere keren niet. Daarvoor zou ik mijn geloof kunnen verliezen, omdat ik niet op alles een antwoord heb, maar dat heb je nooit, hoe graag we dat ook zouden willen.

Gods Koninkrijk is de essentie van heel de Bijbel, dat is volgens mij de rode draad. Maar wat is Gods koninkrijk? In Markus wordt gesteld dat Gods koninkrijk op handen is, in Lucas wordt gesteld dat het binnen in ons is (Luc 17,21). In het Onzevader bidden we dat zijn koninkrijk zowel gevestigd mag worden in de hemel als op aarde. Maar dat is nu al tweeduizend jaar geleden. We moeten er niet flauw om doen, de apostelen leken te geloven in een op handen zijnd koninkrijk. We zouden zelfs Reimarus een beetje kunnen volgen als hij zegt dat het de apostelen waren die een nieuw geloof stichtten omdat dat Koninkrijk wel erg lang op zich leek te laten wachten. Maar misschien is dat Koninkrijk er al, in ons, zonder dat we het eigenlijk beseffen, en in de hemel.

Dat Koninkrijk kunnen we misschien ook weerspiegelen in de kerk. Jezus zei niet aan het feit dat je dit of dat gelooft zullen de mensen je herkennen, maar aan de liefde die je onder elkaar bezit. We verwijten vaak sektes hun lovebombing, maar misschien kunnen we als reguliere kerken hier wel het één en ander van leren. Dat is ook wat de Katholieke mystistici vaak naar voren haalden. Het is een kinderlijk geloof om angst voor straf te hebben. De liefde neemt dat allemaal weg, dan heeft God geen macht meer, maar gezag, dan probeer je Christus niet na te volgen omdat je bang bent voor de gevolgen, maar omdat je Christus liefhebt. En op die manier kun je je geheel geven aan Christus.

Geloven doe je dus niet enkel met je verstand, dat doe je met heel je wezen, alles wat in je zit.

Afgestudeerd

Het is bijna een jaar geleden dat ik mijn laatste blog-post heb geplaatst. Dat heeft uiteraard verschillende redenen. Enerzijds was dit mijn masterjaar waarin ik een scriptie te schrijven had, en zoals iedereen weet is werken en studeren niet altijd evident, als je dan nog een scriptie te schrijven hebt, is er weinig ruimte over om nog andere dingen te schrijven. Verder ben ik met mijn redactrice bezig met het herwerken van mijn debuutroman, die, hoe kan het ook anders, over een jongen met autisme gaat en bijzonder autobiografisch is. Ik hoop in ieder geval dat het dit voorjaar gepubliceerd kan worden en dat jullie het mooi zullen vinden, want je mag dan verwaand zeggen dat je voor jezelf schrijft (en in zekere zin is dat ook wel zo) toch wil je ook geliefd zijn bij het publiek. Maar anderzijds wilde ik ook zwijgen doorheen dit masterjaar. Het is namelijk niet zo evident als “protestant” “katholieke” theologie te studeren. Ik zet de twee denominaties tussen aanhalingstekens omdat ik me niet graag in dat keurslijf laat gieten, ik hou niet van de vakjes: ik ben christen, punt, en ik kan het op fundamenteel punt geheel oneens zijn met jou, maar dat betekent niet dat ik meer of minder christen zou zijn dan jij. Laten we dus lekker een potje discuteren, maar daarna broederlijk samen een pint pakken. Er is al genoeg ruzie op de wereld, laten wij dus in ieder geval van elkaar houden als broeders. Dat is ook de belangrijkste reden waarom ik het als JG niet uithield, ik hou nu eenmaal teveel van anderen. En andere kant is dat ook de aantrekkingskracht. Hun tijdschriften hebben een bijzondere aantrekkingskracht op me, omdat ze me overstelpen met ervaringen van mensen die precies hetzelfde zijn als ik. Het laat je ergens bijhoren.

Dat heb ik op een gegeven moment ook in woorden uitgedrukt tijdens een mondeling examen, notabene met mijn lievelingsprof, die dan nog eens priester is, maar we konden het echt bijzonder goed met elkaar vinden. Hij was ook mijn promotor voor mijn bachelorscriptie en daar heb ik hem leren kennen als een nederige, maar bijzonder wijs persoon, en dat zowel wat levenswijsheid als kennis betreft. Ik zal hem missen.

Het is ook de reden waarom ik denk niet zo goed geschikt te zijn om te werken in het theologisch veld. Enerzijds zijn de mogelijkheden natuurlijk beperkt: het onderwijs of het pastoraal veld, maar dan moet ik me schikken naar de paus, en dat kan ik in ieder geval niet, wil ik ook niet, ik wil mijn eigen ding kunnen vertellen. Een angst trouwens die ik ook had bij het presenteren van mijn masterscriptie: zullen ze het wel eens zijn met me… Je punten hangen er uiteindelijk ook wel een beetje van af, en dat is wel één van de moeilijkheden tussen theologie en informatica, in informatica als je programma goed werkt weet je dat je tenminste wel iets goed gedaan hebt (al hangt het natuurlijk van meer af dan uitsluitend een werkend programma), maar in theologie is er, een beetje net zoals in het seculier postmodernisme, niet echt zoiets als goed en fout, het is veeleer een kwestie van uitleggen, en natuurlijk je uitleg staven met argumenten… Zo zei mijn begeleidster die als mijn proefkonijn van mijn masterproef diende ook dat haar oren tuitten van de verschillende ziensbeelden.

Dat is trouwens iets wat ik miste in de master, bijbelwetenschap, het komt wel aan bod, en ook mijn keuze heb ik hieromtrent wat ingevuld, maar te weinig. Je wordt iets teveel klaargestoomd als leraar godsdienst, en iets te weinig als theoloog (dat is uiteraard mijn persoonlijke mening). Dat heb ik wel ruimschoots goed gemaakt vind ik met mijn masterthesis die expliciet een bijbelwetenschappelijk thema behandelde: De onderwereld in het antieke jodendom, dus in de Bijbel en in de literatuur van de Tweede Tempelperiode. Zo heb ik trouwens ook het excuus gehad me even te verdiepen in enerzijds de deuterocanonnieke boeken, en vervolgens in Joodse literatuur zoals 1 Enoch, het boek Jubileeën… Bijzonder interessant moet ik zeggen; we behandelen ze vaak ietwat stiefmoederlijk, want zij worden niet als geïnspireerd gezien of heilig, maar aan de andere kant maken ze zoveel duidelijk van wat raadselachtig kan lijken in de Bijbel.

Om maar één voorbeeld aan te halen: in Genesis wordt Eva verleidt door de slang om van de vrucht van de boom der kennis van goed en kwaad te eten. Als christenen zien we hier vaak de Satan in die de slang als buikspreker gebruikte. Uiteraard is dat een christelijke interpolatie die door Joden niet gekend is. In het boek Jubileeën lees je dan ook over het geloof dat dieren in Genesis konden praten, een idee trouwens die ook bij verschillende evangelische stromingen niet vreemd is. Ik wil er in ieder geval nog wat verder aan werken (aan mijn masterproef bedoel ik). Ik kreeg het kritiek dat het nogal een breed onderwerp is, en daar ben ik het volmondig mee eens, het is dus nog lang niet af

Tot slot

Ik heb wel de bedoeling om mijn blog nieuw leven in te blazen. Dat is misschien mijn beste manier om iets met mijn theologische opleiding te doen. Verder ben ik nog lang niet klaar. Zo denk ik eraan ook de protestantse master af te werken, ik kan er alleen maar meer door te weten komen toch? IK hoop dat ik dan ook in de lange leste wat meer lezers naar mijn blog zal kunnen trekken. Maar alles op zijn tijd.

Als je van me houdt … Waarheid vanuit het Johannesevangelie

truth-shall-set-you-free-300

“De waarheid zal je vrijmaken”… Vreemd genoeg een passage uit de bijbel die het best gekend is door high control groups. Dan betekent het vrij gemaakt te zijn van zonde, de zonde is dan de beperking. Zo noemen de Jehovah’s Getuigen hun leer niet alleen de Waarheid, maar zeggen ze ook van zichzelf dat ze ′in de Waarheid zijn′. Dat hun geluk gepaard gaat met een dure prijs, vergeten ze vaak, of willen ze liever binnenkamers houden. Want wie ′niet in de Waarheid is′ krijgt onherroepelijk de doodstraf: er zijn inmiddels acht miljoen Jehovah’s Getuigen, maar die andere zeven miljard mensen zullen tijdens armageddon vernietigd worden, welke religie je dan ook aanhangt of hoeveel je ook van God houdt, want jij hebt de Waarheid niet. Kinderen zijn hierbij de verantwoordelijkheid van de ouders, en kinderen die dus bij ongelovige ouders horen verdienen net zo goed de vernietiging. Het is geen excuus om aan te halen dat je de Waarheid niet kent, want iedereen kan de Waarheid inmiddels kennen doordat Jehovah’s Getuigen van deur tot deur gaan. Waarheid zal je dus niet alleen vrijmaken, maar ook je leven redden, of je vernietigen …

Waarheid is uitermate belangrijk, juist in high control groups, in de filosofie wordt al lange tijd uitgegaan van Nietzsche’s credo: ‘Er bestaat geen waarheid, enkel interpretatie′, of zoals Heidegger en Wittgenstein het bedachten: verschillende waarheden onder verschillende hoedanigheden. Een taalspel in feite. Niet voor niets zijn deze filosofische gedachten verplichte kost ook onder theologen.

De wet van de joden kende 633 geboden. Alles werd gecontroleerd, van wat men mocht eten tot wat men mocht aanraken. Terecht stelde dan ook Paulus dat redding door de wet onmogelijk was. De wet verdoemde. Paulus maakt dan ook in Rom 6 heel duidelijk dat de wet vervuld was, en dat geloof redding betekende. Wat hierbij belangrijk is, is dat Paulus niet spreekt over waarheid, maar over geloof. Daarom dat voor vele protestantse gemeentes ook mensen met andere meningen Gods liefde kunnen ervaren.

De bekende filosoof Hume stelde al dat de mens van nature dogmatisch is; hij kan het best opschieten met mensen die helemaal hetzelfde denken als hij en die dan ook dezelfde geboden onderhouden. Daarom is een high control group zo aantrekkelijk, je bent allen op dezelfde manier vrij, zo vrij dat je allen niets meer mag, maar zo ervaar je dat natuurlijk niet, en dat er gedacht wordt in jouw plaats, maakt je leven gewoon een stuk eenvoudiger. Maar noch Jezus, noch Paulus hadden het in hun onderwijzingen over veroordelingen. In een stuk, die weliswaar door exegeten betwijfeld wordt of het ooit tot de oorspronkelijke tekst behoorde, stelde Jezus: ′Wie zonder zonde is, werpe de eerste steen.′ (Joh 8,7) Ook toen hij met de Samaritaanse vrouw sprak aan de bron van Jakob gaf hij in droge constateringen aan dat hij weet had van haar zonde (ze had namelijk een man waarmee ze niet gehuwd was, een doodzonde volgens het jodendom), maar veroordeelde haar daaromtrent niet. (Joh 4) Jezus liet zich kennen als een man die at met zondaars en tollenaars. Hij was aimabel juist omdat hij hen niet veroordeelde. Ook Paulus stelde dat het niet noodzakelijk wil zeggen dat als wij niet langer onder een wet leven, we daarom een vrijgeleide hebben om zonde te begaan. (Rom 6,15-16) We zijn juist geen slaaf meer van de zonde. Paulus stelde juist het omgekeerde van wat vele religies en sektes de dag van vandaag beweren, niet dat gehoorzaamheid leidt tot de liefde van God, maar dat onze liefde tot God juist tot gehoorzaamheid leidt.

Mij werd ooit gevraagd omtrent de keuze van films die ik graag zag: ′Als je naar de film gaat, zou je dan durven vragen aan Jezus om met je mee te gaan?′ Mijn antwoord was: ′Jezus wel, maar de meeste van de ouderlingen niet′.

Maar in feite blijven wij allemaal kleine kinderen; kleine kinderen voelen zich het best in een omgeving waar grenzen duidelijk zijn aangegeven, vaak voor hun eigen bestwil, zonder dat ze echt zelf begrip hebben waarom die grenzen er zijn, al begrijpen ze het vaak maar al te goed als ze de grenzen overschrijden. Hetzelfde stellen de high control groups: de beperking van de vrijheid is voor de bestwil van het geheel. Unity as uniformity.

Toch is het een verkeerd begrip van zowel het concept waarheid als van het christendom. Warshow stelde ooit dat het christendom onder de religies uniek is omdat het een denkende religie is. Maar het christendom gaat echter niet om een leer, of een set geboden, zoals de andere twee Abrahamitische religies (of in het algemeen gesteld bijna alle religies). Het gaat om een persoon. Een ontmoeting (Schillebeeckx). Daarom kon Jezus vertellen: ′Ik ben de weg, de waarheid en het leven′. (Joh 14,6)

′Uw woord is waarheid′ zei Jezus (Joh 17,17). Maar dat woord was niet de Bijbel en de set voorgekauwde geboden, hoe kan dat ook, de bijbel zoals hij nu voorligt met het Oude Testament en de 27 boeken van het Nieuwe Testament bestonden in Jezus tijd helemaal nog niet. Meer nog, voor Jezus bestond de bijbel uitsluitend uit de Tanakh en zoals hij in de Bergrede duidelijk maakte was hij niet van plan deze teniet te doen, maar te vervullen. Vervolgens maakte hij enkele anti-thema’s op de geboden van de tien Woorden die onmogelijk houdbaar waren: vol lust naar een vrouw kijken was al overspel, iemand haten was gelijk aan moord … Interessant juist dat al die ′geboden′ te herleiden waren naar zijn samenvatting van de wet en de profeten: ′heb uw God lief en heb uw naaste lief′.

Het woord is zoals in de proloog van Johannes wordt geïdentificeerd (en trouwens nergens anders in het NT) Jezus zelf. Opnieuw: ‘Ik ben de waarheid.’ Een relatie.

′Als je van me houdt, zul je mijn geboden onderhouden’, stelde Jezus in het Johannesevangelie (Joh 14,15). Met de hand rond de keel wordt met dit vers vaak mensen onder het gareel gehouden. Maar het probleem is de volgorde van de woorden. Jezus zei namelijk niet dat je door zijn geboden te onderhouden zijn liefde kon verdienen. Neen, juist omdat je van hem houdt zul je je aan zijn geboden houden. Dit is het verschil tussen respect en angst. Een kind die van zijn ouders houdt zal zich proberen aan de regels te houden, ook als daar geen consequenties aan verbonden zijn, een kind dat bang is van zijn ouders zal maar tot op zekere hoogte zich aan de regels houden: als hij zich kan onttrekken van de consequenties, zal hij ook de regels overboord gooien. Zo is het ook met geloof, terwijl niet zondigen volgens de Bijbel niet mogelijk is, zorgt onze liefde voor God er juist voor dat we ten allen tijde zijn kant kiezen, ook wanneer dat ons moeilijkheden bezorgt.

Het is misschien het belangrijkste misverstand in het christendom dat er een verschil heerst tussen wat Paulus stelde en wat Jakobus stelde. Maar in feite is die er niet. Paulus maakte duidelijk dat doordat Christus zich aan het kruis had gehangen, hij onze zonden heeft gedronken. Dat is de betekenis van de beker waarover hij zijn Vader smeekte om hem van hem weg te nemen. Die zat vol onze zonden. Stel je voor dat iemand zoveel van je houdt dat hij besluit de boete die jou toekomt op zijn schouders te nemen. Dat doen alleen echte geliefden. Nu zijn wij, zoals Paulus stelt niet langer slaven van de zonde. Wij staan inderdaad niet meer onder de wet zoals de Joden, maar dat wil niet zeggen dat wij geen wet meer hebben. Die wet is de wet van het hart, van de liefde: ′Als je van me houdt, zul je mijn geboden onderhouden′.

En juist die vrijheid om te kunnen zondigen is zo belangrijk. Want die vrijheid zorgt ervoor dat we ook de vrijheid hebben goed te doen.

Over de overbodigheid van een faculteit theologie

Steeds meer profileert Maarten Boudry zich als de Richard Dawkins van de lage landen, waarmee ik hem niet wil complementeren met zijn intellect, dat wil ik in het midden laten, maar wel wil bekritiseren op zijn dogmatische houding als atheïstische evangelist tegenover religie.

Maarten Boudry zal in het collectieve geheugen van de theologie altijd bekend staan als die neptheoloog die ooit brieven stuurde naar enkel conferenties, vol onzin, die ten zeerste door het theologisch establishment werden serieus genomen. Een “grap” waarmee hij nog steeds fel te koop loopt gezien zijn bijdrage onlangs in De Standaard.

Nu heeft hij het weer gedaan; onlangs zond hij een tweet de wereld in, uiteraard zoals het een goede wetenschapper betaamd in de Wetenschappelijke taal Engels, (of was het om meer lezers te trekken?): “No self-respecting university should have a Faculty of Theology. Even a Faculty of Astrology would make more sense. At least stars exist.” 266px-maarten_boudryGrappig bedoeld, zo zegt hij zelf, maar zoals mijn moeder mij ooit als kind leerde: “Door humor zegt de gek zijn mening” (of zoiets). We lachen ons natuurlijk allemaal te pletter.

Toch zou Maarten Boudry niet zo hoog van de toren moeten blazen als gespecialiseerd in de moeder van alle wetenschappen, waar ook wel eens het één en ander misloopt gezien de verschillende opvattingen, de evolutie door de jaren heen (zo had Descartes niet één maar twee bewijzen voor het bestaan van God, en wilde Lacant het onderbewuste structureren als een taal), en de hedendaagse opvattingen.

Zijn tweet laat duidelijk een gebrek aan kennis zien van wat theologie beoefenen op academisch niveau nu wel wil zeggen. Voordat ik mijn studie aanvatte aan de theologische faculteit van de Universiteit Leuven (niet de minste zichzelf niet respecterende universiteit van België, maar goed, in hetzelfde rijtje horen universiteiten als Harvard en yale (beiden ook met een faculteit theologie)) las ik op hun site dat het geloof van de student niet geëxamineerd werd. Ook dit jaar heb ik een vrij katholieke jongeman geïnterviewd die wat zijn ongenoegen uitte dat er zoveel theologie-studenten zich eigenlijk niet met geloof bezig wilden houden. Theologie op academisch niveau is dan ook niet een studie in geloof. Mijn ervaring is dat je in een theologiestudie zowat met alle facetten die de mens eigen zijn, wordt geconfronteerd: filosofie, geschiedenis, psychologie… En ja uiteraard ook met religie en geloof. Maar is dat zo uitzonderlijk? Miljarden mensen op deze planeet hebben een vorm van geloof, meer nog, ook in België die gezien wordt als een seculier land, is amper 12 % atheïstisch. Als theoloog is het onze taak om een brug te slaan tussen die mensen en hun spirituele en theologische vragen en belevingen. Onlangs is er door de politie een vacature uitgeschreven voor een hoofdinspecteur met kennis van de Islam… Terwijl de Islam vooral geschaard wordt rond de regiostudies kan men ook aan de theologische faculteit Islamologie studeren en is voor een student theologie een inleiding in de Islam en de relatie tussen Islam en Christendom geen overbodige luxe. Het lijkt mij een belangrijk onderwerp in ons steeds verder Islamiserende wereld om in dialoog te kunnen gaan met de Moslim, als hij nu behoort tot de velen die nooit terrorrist worden, of daadwerkelijk radicaliseert. Of denkt Boudry dat we deze personen tot “rede” kunnen brengen door hen te wijzen op de vele problemen in zijn geloof, zonder daadwerkelijk te weten wat die persoon gelooft of waar hij zijn spiritualiteit vandaan haalt? En juist dat zijn allemaal onderwerpen die in een studie theologie aan bod komen. Maar niet enkel de Moslim is bezig met spirituele vragen. Spiritualiteit hoort bij de mens, en heeft zelfs volgens sommigen een evolutionair karakter en wie is beter een antwoord te geven, zonder die mensen direct te stigmatiseren, dan een theoloog die misschien nog een bijkomende richting pastoraat heeft gevolgd?

Neen Maarten Boudry, als theoloog heb ik niet meteen mijn bijbelstudie kunnen verrijken… Wel heb ik geleerd hoe Joden, Moslims en andere gelovigen hun religie en geloof beleven. Heb ik geleerd hoe de relatie tussen deze religies en mijn westers, christelijk geloof is geëvolueerd en verder kan evolueren. Ik heb klassiek Grieks en klassiek Hebreeuws geleerd, ik heb de geschiedenis van de kerk beschouwd van zijn beginperiode in de eerste eeuwen van onze jaartelling tot de dag van vandaag. En ja, ik heb ook vrij veel filosofie tot mij genomen vanaf de natuurfilosofen zoals Parmenides en Heraclitus tot Foucault. Als student theoloog heb ik dan ook vooral leren denken en heb ik de geschiedenis van het denken onder de loep genomen, die eigenlijk nog maar vrij recent seculier is geworden. Theologie is geen bijbelstudie, al kan bijbelstudie er wel een deel van uitmaken.

Theologie heeft dus een vrij groot raakvlak met geloof (ze gaan allebei over hetzelfde), net zoals astronomie dat heeft met astrologie (ze gaan ook allebei over hetzelfde).  Ik studeer dan ook geen theologie om een gelovige te worden, ik studeer theologie omdat ik een gelovige ben. Meer nog, ik ben niet eens katholiek.

“God is liefde” (1 Joh 4:8)

Inleiding

Wat is geloof? Die vraag werd door de schrijver van de Hebreeuwen-brief kort samengevat: “Het geloof is de vaste grond voor wat wij hopen, het bewijs van wat wij niet zien.” (Heb 11:1)
Het gaat om een hoop, een bewijs van wat wij niet zien. Sommige mensen noemen ons naïef als we geloven, of erger nog, willen ons vertellen dat onze God onmenselijk is. Waarom geloven wij. Jezus zegt dat niemand tot de vader komt tenzij hij getrokken wordt (Joh 6:44). Herinner je nog dat moment dat je werkelijk tot geloof bent gekomen? Hoe je werkelijk Gods liefde op je voelde neerdalen… Zijn vrede. Waarschijnlijk voel je dat nog steeds. Zoals 1 Joh 4:8 zegt is Gods liefde, en daar draait het om in Gods leefwereld. Dat is wat je constant voelt. Als je verdrietig bent is hij het die je troost, als je eenzaam bent is hij het die je hand vastneemt. En dat zou ook het teken van zijn discipelen zijn: “Ik geef jullie een nieuw gebod: dat je elkaar liefhebt. Met de liefde die ik jullie heb toegedragen, moeten jullie ook elkaar liefhebben. Daaraan zal iedereen kunnen zien dat jullie leerlingen van mij zijn: als jullie onder elkaar de liefde bewaren” (Joh  13:34-35). Meer nog, de kerkvaders die onze christelijke overtuiging verdedigden tegen de critici zoals Fronto en Celcus, vonden dat één van de belangrijkste elementen waarom ons geloof waar was.

Toch zijn we vaak afgeweken van dit punt. Er zijn meer dan 30 000 religies die beweren christelijk te zijn. Velen van deze religies roepen zich uit als enige mogelijkheid tot redding, en zetten zich fel af tegen andere religies. Het Rooms Katholicisme heeft altijd veel te verduren gehad. Het protestantse idee dat het Rooms Katholieke geloof de anti-christ is waarover in de bijbel sprake is, is er bij velen met de paplepel ingegoten. Toch maakt de bijbel zelf duidelijk wat het onder anti-christ verstaat: “Kinderen, het is het laatste uur. U hebt gehoord dat de antichrist moet komen. Inderdaad, er zijn nu al vele antichristen opgestaan, en daardoor weten wij dat het laatste uur is aangebroken. Zij zijn uit ons midden voortgekomen, maar zij behoorden niet werkelijk tot ons. Hadden zij tot ons behoord, dan waren zij bij ons gebleven, maar het moest duidelijk worden dat zij geen van allen bij ons horen. ” (1 Joh 2:18-19) Even verder schrijft de schrijver van 1 Johannes: “Wie is de leugenaar? Wie anders dan hij die loochent dat Jezus de Messias is? De antichrist is hij die de Vader en de Zoon verloochent. Wie de Zoon verloochent, heeft ook de Vader niet wie de Zoon erkent, heeft ook de Vader.” (1 Joh 2: 22-23). Er is veel onenigheid in de christelijke wereld, en dat kan bijna ook niet anders, want we zijn allemaal individuen, met een eigen mening en ook een eigen relatie tot onze Vader. Maar in die onenigheid hebben we ook altijd de neiging de ander te oordelen naar zijn relatie tot onze Vader. Laten we daarom vooral in gedachten houden dat Jezus ons opdroeg elkaar lief te hebben.

Romeinen 2

Toen ik als kind van elf begon te roken, zei ik op een gegeven moment in gebed tot God dat ik zou stoppen met bidden. Ik heb dat zowat een week volgehouden, een eeuwigheid voor een kind. Ik wilde stoppen met bidden omdat ik had geleerd dat een “waar” christen niet rookt, dat je Gods goedkeuring niet kunt genieten als je niet al zijn geboden onderhoudt. Dat God niet naar je gebeden luistert wanneer je niet nauwgezet al zijn geboden opvolgt. Paulus geeft dan ook aan in Romeinen dat geloof het belangrijkste is (Rom 1:17). Meer nog, niemand “verdient” de heerlijkheid van God, omdat we allemaal zondaars zijn, en vele malen zondigen. (Rom 3:23) Herinner je nog hoe Paulus zei dat wat hij niet wilde, hij deed, en wat hij wilde hij niet deed? – Romeinen 7:19-25

Is het goed te roken? Iedereen zal het wel met me eens zijn dat het dom is te roken. En ik ken maar weinig rokers die niets liever zouden doen dan stoppen. Dat is het gevoel dat Paulus beschreef toen hij zei dat hij wat hij wilde niet deed. Jezus zei: hij die zonder zonde is, werpe de eerste steen. (Joh 8:7)

En dat is ook wat Paulus duidelijk maakt wanneer hij in Romeinen 2:1 zegt: “Maar dan ben jij, mens die oordeelt, wie je ook mag zijn, evenmin te verontschuldigen. Want met je oordeel over anderen veroordeel jij jezelf.”

Waarom doen we de wil van God?

Vele religies hebben een intens schema van wetten, verboden en geboden die hun leden moeten nakomen, op straffe van uitsluiting.
Dat idee is niet nieuw. Al in de eerste eeuwen van het christendom wordt beschreven hoe iemand kon uitgesloten worden, en lange tijd verstoken kon worden van Christelijk gezelschap, voordat hij genoeg “berouw had getoond” en terug in de gemeenschap kon worden opgenomen.

In een wachttoren (tijdschrift voor Jehovah’s getuigen) stond te lezen: “Hier is één voorbeeld van de goede resultaten die het kan hebben als een gezin zich loyaal aan Jehovah’s gebod houdt om niet met uitgesloten familieleden om te gaan. Een jonge man was ruim tien jaar uitgesloten. In die tijd gingen zijn vader, moeder en vier broers niet met hem om. Soms probeerde hij nog wel contact met ze te zoeken, maar ze bleven allemaal standvastig, en dat is te prijzen. Na zijn herstel in de gemeente zei hij dat hij de omgang met zijn familie altijd had gemist, vooral ’s avonds als hij alleen was. Maar hij gaf toe dat als ze zelfs maar een beetje omgang met hem hadden gehad, die kleine dosis voor hem voldoende was geweest. Omdat ze zelfs niet de minste communicatie met hem hadden, werd het intense verlangen om bij ze te zijn een van de redenen om zijn band met Jehovah te willen herstellen. Denk aan dit voorbeeld als je ooit in de verleiding komt met uitgesloten familieleden om te gaan.” (W 15/04/2012)

Maar wat is de reden waarom we tot God getrokken zouden moeten worden? Zou het onze familie moeten zijn, de mensen die we missen? Neen, het zou de liefde van God moeten zijn, want God is liefde.

Dat is ook de essentie van de wet en de profeten en zelfs van het evangelie: “Heb God lief” en “Heb je naaste lief”…

Wie is je naaste?
Jezus gaf dit mooi aan door ons de parabel van de barmhartige Samaritaan te geven. (Luk 10:31-35) Samaritanen kun je beschouwen als uitgesloten Joden. Ze hadden zelfs de bijbel “vervalst” (cf. de Samaritaanse pentateuch)… Toch wordt notabene een Samaritaan als de protagonist van Jezus’ verhaal beschouwd. Meer nog, volgens deze parabel kunnen we beter een afvallige Samaritaan zijn, dan een getrouwe Jood. Meer nog, wanneer Paulus de Korinthiërs onderwees zei hij: “Deze dingen blijven altijd bestaan: geloof, hoop en liefde, maar de liefde is het voornaamste” (1 Kor 13:13) Hoe schokkend, liefde staat zelfs voor geloof.

Maar is het juist niet die liefde die ons naar God gedreven heeft? Die drie belangrijke zaken worden in de brief aan de Romeinen verduidelijkt: “Gerechtvaardigd door het geloof leven wij in vrede met God door Jezus Christus onze Heer. Hij is het die ons door het geloof de toegang heeft ontsloten tot die genade, waarin wij staan; door Hem ook mogen wij ons beroemen op onze hoop op de heerlijkheid van God. Meer nog, wij zijn zelfs trots op onze beproevingen, in het besef dat verdrukking leidt tot volharding, volharding tot beproefde deugd en die weer tot hoop. En de hoop wordt niet teleurgesteld, want Gods liefde is in ons hart uitgestort door de Heilige Geest die ons werd geschonken” (Rom 5:1-5).

Katholieke kerk nog lang niet dood

Op kerknet staat vandaag de samenvatting te lezen van de statistieken van de bisschoppenconferentie uit Duitsland.
Jehovah’s getuigen b.v. geloven dat naarmate het einde vordert Babylon de grote (alle “valse” religies, en met een benadrukking van het Katholicisme; volgens Russell was Babylon de Grote ook enkel toepasbaar op het Katholieke geloof) moet leeglopen, zodat de hoer op droge wateren zou komen te zitten.
Niettegenstaande wordt in Duitsland toch nog een kerkbezoek geregistreerd van meer dan 13% dat is goed voor zo’n 3 000 000 bezoekers.
Uiteraard is een tendens gangbaar van mensen die zich uitschrijven, wat niet zo onlogisch is daar men vaak als kind wordt gedoopt en daar dus zelf geen actief aandeel aan heeft. Zo zijn er in duitsland meer dan 24 miljoen geregistreerde katholieken.
Verder is ook interessant dat er meer dan 10 000 kerkintredes zijn geweest in 2011, dit voornamelijk uit protestantse hoek, en dit ENKEL in Duitsland.
Er zijn echter wel ongeveer 126 500 mensen die de kerk de rug toe hebben gekeerd. Het aantal doopsels zou echter dit cijfer terug hebben overschreden.
We moeten ook opmerken dat de daling van het aantal kerkbezoekers heel minim is van 13.6 % naar 13.3 %… We zien dus dat de Duitse kerk een sterke achterban heeft, en dat kerkbezoekers zelden hun activiteit staken, tenzij ze natuurlijk sterven.

Ter vergelijking wil ik u hier ook de cijfers van de JG niet onthouden. Ik ga hier uit van de cijfers wereldwijd, daar JG natuurlijk een veel kleinere organisatie is dan de Katholieke kerk.

JG kennen namelijk een wereldwijde organisatie van ongeveer 7.5 miljoen leden, dit zijn uiteraard actieve leden, want personen die niet verkondigen worden hier niet meegeteld. Daarbij zijn er iets meer dan 260 000 nieuwe verkondigers bijgekomen maar het aantal verkondigers is maar met 171 000 gestegen… Dit zijn 92 000 personen minder dan dat er gedoopt zijn. Inderdaad hiervan zijn er ook velen in de dood ontslapen, maar niettemin zien we toch dat ze heel wat leden niet kunnen houden.
Op die manier moeten we zeker opmerken dat ze nog bijlange niet aan de actieve leden van de katholieke kerk kunnen. En zich misschien toch eens de vraag moeten stellen waarom er zoveel langs de achterdeur weer vertrekken?