Het maken in het leven

Inleiding

Als antwoord op een artikel in de morgen zei Magali De Reu in een radio 1 programma, de volgende zin: “Ik ben niet succesvol ondanks, maar dankzij mijn autisme.” Het zorgde voor een schitterende kop op verschillende websites. En dat is het natuurlijk ook, een schitterende kop, maar de werkelijkheid is volgens mij een stuk genuanceerder. Waarom ik dat denk wil ik hier graag uitleggen.

Wat is succes?

Succes is geen objectief gegeven hoe graag we dat ook willen geloven. Dat zou willen zeggen dat we mensen zouden kunnen indelen in mensen die succesvol zijn en mensen die niet succesvol zijn. Dan moeten we nog enkel de graadmeter voor succes vinden. De Vandale geeft als uitleg bij succes: “iets dat goed afloopt”, maar dan moeten we ons weer de vraag stellen: waar trekken we de grens? Als we als goede afloop het slagen in het basisonderwijs nemen, zullen er een stuk meer mensen succesvol zijn dan als we als graadmeter nemen “slagen voor een doctoraat”… Of in geld: de goede afloop is geen geldzorgen, of de goede afloop is een miljoen verdienen… Succes kunnen we dus niet meten naar objectieve maatstaven.

Eigenlijk is succes vooral een gevoel dat zich vaak door je verwachtingen en dromen laat bepalen. Hoe lager je dromen hoe gemakkelijker je het gevoel kan krijgen succesvol te zijn. Ik b.v. droomde er als jongere van schrijver, maar vooral acteur te worden. Ik heb zelfs theaterschool gevolgd. Maar ik ging er, zoals met zoveel kapot aan de stress. Op een gegeven moment heb ik via auditie een hoofdrol en een bijrol bemachtigd in series, de ene serie werd uiteindelijk afgevoerd omdat ze geen subsidies kregen, de andere serie werd afgevoerd omdat de VRT (toen nog BRTN) het te duur vond. Je kan je indenken hoe teleurgesteld ik was. En nog steeds meet ik mijn succes hieraan, zodat ik al heel mijn leven het gevoel heb mislukt te zijn. Maar intellectueel weet ik ook dat ik toch het een ander bereikt heb, waar ik trots op mag zijn.

Toch hebben we ook altijd de neiging ons succes te meten aan die van anderen. Meer nog, we gaan vaak kijken naar mensen die in de kijker lopen. We gaan het aantal volgers van onze favoriete influencers op Instagram of Twitter meten met onze eigen volgers, of we kijken naar de schoonheid van een actrice en bekijken onszelf in de spiegel door die bril.

Dat is niet alleen iets dat we bij onszelf doen, maar dat we onze kinderen ook inpompen. Zo had je vroeger een opendeurdag waar de kwaliteiten van de kinderen tentoongespreid werden, nu is dat vervangen door een schoolfeest, waar je vooral de podiumkwaliteiten van je kind kunt meten. Die dansjes en liedjes trekken meestal op niet veel, en toch hoor je de ouders constant zeggen: “O, je was zo geweldig.”

Om een (belangrijk) voorbeeld te noemen. In dezelfde week als Steve Jobs is ook Dennis Ritchie, iets ouder, gestorven. Op Facebook zag ik de krantenkoppen en posts voorbij komen over welk groot verlies Steve Jobs was. Prompt werden er niet één, maar twee films van Steve Jobs gemaakt. Van Dennis Ritchie, is geen film gemaakt, buiten de gespecialiseerde literatuur werd zijn dood niet op de eerste pagina’s vermeld. Toch is Dennis Ritchie uitvinder van de taal C (één van de belangrijkste talen uit de softwaregeschiedenis) en indirect de uitvinder van Unix, wiens ideeën b.v. ingebeiteld zijn op de meeste webservers tot in de ruimte toe. Dennis Ritchie heeft dus een belangrijkere rol gespeeld in de vooruitgang van technologie dan b.v. Steve Jobs, die vooral profiteerde van veel “minder” succesvolle mensen. Als je het dan ook mij, als softwaredeveloper en techneut vraagt vind ik het succes van Dennis Ritchie een stuk belangrijker dan die van Steve Jobs.

Tevredenheid

Ik heb het hier al meer vermeld, maar ik wil het nog eens doen; in mijn laatste jaar professionele Bachelor Toegepaste Informatica was ik uitgenodigd op de Tech Days van Microsoft in Brussel. De keynotes werden afgewisseld met pittige presentaties van influencers die ons allemaal op het hart drukten dat we de nieuwe Zuckerberg of Gates konden worden. Dat leek het doel te zijn van onze opleiding. Maar de meesten van ons zijn in de anonimiteit terecht gekomen en werken in loondienst aan een programma. We hebben vaak een mooie firmawagen, een mooi loon en andere extralegale voordelen, maar we zijn geen Zuckerberg of Gates geworden. Zijn we dan minder succesvol?

Het geheim ligt eigenlijk in geluk en tevredenheid. We worden bij onze geboorte in een zee geworpen en we moeten roeien met de riemen die we hebben. Het leven bestaat dan ook uit tijden van geluk en tijden van ongeluk. Laat dan ook de tijden van ongeluk niet overheersen; kijk niet naar wat zou kunnen, maar naar wat is. Dat wil niet zeggen dat je niet mag dromen, maar wel dat je probeert tevreden te zijn met het nu. Elke goede afloop is een overwinning hoe klein ook: het slagen voor je middelbare diploma, een job vinden, trouwen, kinderen krijgen, je kind zijn eerste stapjes zien zetten, je moeder knuffelen. Of een goed boek lezen, een goede film kijken. Wees tevreden over elke stap die je neemt, en meet je niet aan anderen, als je je zou vergelijken met een bijzonder arm gezin in Afrika, dan ben je bijzonder succesvol in verschillende opzichten ten opzichte van dat gezin, en toch zijn ook daar gelukkige gezinnen.

Misschien gaat het dus veel minder over succesvol zijn, alswel gelukkig zijn. En dat kan pas echt goed wanneer je tevreden bent met jezelf en je omgeving.

Dankzij of ondanks

Ik vind de uitspraak om iets te bereiken dankzij of ondanks je autisme iets te zwart-wit. Autisme is een diagnose die gesteld wordt via gedrag en die in de DSM V wordt besproken als een combinatie van moeilijkheden en vervolgens wordt de ernst ervan gemeten naar de hulpvraag van de persoon met een diagnose ASS.

Dankzij of ondanks je autisme is een beetje zoals zeggen dat een kampioen in rolstoeldansen dankzij zijn verlamdheid kampioen is geworden in rolstoeldansen. Op de letter heeft die persoon natuurlijk gelijk, want waarschijnlijk zou die persoon niet aan rolstoeldansen begonnen zijn als hij niet in een rolstoel zat. Toch is zijn succes niet alleen, en misschien vooral, aan andere dingen danken dan het feit dat hij verlamd is: zijn doorzettingsvermogen, minder sterke kandidaten, talent in de sport…

Zo is het ook met ASS. Het is misschien nog net iets genuanceerder dan bij de persoon met een verlamming, omdat ASS vaak onzichtbaar is. ASS heeft natuurlijk enkele kwaliteiten waar bepaalde bedrijven zoals Passwerk in België of Autitalent in Nederland handig gebruik van maken om hun product aan de man te brengen. Er zijn dus kwaliteiten verbonden aan ASS die sommigen kunnen uitspelen, maar dat verhindert niet dat we het niet langer als een beperking moeten beschouwen, waar vele personen met een ASS hulp bij nodig hebben en die voor veel personen met een ASS ook de kwaliteit van hun leven hebben verminderd. Iemand die blind is b.v. heeft ook bepaalde kwaliteiten (dankzij zijn blindheid): hij heeft een bijzonder sterk gevoel en zijn gehoor is bijzonder verscherpt… Maar dat wil niet zeggen dat hij niet beperkt is en dus bepaalde dingen liever kan laten. Zo zou ik zelf niet direct in een auto gaan zitten met een persoon die blind is aan het stuur, hoe goed hij dan ook hoort. Beperking is ook geen waardeoordeel… Als heel de wereld blind zou zijn, zou een blind persoon geen beperking hebben. Beperkingen worden gemeten naar de meerderheid. De wereld is nu eenmaal afgestemd op een middelmaat. Daarom zijn deuren ongeveer twee meter groot, als je een halve meter bent geraak je amper aan de klink en als je twee meter tien bent moet je opletten niet tegen het kozijn te stoten. Als je in een dorp woont waar de meerderheid een halve meter lang is dan waren de deuren een meter en de klink op borsthoogte van een persoon van een halve meter, daar zou ik als persoon met mijn 1m73 bijzonder fel in de problemen komen.

Ik zeg dat het in ASS genuanceerder is omdat er geen twee personen met ASS dezelfde talenten en dezelfde interesses hebben. Paul Danneels stelde b.v.: “Passwerkers (nvr dit zijn mensen die bij Passwerk werken) zijn beslagen in een specialistische aanpak en kunnen zonder problemen repetitieve zaken aan.” Dat wordt vaak overgeheveld naar een kenmerk van ASS: genieten van repetitieve zaken. Als de VDAB hier rigide in meegaat worden alle personen met een ASS aan een lopende band gezet. Wel, persoonlijk verveel ik me bij repetitieve zaken dood. Ik ben een bijzonder creatief persoon en ik heb graag dat ik veel kan afwisselen tussen taken, heb ik dan minder ASS dan een persoon bij Passwerk (waar ik trouwens ook zelf heb gewerkt)? Dat het niet voor iedereen is, weet trouwens Passwerk ook; het is niet voor niets dat er zo’n strenge ingangseisen zijn en dat de kwaliteiten van de persoon met ASS getest worden.

Daarom is een kop als deze van Fons Leroy volgens mij een stuk meer waarheid, maar waarschijnlijk een stuk minder spectaculair: “Iedereen heeft talent!”