Halvering levensbeschouwelijk onderwijs?

Inleiding

Een tijd geleden werd het idee geopperd door de regeringspartijen om de lestijden levensbeschouwelijke vakken te halveren. In België is dat voor elke richting, ASO, TSO of BSO, twee uur per week. Meteen kwam, en dat kon iedereen je natuurlijk op een blaadje geven, hier reactie op uit de theologische richting. Er werd een petitie opgericht tegen dit voorstel die inmiddels al ettelijke duizenden keer is getekend. Met het gevaar door mijn collega theologen verguisd te worden beken ik dat ik deze petitie (nog) niet heb getekend. En wel oom verschillende reden.

Inhoud van de petitie

In de oproep staat het volgende te lezen:

Wij zijn leerkrachten r.-k. godsdienst die gaan voor hun vak. We doen dat met enthousiasme en competentie. We zijn overtuigd van de meerwaarde van ons vak: zowel voor de ontwikkeling van onze leerlingen als voor de toekomst van onze Vlaamse samenleving. Het leerplan r.-k. godsdienst is ons handvest. We onderhouden de beste relaties met onze collega’s van andere godsdiensten en levensbeschouwingen. Om een diepgaande vorming te kunnen garanderen, hebben wij twee lesuren per week nodig.

Dit vind ik namelijk een bijzonder nietszeggende verklaring. Het doet mij eerder aan als loons- en werkbehoud dan aan iets anders. “We hebben twee lesuren nodig”. Ik denk dat de leerkrachten geschiedenis net hetzelfde zeiden ten in de meeste richtingen hun lestijden werden gehalveerd, en misschien hebben zij nog veel meer reden hiertoe dan leerkrachten godsdienst.

Dat eeuwig gesleutel aan het onderwijs

Er is de laatste jaren bijzonder veel gesleuteld geweest aan het onderwijs, en de cijfers liegen er niet om: over het algemeen gaat het niet om verbetering. Noch voor de leerkracht, noch voor de leerling. Dus misschien moeten we onze handen er eens vanaf houden, of eens daadwerkelijk met alle leerkrachten èn leerlingen gaan praten alvorens veranderingen door te voeren.

Twee uur, andere invulling?

Ik heb in het middelbaar onderwijs geen godsdienst, maar zedenleer gevolgd. En van één school herinner ik me nog levendig die lessen: er werden bijzonder veel films gedraaid, we speelden quizen in de klas, of we discuteerden over een onderwerp. Het examen bestond uit het schrijven van een essay, die niet gequoteerd werd naar inhoud, maar naar lengte, als je b.v. een essay van, ik zeg maar iets, 1500 woorden schreef kreeg je een 8 en per vijfhonderd woorden meer kreeg je een punt meer. Dat vind ik alvast geen diepgaande vorming, als ik eerlijk mag zijn. In een andere school had ik me laten ontvallen dat ik wel geloofde, waarin wist ik toen trouwens nog niet, vanaf dan werd er elke les zedenleer een half uurtje gebruikte om gelovigen te bashen. Inmiddels is in wat r.k. godsdienst betreft al het één en ander veranderd, maar ik neig toch een voorstander te zijn naar het Nederlandse model, waar levensbeschouwing wordt gegeven. Dus een iets bredere vorming dan nu het geval is, maar nog altijd met een christelijke inval, want de toenemende seculariteit van onze beschaving laat ons al vaak genoeg onze roots vergeten. Nu bots ik vooral met de ideeën van b.v. iemand zoals Lieven Boeve, die het hekelt dat het theologisch onderwijs steeds meer ge(ver)vormd wordt naar religiewetenschappelijk onderwijs. Eerder dus een buitenperspectief dan een binnenperspectief. Dat het in zekere mate inderdaad problematisch is bewijst de discussie die enkele jaren geleden gevoerd werd omtrent de K in de KU Leuven, als invulling van Katholiek. Terecht maakt Lieven Boeve hier inderdaad de bedenking dat we moeten opletten niet teveel in de marginaliteit geschoven te worden als theologen.
Waar ik meer problemen mee heb is het idee dat een theoloog (ook) ten dienste staat van de kerk en de gemeenschap van gelovigen, waarmee uiteraard de Katholieke Kerk bedoeld wordt en de Katholieke gemeenschap van gelovigen. Ik vind dat je als theoloog dit moet overstijgen. Je staat inderdaad ten dienste van de geloofsgemeenschap, maar je bent als theoloog in eerste instantie wetenschapper in plaats van een katholiek. Het is bijzonder interessant hoe b.v. de theologen van de nouvelle théologie net voor VAT II zo verguisd werd door de Katholieke Kerk, heel moedig als je bedenkt dat de Katholieke kerk toen nog veel meer te zeggen had dan nu het geval was.

Dus de kerk weren uit het onderwijs, zonder geloof of religie te weren, vind ik, als “onafhankelijke” theoloog niet zo’n slechte zaak. Laten we de jongeren uiteindelijk zelf hun keuze laten maken, dat heb ik gedaan, zonder school, maar ook als theoloog vind ik me door verschillende richtingen die ik heb gevolgd gesterkt in mijn kennis van andere religies en heb ik met meer kennis van zaken ook expliciet voor het christendom kunnen kiezen. Geloof en religie zijn keuzes die iemand maakt, dat beseffen we in onze moderne tijd, veel meer dan vroeger waar het vaak een zaak van geboorte was. Ik geloof niet dat er toen zoveel meer geloof was, maar geloof was nu eenmaal inherent verweven in het dagelijkse leven; als je bekende niet te geloven kon dat je als zelfstandige failliet laten gaan, of als werknemer je job kosten, dus dan zwijg je uit levensbehoud, niet uit overtuiging.

Verder geloof ik wel dat het christendom terug iets hipper mag worden gemaakt. De meeste mensen zien het christendom nog steeds als veel klassieke rituelen en een man in habeit, maar luister eens naar muziek van Kari Jobe of de nu vaak gespeelde Lauren Daigle, deze hoeven helemaal niet onder te doen voor onze favoriete muziek, toch zijn het christenen die wensen de boodschap van het christendom over te brengen. Dat hipper maken zie ik vooral in protestantse kerken, en dan vooral de opwekkingsbeweging die sinds de 19de eeuw bijzonder omvangrijk is geworden. Dit hebben ze voor een groot deel precies te danken aan het luisteren naar jongeren, die uiteindelijk de volwassenen, en veel later nog de ouderen van de kerk. Het is volgens mij dan ook niet helemaal een wonder dat terwijl de meeste christelijke stromingen lijken te stagneren of te krimpen, juist deze lijken te groeien.

Commentaar op Amoris Laetitia van Paus Franciscus

Inleiding

In maart van 2016 publiceerde paus Franciscus de exhortatie Amoris Laetitia. De vreugde van de liefde, waarin hij opnieuw, zoals vele van zijn voorgangers al hadden gedaan, het kerkelijk idee over de liefde, dan vooral over seksualiteit, gezin en huwelijk, verwoordde. In dit document valt goed het eigene van paus Fraciscus op te maken, die niet voor niets de paus van de verzoening wordt genoemd. Toch gaat hij zo goed als geen enkele keer voorbij aan wat de kerk officieel al jaren leert.
Hierop heb ik een commentaar geschreven voor mijn studie in de theologie dat ik jullie niet wil onthouden.
Het document Amoris Laetitia zelf is te lezen via de site van het Vaticaan.

Vanuit de bijbel

Amoris Laetitia wilt vertrekken vanuit het woord, namelijk de bijbel. In het Genesisverhaal wordt dan ook onomwonden gesteld dat een man zich van zijn vader en moeder zal losmaken en zich zal hechten aan zijn vrouw, met wie hij één van lichaam zal worden (Gen 2,24). Dit is ook wat Jezus eruit haalt wanneer hij het goddelijke plan bespreekt: “Heb je niet gelezen dat Hij hen van het begin als man en vrouw heeft geschapen?” (Mat 19,4). Burggraeve wilt ook heel duidelijk aangeven, dat de verscheidenheid tussen man en vrouw niet meteen in Genesis wordt gemaakt. Daar wordt namelijk eerst en vooral gesteld dat God de mens heeft gemaakt (de vrouw komt dan ook voort uit de mens, en niet uit de man), vervolgens dat hij hen mannelijk en vrouwelijk heeft geschapen.1 Waarin dan weer het seksuele verschil ligt. Hierin ligt meteen ook één van de verwerpingen van de Kerk voor homoseksualiteit, omdat dit seksuele verschil in homoseksualiteit niet bestaat.

Johannes Paulus II maakte een verband tussen de familierelatie en de drie-eenheid van God. Hij stelde namelijk: “Onze God is in zijn diepste mysterie niet eenzaam, maar een familie, want hij verenigt in hemzelf vaderschap, zoonschap en de essentie van de familie, die liefde is. Deze liefde, in de goddelijke familie, is de Heilige Geest.”

Daarom is het worden van één vlees dat het resultaat is van de ontmoeting tussen man en vrouw ook verbonden in de procreatie: het resulteert uiteindelijk in een kind. Ook dit wordt in het Genesisverhaal duidelijk gemaakt wanneer God de mens opdraagt om zich te vermenigvuldigen (Gen 1,28). Het is dan ook interessant op te merken dat het woord dat na de naam van God het meest voorkomt in het Oude Testament, kind is.
Dat zijn redenen waarom de Kerk altijd heel erg gehamerd heeft op de procreatie binnen het huwelijk. Lange tijd is seks enkel vanuit die optiek bezien. Door de vooruitgang op het gebied van anticonceptieve middelen, waarvan door de Kerk enkel de natuurlijke geoorloofd worden bezien2, is dit idee meer en meer naar de achtergrond verschoven. Nu kunnen we namelijk plannen wanneer we kinderen zullen krijgen.

Ook het klassieke rollenpatroon van de man en vrouw wordt al in het Genesisverhaal duidelijk naar voren gebracht; bij de zondeval stelt God namelijk dat de begeerte van de vrouw zal uitgaan naar de man, en dat de man over haar zal heersen (Gen 3,16)… Verder wordt verteld dat door de zonde de aarde vervloekt zal zijn en dat de man dus in het zweet des aanschijns het land zal moeten bewerken.

In psalmen 128 wordt dan ook duidelijk getoond hoe de man voor zijn familie met zijn handen werkt (b.v. ps 128,2). Paulus in het Nieuwe Testament is zelfs nog radicaler, en stelt dat “wie niet wil werken niet moet eten” (2 Thes 3,10).

Kinderen op hun beurt moeten dan weer hun ouders eren.

Amoris Laetitia in de lijn van de traditie

Erg vernieuwend is Amoris Laetitia eigenlijk niet. Paus Franciscus gaat op dezelfde lijn verder als zijn voorgangers Paus Benedictus XVI en Paus Johannes Paulus II en nog verder terug zelfs zoals het in de documenten van Vaticanum II wordt beschreven.

Wel is Paus Franciscus een stuk milder in zijn bewoordingen dan b.v. Paus Benedictus XVI, die nog niet zo heel lang geleden ophef veroorzaakte door te stellen dat ze [homoseksuelen] de “essentie van het menselijk wezen vernietigen”3.

Binnen de Kerk wordt homoseksualiteit gezien als intrinsiek ongeordend. Ook daar stapt Paus Franciscus niet van af, wanneer hij expliciet stelt dat moet blijven “opgemerkt dat homoseksuele relaties absoluut geen grond hebben om gelijkaardig te zijn aan Gods plan voor huwelijk en familie.” Toch volgt hij in hoe mensen onafhankelijk van hun seksuele oriëntatie moeten behandeld worden, b.v. ook de bedenkingen van Cornu, of zoals Bonny het stelde in zijn synode van het gezin wat uitzonderlijke situaties betreft, want zo zegt Paus Franciscus in AmorisLaetitia: “Onafhankelijk van iemands seksuele oriëntatie dient hij gerespecteerd te worden in zijn of haar waardigheid en met consideratie behandeld te worden. Elk teken van onrechtvaardige discriminatie moet vermeden worden.”
Dit lijkt mij vrij moeilijk als je de anders geaardheid van een persoon niet wilt erkennen. Snel dreig je om beledigend of zelfs paternaliserend over te komen. Toch valt ook vanuit de bijbel veel te zeggen tegen het homohuwelijk. Maar zoals Cornu al stelde in zijn hoofdstuk over de homoseksuele relatiebeleving, moeten we opletten dat we niet al te letterlijk de bijbel als een onfeilbare waarheid gaan bezien die geen interpretatie anders dan de onze toelaat. Een goed voorbeeld hiervan is hoe iemand als John McNeill het goddelijke plan hieromtrent invult4.

Een huwelijk is dus sowieso bestemd voor een man èn een vrouw, en dan vooral met de blik vooruit op het hebben van kinderen.

Procreatie heeft binnen de Katholieke Kerk altijd een belangrijke rol gespeeld, daarom citeert Paus Franciscus ook in Amoris Laetitia, Johannes Paulus II in Familiaris Consortio: “Het koppel, in het geven van zichzelf aan elkaar, geven niet alleen zichzelf maar ook de realiteit van kinderen, die levende reflecties van hun liefde zijn een permanent teken van hun conjugale eenheid en een levende en onafscheidbare synthese van hen zijnde vader en moeder”.

Paus Franciscus lijkt dan ook niet gemakkelijk af te wijken van de traditionele rollen in het gezin. De vader en moeder hebben beiden een functie te vervullen bij het opvoeden van het kind; de moeder waakt over haar kinderen “met tederheid en medelijden” en “helpt hem of haar te groeien in zelfvertrouwen en te ervaren dat de wereld een goede en welkome plaats is”, terwijl de vader “het kind helpt de begrenzingen van het leven in te zien, open te staan voor de uitdagingen van de bredere wereld, en de nood te zien van hard werk”.

Uit onderzoek blijkt trouwens dat kinderen zeker nood hebben aan beide ouders. Zo hebben kinderen van gescheiden ouders vaker te kampen met verlatingsangst en later in hun leven met bindingsangst. Het zijn ook deze kinderen die het meest argwanend staan tegenover langdurige relaties. Verder stelt b.v. Cornu dat kinderen vaak op zoek gaan naar hun oorsprong, daarom dat in verschillende landen, waaronder Nederland, anoniem spermadonorschap in vraag wordt gesteld.

Toch wordt ook de hoop die Bonny in zijn “Synode van het Gezin” naar voren brengt om aandacht te besteden aan de normale, maar ook aan de complexere situaties in onze maatschappij, bewerkstelligd. Paus Franciscus erkent deze moeilijke situaties; ook binnen het christendom wordt er steeds vaker gescheiden, en zoals Burggraeve en Sander naar voren brengen zijn de meeste huwelijken tegenwoordig tweede of zelfs derde huwelijken. Toch lijkt Paus Franciscus een voorkeur te hebben voor de gescheiden ouder die niet hertrouwt, en dus als alleenstaande ouder door het leven gaat. Volgens hem moeten zij dan ook speciale aanmoediging vanuit de christelijke gemeente en de families in deze gemeentes krijgen. Ook dit is niet zo vreemd als je bedenkt dat de communie geweigerd wordt aan mensen die gescheiden zijn en die hertrouwen.

Ook interessant is dat Paus Franciscus even aandacht besteedt aan de nietigverklaring van een huwelijk die volgens hem toegankelijker, sneller en indien mogelijk gratis moet worden.

Conclusie

Paus Franciscus wijkt in feite niet af van de gedachtes die al heel lang binnen de Katholieke Kerk spelen. Het verschil met zijn voorganger lijkt mij vooral zijn mildere toon en begrip voor anderen. Niet voor niets wordt Paus Franciscus gezien als de Paus van de verzoening. Paus Franciscus lijkt begrip te kunnen opbrengen voor de problemen van deze tijd. Hij heeft aandacht voor de ongehuwd samenlevenden of de enkel burgerlijk gehuwden, die na de doop zeker niet opnieuw hoeven te huwen omdat hun relatie al door hun doop verzegeld wordt. Ook homoseksuelen moeten met consideratie behandeld worden, al blijft er dan geen plaats voor een homorelatie binnen de Kerk. Ook euthanasie en abortus blijven taboes onder de uitspraak dat men altijd voor het leven moet kiezen.

Ook kinderloze echtparen worden niet aan hun lot overgelaten. Dankzij de vele mogelijkheden binnen de gemeenschap kunnen zij toch een gevoel van waarde kennen.

Ook adoptie lijkt voor Paus Franciscus een nobele keuze, omdat men de liefde van een gezin geeft aan iemand die die liefde moet ontberen.

Ik zie dan ook, ondanks het geloof van Franciscus dat bepaalde taboes die door de Kerk (en de bijbel) worden opgeworpen en niettemin toch veroordeeld worden, dat hij begrip opbrengt voor mensen in deze situaties. Ik denk dan ook dat Bonny met deze exhortatie tevreden mag zijn, beter wordt het waarschijnlijk niet.

Volgens mij moet het ook niet aan de Kerk zijn om de taboes die ze al heel lang in zich draagt (homoseksualiteit, abortus, samenwonen, euthanasie…) teniet te doen onder het mom van verdraagzaamheid en meegaan met de tijd. De kerk moet Jezus blijven vooropstellen.

1BURGGRAEVE, Roger, Als man en vrouw naar Gods beeld geschapen, Cursusnota’s 2007-2008

2Zoals de kalendermethode, de ovulatiemethode en de temperatuurmethode

4Hij ziet de homoseksuele mens als een deel van Gods plan.

 

De misviering: een ervaring

Vaak bezoek ik kerken. Ik hou van de serene stilte die er heerst. Ja, om eerlijk te zijn voel ik me er soms zelfs dichter bij God. Soms ga ik er even heen om te mediteren, weg te zijn van de drukte van mijn gedachten.

Mijn grootvader was een rasechte Katholiek en zo heeft mijn moeder in haar kindertijd vaak naar de misvieringen gemoeten, iets wat ze ons heeft bespaard. Mijn moeder is bijna anti-Katholiek te noemen, dus was het zeer moeilijk om mij zonder bevooroordeeld hart naar een misviering te begeven.

In mijn zoektocht naar de invulling van mijn spiritualiteit, en een tijd dat ik nog dacht dat het mooiste beroep van de wereld priester was, heb ik ooit in de Abdij van Zevenkerken een misviering bijgewoond, maar nagenoeg alle herinneringen daaraan zijn verloren. Door gebeurtenissen die ik hier niet te grabbel wil gooien, heb ik veel van die tijd uit mijn herinneringen verdrongen, en nog heb ik er teveel die ik ook liever kwijt zou zijn.

Vrees

DSCI0002.JPGDaar sta je dan, op het punt je in een wereld te begeven waar je niet thuis bent. Dus nerveus betrad ik de kerk. Toen ik nog thuis was, had ik me voorgenomen om achterin een plaatsje te zoeken, zodat ik zo onopvallend mogelijk weer kon verdwijnen. De mensen zaten echter zo verspreid dat ik overal tamelijk onzichtbaar kon zijn, en dus nam ik me een plaatsje tamelijk vooraan zodat ik alles goed kon zien.

Mijn vrees bleek in ieder geval ongegrond. Meer nog, ik had in zekere mate het gevoel thuis te komen; niemand keek me raar aan, of moest we dwangmatig welkom komen heten. Ik voelde me er meteen meer thuis dan ik had gedaan toen ik voor het eerst een koninkrijkzaal had betreden. Je was er ook gewoon onomwonden welkom Je bent geen vreemde in de kerk. Een vriendin van me vertelde me ooit dat ze zich altijd wat een heiden voelde in de kerk, terwijl ze toch steeds een goed Christen probeerde te zijn. Dat gevoel had ik het overgrote gedeelte van de tijd niet.

Aanbidding

Het grote verschil dat ik opmerkte met een vergadering in een koninkrijkzaal was de manier waarop de dingen benaderd werden. De nadruk lag veel meer op aanbidding, en niet op onderwijs.

Er werd begonnen met een lied. Blijkbaar kon je een programma verkrijgen, maar dat had ik niet gezien, dus kon ik in grote delen van de viering niet participeren, dat vond ik eigenlijk wel spijtig. De stem van een vrouw kondigde aan welk lied er gezongen zou worden, en een prachtige muzikaal stuk werd ingeluid. Vervolgens werd er gebeden. Wat me ook opvalt is de grote hoeveelheid aan gebeden die er tijdens zo’n misviering werden opgezonden. Ik durf bijna schatten dat de helft van de tijd aan gebed wordt gespendeerd.

De Jehovah’s getuigen kondigen vaak aan dat ze in de kerk de bijbel niet gebruiken, maar dat doen ze wel. Eerst werd een stuk voorgelezen uit Genesis, waar Abraham in contact kwam met de drie engelen.

DSCI0003.JPGDe lezing, als ik het zo mag noemen, ging over een stuk uit het evangelie van Lukas waar een vergelijking werd gemaakt tussen de twee zusters, de één hardwerkend, de ander luisterend. In tegenstelling tot wat ik eigenlijk gewend was, werd er niet belerend of veroordelend gedaan over de zuster die hard werkte, maar werden beide vrouwen vergeleken met hoe we de dag van vandaag in het leven staan. De toehoorders werden niet op het hart gedrukt om meer te doen in de dienst voor God, maar werden geprezen voor wat ze al deden, en dat het gewoon onoverkomelijk was dat we in deze tijd een heel erg druk bestaan hadden, maar niettemin tijd maakten voor de aanbidding van God.

De priester had een heel zachte stem die zeer aangenaam in de oren klonk. Het lijkt een man waar je je ziel aan bloot kunt geven, een belangrijke eigenschap, vind ik dat, voor elke voorganger van een godsviering.

Ergens midden in de viering wordt ruimte gemaakt om even een blijk van vriendelijkheid aan elkaar te tonen. Terwijl ik dat een onwennig moment vond, vond ik het niettemin prachtig hoe je op die manier wat dichter naar elkaar toe komt te staan. Een wat oudere dame die voor me zat, en die ik nog nooit had gezien, kwam spontaan naar me toe om me de hand te drukken.

Ook mooi dat de priester op het einde van de viering naar de uitgang liep om iedereen nog eens persoonlijk te groeten. Ongetwijfeld komt hij op die manier dichter bij zijn parochianen te staan.

Stoorpunten

Uiteraard kan ik er niet om heen dat er ook enkele dingen waren die me stoorden.

Het rondgaan met de manden voor stoeltjesgeld, liet zo lang op zich wachten, dat ik even zelfs dacht dat dit was afgeschaft. Wat ik zeer mooi zou hebben gevonden. Aan de ingang van de kerk stond er trouwens een mandje waar je iets in kon gooien ter bevordering van de kerk, dus eigenlijk had ik dat voldoende gevonden. Maar opnieuw had ik niet het gevoel dat geld geven een verplichting was.

Verder werd tijdens de eucharistie enkel voorzien in het lichaam van Christus, terwijl ikzelf het bloed van Christus een stuk belangrijker vindt. Het nieuwe verbond werd namelijk gesloten met zijn bloed (die voor velen vergoten zou worden) en niet zozeer met zijn lichaam.

Conclusie

DSCI0005.JPGDe kerk is dus niet op mij neergestort. Ook had ik helemaal niet het gevoel dat er aan afgoderij werd gedaan. Uiteraard werd er voor het beeld van Christus gebogen, wat ik niet heb gedaan, maar ik had veeleer het idee dat dit uit respect was, en niet als aanbidding van het beeld.

Ik kan me niet van het gevoel onttrekken dat God met zo’n viering dik tevreden kan zijn. Meer nog, Jehovah’s getuigen gaan er prat op dat ze de bijbel gebruiken tijdens hun viering, maar wat ze vaak doen is lectuur van het genootschap gebruiken. Ik vond het verhelderend om te zien dat er geen gebruik werd gemaakt van bijkomstig materiaal, maar dat de bijbel in zijn puurste vorm werd gebruikt.

Katholieke kerk nog lang niet dood

Op kerknet staat vandaag de samenvatting te lezen van de statistieken van de bisschoppenconferentie uit Duitsland.
Jehovah’s getuigen b.v. geloven dat naarmate het einde vordert Babylon de grote (alle “valse” religies, en met een benadrukking van het Katholicisme; volgens Russell was Babylon de Grote ook enkel toepasbaar op het Katholieke geloof) moet leeglopen, zodat de hoer op droge wateren zou komen te zitten.
Niettegenstaande wordt in Duitsland toch nog een kerkbezoek geregistreerd van meer dan 13% dat is goed voor zo’n 3 000 000 bezoekers.
Uiteraard is een tendens gangbaar van mensen die zich uitschrijven, wat niet zo onlogisch is daar men vaak als kind wordt gedoopt en daar dus zelf geen actief aandeel aan heeft. Zo zijn er in duitsland meer dan 24 miljoen geregistreerde katholieken.
Verder is ook interessant dat er meer dan 10 000 kerkintredes zijn geweest in 2011, dit voornamelijk uit protestantse hoek, en dit ENKEL in Duitsland.
Er zijn echter wel ongeveer 126 500 mensen die de kerk de rug toe hebben gekeerd. Het aantal doopsels zou echter dit cijfer terug hebben overschreden.
We moeten ook opmerken dat de daling van het aantal kerkbezoekers heel minim is van 13.6 % naar 13.3 %… We zien dus dat de Duitse kerk een sterke achterban heeft, en dat kerkbezoekers zelden hun activiteit staken, tenzij ze natuurlijk sterven.

Ter vergelijking wil ik u hier ook de cijfers van de JG niet onthouden. Ik ga hier uit van de cijfers wereldwijd, daar JG natuurlijk een veel kleinere organisatie is dan de Katholieke kerk.

JG kennen namelijk een wereldwijde organisatie van ongeveer 7.5 miljoen leden, dit zijn uiteraard actieve leden, want personen die niet verkondigen worden hier niet meegeteld. Daarbij zijn er iets meer dan 260 000 nieuwe verkondigers bijgekomen maar het aantal verkondigers is maar met 171 000 gestegen… Dit zijn 92 000 personen minder dan dat er gedoopt zijn. Inderdaad hiervan zijn er ook velen in de dood ontslapen, maar niettemin zien we toch dat ze heel wat leden niet kunnen houden.
Op die manier moeten we zeker opmerken dat ze nog bijlange niet aan de actieve leden van de katholieke kerk kunnen. En zich misschien toch eens de vraag moeten stellen waarom er zoveel langs de achterdeur weer vertrekken?